Koolteler geeft prioriteit aan bodemgezondheid en wil naar emissiearme teelt van kool

26-09 | |
Peter Appelman wil naar emissiearme teelt van kool. - Foto's: Lex Salverda
Peter Appelman wil naar emissiearme teelt van kool. - Foto's: Lex Salverda

Groenteteler Peter Appelman zet stappen op weg naar een residuvrije en emissiearme teelt van kool. Deelname aan een project van Agrifirm helpt hem daarbij.

Dat groenteteler Peter Appelman meedoet met de pilot Regeneratieve landbouw van Agrifirm, is eigenlijk logisch. Hij is al jaren bezig met bodemgezondheid en biodiversiteit en neemt maatregelen om de bodemkwaliteit te verbeteren. Met succes trouwens. Zo heeft hij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen afgelopen jaren al flink weten te verminderen. Harde data heeft hij hierover overigens niet.

Zoektocht naar emissiearme teelt van kool

De zevenjarige pilot van Agrifirm waar zes telers aan meedoen, ziet Appelman als een volgende stap in zijn zoektocht naar een residuvrije en emissiearme teelt. De coöperatie huurt experts in die de telers begeleiden in het nemen van verschillende maatregelen. Met de opgedane kennis en ervaring in de pilot kunnen collega-telers hun voordeel doen.

Als je de gezondheid van de bodem wilt verbeteren, moet je experimenteren

Appelman ziet zijn deelname zo: “Ik ben een echte bodemman, heb afgelopen jaren boeken gelezen, films gezien en cursussen gevolgd, maar kan nog veel leren. Als je de gezondheid van de bodem wilt verbeteren, moet je experimenteren. Dat gaan we in deze pilot doen. De praktijk is altijd weerbarstiger dan de theorie.”

Lees verder onder het kader

Droogmakerij

Peter Appelman heeft samen met zijn ex-vrouw Margo van der Vliet en zoon Dave Appelman (30) een vollegrondsgroentebedrijf in Stompetoren in de Noord-Hollandse droogmakerij De Schermer. Op zo’n 350 hectare telen zij broccoli, witte kool en bloemkool. Rond 1990 begon Appelman als groenteteler en heeft hij het bedrijf stap voor stap uitgebreid naar de omvang dat het nu heeft.

Het begint allemaal bij de bodem

Hij is het type ondernemer dat doorlopend nadenkt over teelt en afzet. Wat gaat er goed, wat gaat er fout? Kansen zien en vervolgens stappen zetten naar verdere verbetering. Zijn belangrijkste conclusie uit alle veranderingen die hij heeft doorgevoerd in de teelt is deze: “Het begint allemaal bij de bodem. De gezondheid van de mens is afhankelijk van de kwaliteit van het voedsel en die is weer afhankelijk van de gezondheid van de bodem. Dus daar bevindt zich de knop waaraan je kunt draaien.”

Zo’n vijftien jaar geleden begon het allemaal. De problemen met de teelt op de kleigrond in de droogmakerij namen toe. Hij werd geconfronteerd met droogteschade en wateroverlast. De oogst van de gewassen verliep moeizaam, de machines zakten af en toe weg. Hij ging op zoek naar de oorzaken, las boeken over bodemgezondheid en legde contacten met collega’s en kennisinstellingen.

Ondiepe grondbewerking

Inmiddels heeft hij een aantal maatregelen genomen. De belangrijkste zijn: ondiepe grondbewerking, verruiming van het bouwplan en inzaai van meervoudige groenbemesters zo snel mogelijk na de oogst.

Hij kiest meer en meer voor niet-kerende grondbewerking, waardoor de koolstof in de bodem blijft. Als het gaat om bemesting kiest hij voor compost en strohoudende organische mest zoals paarden- en geitenmest. “Na een bemesting met drijfmest spuiten de wormen als het ware de grond uit. Vandaar de meeuwen die je dan op het land ziet. En dat terwijl je die wormen juist in de grond wilt houden voor een betere doorlaatbaarheid van de bodem, zowel in natte als in droge tijden.”

Volgend teeltseizoen gaat hij in het kader van de pilot van Agrifirm met nieuwe maatregelen aan de slag. Zo wil hij in enkele percelen jonge koolplantjes direct in de groenbemester planten. Dus zonder enige grondbewerking. Dat is spannend, zegt hij. Lukt dat met zijn machines, komt de groei van de kool op gang? “Ik durf dat wel aan. Agrifirm steekt hier kennis en geld in. En daarom durf ik het risico wel te nemen.”

Lees verder onder de foto

Appelman: “Voor de biodiversiteit in de bodem is het goed om meerdere gewassen op hetzelfde perceel te telen.
Appelman: “Voor de biodiversiteit in de bodem is het goed om meerdere gewassen op hetzelfde perceel te telen."

Boekweit planten

Een ander experiment komt uit zijn eigen koker. Hij wil een proef doen met het planten van een ander gewas in de regel tussen de kool. Hij denkt daarbij aan boekweit. “Voor de biodiversiteit in de bodem en de doorlatendheid van de grond is het goed om meerdere gewassen op hetzelfde perceel te telen. Dat geeft een impuls aan het bodemleven, zoals schimmels en bacteriën. En dus aan de opbrengst. Maar dat moet zich nog bewijzen.”

Bodem in balans

De bodemmaatregelen die hij al heeft genomen, zijn tamelijk succesvol, zegt hij. De bodem is meer in balans, hij heeft minder droogte- en waterschade en de kolen zijn robuuster waardoor hij minder afhankelijk is van gewasbeschermingsmiddelen. Het gebruik van chemische middelen is daardoor gedaald, zegt hij.

Op zijn bedrijf bevindt zich een meetpunt van het RIVM om de uitspoeling van nitraat naar het grond- en oppervlaktewater in kaart te brengen. Van uitspoeling is geen sprake meer. Appelman maakt hierbij wel een kanttekening. Als hij op zandgrond had geteeld, was hem dat niet gelukt.

Ook op zijn bedrijf hangt de omgedraaide Nederlandse vlag. Appelman maakt zich boos op de overheid. De transitie in de voedselproductie is nodig, zegt hij, maar kan niet met repressie worden bereikt. “Want dat leidt tot verzet en agressie.”

Bovendien is de overheid verantwoordelijk voor de huidige productiewijze in de landbouw, vindt hij. “Ikzelf ben vroeger op de Rijks Middelbare Landbouwschool opgeleid. De nadruk lag op kunstmest en bestrijdingsmiddelen. We moeten terug naar de aloude boerenkennis over bodem en gewas van decennia geleden. Dat kost tijd en die moet de sector krijgen.”

Lees ook: Akkerbouwer ziet klimaatadaptief bodemvochtbeheer renderen

van Cooten
Aart van Cooten freelance redacteur

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.



Beheer