Doorgaan naar artikel

Martin Ducroquet (Sencrop): ‘Data delen is voor iedereen goed’

Het Franse bedrijf Sencrop is een snelle groeier in de wereld van agrarische data. Mede-oprichter Martin Ducroquet ziet dat afnemers de ontwikkeling aanjagen.

In zes jaar tijd groeiden ze van start-up naar wereldspeler. Het Franse bedrijf Sencrop heeft nu 20.000 vooral Europese boeren en telers voorzien van weerstations in 26 landen. In Nederland gebruiken 800 boeren en telers diensten van het bedrijf. Door een recente kapitaalinjectie van $ 18 miljoen van een groep investeerders waaronder de Israëlische durf-investeerder JVP en het Europese EIT Food, wil het bedrijf nu verder zijn vleugels uitslaan, onder meer in de Verenigde Staten. Daarmee laat Sencrop zien hoe snel bedrijfsgroei kan gaan in de wereld van hightech en (agrarische) data. Het hoofdkantoor staat in Lille.

Gevestigde orde

Directeur en mede-oprichter Martin Ducroquet (48) is een boerenzoon uit Noord-Frankrijk, een gebied waar akkerbouw de boventoon voert. Mede-oprichter Michael Bruniaux komt uit de wereld van de techniek. In 2016 begonnen ze met hun bedrijf. Een startkapitaal van $ 1,4 miljoen maakte de eerste groei mogelijk. In 2019 haalden ze nog eens $ 10 miljoen op bij investeerders. Vier jaar geleden stonden ze nog als start-up op de jaarlijkse beurs F&A Next van Wageningen UR. Nu horen ze bij de gevestigde orde van techbedrijven in de agrosector.

Weersystemen

Sencrop levert weersystemen volgens een eenvoudig businessmodel dat er in elk land gelijk uitziet. De data over zaken als neerslag, temperatuur, luchtvochtigheid, windsnelheid, dauwpunt en zonnestraling kun je raadplegen in een app. En ze zijn te koppelen aan (advies)diensten van andere bedrijven. De samenvoeging van allerlei lokale gegevens over weer, bodemomstandigheden en ook insecten leidt tot beter teeltmanagement, is de gedachte.

General manager Martin Ducroquet over het doel van zijn onderneming: “Moderne boeren en telers staan voor heel veel uitdagingen. Ze moeten meer produceren maar ook groener, met minder input van grondstoffen, minder water, minder energie, ga zo maar door. Boeren moet daarom ook slimmer. Dankzij technologie kan dat ook. Wij leveren de technologie en de tools, adviseurs kunnen dan helpen bij de beslissingen die boeren en telers nemen over hun teelt en de maatregelen die ze kunnen nemen.”

Teler kan zelf aan de slag

Daarmee heeft Sencrop een ander business model dan veel andere spelers in de precisielandbouw. Geen geïntegreerde adviesfunctie, alleen dataproducerende apparaten. Waarmee een teler dan zelf aan de slag kan, of die te koppelen zijn aan apparatuur en modellen van andere partijen. Het biedt ook de mogelijkheid met meer verschillende systemen en partijen samen te werken. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld Agrifirm, Agrea en CZAV.

Hoe past de groei van het Franse bedrijf in deze tijd? Ducroquet: “Er zijn twee belangrijke trends gaande in de landbouw: digitalisering en een milieugerichte transitie. Europese boeren zijn technisch goed onderlegd. Wij willen hen handvatten bieden om lokale factoren, plaatselijke risico’s beter te managen. Dat is van waarde voor alle partijen in de keten. Adviseurs hebben baat bij betere data, boeren eveneens. Data uitwisselen is voor iedereen goed!”

Niet bang voor misbruik van data

Ducroquet verzet zich met klem tegen het idee dat data delen ten koste gaat van de teler. Sencrop verdient zelf niet aan de data, verzekert hij, dat is niet het businessmodel. Hij is ook niet bang voor misbruik van de data. “Dit zijn weergegevens, dat zijn geen gevoelige data. En telers krijgen er meer voor terug dan ze weggeven. Ze willen gewoon meer weten over plaatselijke risicofactoren voor hun gewassen.”

Van twee kanten worden data in de keten sturend, stelt hij. “Vanaf de consumentenkant zie je dat bijvoorbeeld supermarkten heel stevig inzetten op sturing met data, blockchains, traceerbaarheid, oogstinformatie. Daar gebeurt al heel veel. Wij beginnen van de andere kant, bij de producent. Ik zeg niet dat die achterloopt op de andere kant van de keten, maar wel dat er nu kansen zijn op connecties. Kijk naar grote foodproducenten als McCain in combinatie met McDonalds, die nemen zorg voor de bodem en duurzame productie op in hun leveringsvoorwaarden. Daar zijn allerlei data voor nodig. Zie het als een ecosysteem waarin verschillende partijen werken. Wij vormen met onze weerdata één laagje in dat hele systeem.”

De belofte dat je veel beter boert met data is er al jaren, maar in de praktijk is nog veel scepsis. Werkt het nu wel? Ducroquet: “Van de 20.000 boeren en telers die wij bedienen, komen elke dag 10.000 in onze app. Duidelijker bewijs dat de interesse er is, kan ik niet leveren.”

Grote vergezichten over datagestuurde landbouw geeft de Fransman verrassend genoeg niet. “Oogstvoorspellingen hebben wij nog niet.” Hij houdt het bescheidener. “Wat brengen we de boer? Allereerst: dagelijkse organisatie, goede planning, en dus tijdbesparing. De data geven je inzicht wanneer je in actie moet komen, maar ook: wanneer niet. Ten tweede: efficiënter gebruik van inputs. In relatief intensieve teelten als fruit, uien en aardappelen is vaak wel 30 tot 40% te besparen. Het gaat hier om koppeling van weerdata met beslissingstools.”

Dacom

Sencrop krijgt geld van een Israëlische investeerder, Dacom is vorig jaar in Israëlische handen overgegaan. Dat kan haast geen toeval zijn? Ducroquet: “Er zit geen coördinatie achter, het zijn verschillende spelers. Maar dat Israël juist in de precisielandbouw, net als in irrigatie, een vooraanstaande plek heeft, is geen toeval. Het is een echt start-upland. Ze zitten vooraan bij ontwikkeling van agritech. Er is een overeenkomst met Nederland. Het zijn allebei kleine landen in een omgeving met veel druk op de landbouw. Daardoor zijn ze erg technisch georiënteerd. Om die reden was Nederland het eerste land waar wij begonnen buiten Frankrijk. Nederlanders zijn erg tech-savvy en ze willen rendement op hun investeringen.”

Omarming van nieuwe technieken gaat in fases. “Je hebt eerst de early adapters, de tech-savvy boeren. Dan volgen samenwerkingsverbanden en coöperaties en daarna komt de rest. Daarbij lopen Nederlandse en Franse boeren wel een beetje voorop. En nu komt er een versnelling. Grote bedrijven gaan boeren aansporen om meer aan precisielandbouw te doen. Veel coöperaties en handelsorganisaties willen nieuwe diensten voor boeren ontwikkelen, hen persoonlijk adviseren en zo een band smeden. En wie het eerst in beweging komt, zal ook het eerst en het meest profiteren van de voordelen.”

Bekijk meer

Share this

Afbeelding
Johan Oppewal

chef redactie ondernemen

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin