Kind mee op de trekker? Eigen zitje en gordel om

Thijs, het zoontje van melkveehouder Siem van Leeuwen uit Heenvliet (Z.H.) gaat graag mee op de trekker. De dealer monteerde daarvoor een apart zitje in de cabine. - Foto's: Dennis Wisse
Thijs, het zoontje van melkveehouder Siem van Leeuwen uit Heenvliet (Z.H.) gaat graag mee op de trekker. De dealer monteerde daarvoor een apart zitje in de cabine. - Foto's: Dennis Wisse

Kinderen rijden graag mee op de trekker. Er zijn geen regels over hoe dat het beste kan, maar een eigen zitje is aan te raden, net als een gordel.

Even mee op de trekker, vrijwel elk kind is ervoor te porren. Een trekker heeft immers iets magisch, het is niet alleen een grote stoere machine, de zitplek is ook nog eens fantastisch. Die is als een troon, hoog en droog en met een geweldig uitzicht. Maar die troon moet wel veilig zijn en daar schort het nogal eens aan. Dat zit hem meestal in onwetendheid. Over het vervoer van kinderen in een auto zijn hele boekwerken geschreven, maar over hoe dat moet op een trekker, niet. Dat komt omdat een trekker eigenlijk geen vervoersmiddel is maar een machine. En kinderen worden in principe niet geacht in of op machines te zitten. Diana Voorneveld, preventieadviseur bij Stigas, is er dan ook helder over: “Een boerenbedrijf, óók de trekker, is volgens de Arbowet een werkplek en kinderen horen daar niet te zijn.”

Niet wettelijk verboden

Als kinderen vroeger meegingen, zaten ze los op het spatbord. Soms kregen ze een opgevouwen koedek of aardappelzak bij wijze van kussentje en dat was het dan. Hobbeldebobbel reden ze mee. Voor een beetje houvast waren er beugels in de handel die je op het spatbord vast kon maken. Zo had de bijrijder nog een beetje steun en grip maar veilig was het niet. Veel oudere lezers zullen zich herinneren dat ze ooit zelf zo meereden en dat dat prima ging. Het ging ook meestal prima maar lang niet altijd. Ook toen vielen kinderen er af en raakten bekneld onder de trekkerbanden of het werktuig erachter.

Lees verder onder foto

In een eigen zitje en met de gordel om, is de kans dat een kind uit de cabine valt of klimt, een heel stuk kleiner dan wanneer het los zit.

In een eigen zitje en met de gordel om, is de kans dat een kind uit de cabine valt of klimt, een heel stuk kleiner dan wanneer het los zit.

Verzekering met SVI-dekking

Het meenemen van een kind op de trekker is niet wettelijk verboden. De ouders zijn zelf verantwoordelijk voor een veilige zitplek maar het is hoe dan ook verstandig een aparte inzittendenverzekering af te sluiten. Er zijn twee soorten, een SVI en een OVI. Verzekeringsmaatschappij Klaverblad raadt de zogenaamde SVI-dekking aan. Dat staat voor Schade Verzekering Inzittenden. Hiermee wordt de werkelijk geleden schade vergoed, zonder plafond. SVI is wat anders dan OIV. Dat is een Ongevallen Inzittenden Verzekering. Die is vaak goedkoper maar keert tot een bepaald bedrag uit en alleen in geval van overlijden of blijvende invaliditeit.

Hoe vaak dit gebeurde en hoe hevig het letsel was, daarover werden nog geen cijfers bijgehouden. Feit is dat vergelijken niet heel veel zin heeft. De situatie van toen is heel anders dan die van nu. Zowel de trekkers als de machines zijn veel groter en zwaarder geworden en ze kunnen ook veel harder. Een ongeluk heeft nu een veel grotere kans om verkeerd af te lopen dan vroeger. Stigas hanteert dus het nee-tenzij principe. “Geen kind mee op de trekker. Wil je het per se toch doen, zorg dan voor een apart goedgekeurd stoeltje dat voorzien is van een echte gordel met een sluitsysteem dat is vast te klikken. Gebruik in elk geval geen stuk touw of spanband waar je een knoop in legt. In geval van nood krijg je dat niet snel genoeg los.”

Stoeltje vastzetten

Nog een punt van aandacht: de bevestiging van het stoeltje zelf. Het moet niet los in de cabine staan maar net zo vast zitten als de chauffeursstoel. In de praktijk wordt er op dit terrein heel wat afgeknutseld. Er worden Ikeastoeltjes of plastic tuinstoeltjes gebruikt als trekkerzitje, ook allerlei soorten fietszitjes worden voor dit doel ingezet. Immers: als een kind hiermee veilig mee kan op de fiets, dan toch zeker ook op de trekker? Voorneveld: “Zo’n zitje is op zich een goed zitje maar het is niet voor niets een fietszitje. De montagevoorschriften zijn bedoeld voor een bagagedrager en niet voor een trekkercabine.”

Lees verder onder foto

Siem van Leeuwen op weg om de koeien te gaan voeren. Naast hem zijn zoontje Thijs, veilig op zijn eigen bijrijderstoeltje.

Siem van Leeuwen op weg om de koeien te gaan voeren. Naast hem zijn zoontje Thijs, veilig op zijn eigen bijrijderstoeltje.

Autostoeltjes

Datzelfde geldt voor de categorie autostoeltjes. Ook die worden regelmatig gebruikt als kinderzitje in de trekker. Ze zijn zodanig ontworpen dat ze met de autogordel veilig op de achterbank van de auto zijn te zetten en ook deze stoeltjes passen niet een-op-een in een trekkercabine. Wie toch zo’n stoeltje wil gebruiken om een kind mee te nemen, kan beter de smid vragen om een frame te lassen waar het stoeltje muurvast op zit. Ook andere typen zitjes en stoeltjes kunnen beter vastgelast of geklonken worden door een professional om het zo veilig mogelijk te houden. Voorneveld: “Maar het allerveiligst blijft het om een kind gewoon niet mee te nemen op de trekker, ook al vinden ze het nog zo leuk.”

Wat is een goedgekeurd autostoeltje?

Wie een autostoeltje wil gebruiken om een kind mee te nemen op de trekker, kan het beste een goedgekeurd exemplaar nemen. Dat is te herkennen aan een onuitwisbaar ECE-keurmerk. Het mag dus geen sticker of los labeltje zijn. ECE wil zeggen dat de stoeltjes voldoen aan de Europese normen. Er zijn twee van die keurmerken in omloop: ECE-R44 en ECE-R129. Die laatste is de nieuwste. De norm gaat hierbij niet meer uit van gewicht maar van lichaamslengte. Fabrikanten kunnen zelf aangeven voor welke lichaamslengtes hun stoeltje geschikt is, kijk hiervoor goed op het etiket.

 

Welink
Margreet Welink redacteur boerenleven


Beheer