Hoe hard landen GLB-eisen in groenten en fruit?

30-12-2021 | Laatste update op 13-05 | |
Oogst van spruitkool. - Foto: Bert Jansen
Oogst van spruitkool. - Foto: Bert Jansen

Nieuwe termen, nieuwe bedragen, maar vooral zwaardere eisen. Het circus dat het ‘nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid’ heet, reist door. Zal het leiden tot stoppende bedrijven? Onderzoekers denken van wel, maar is dat zo?

Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is voor veel telers even slikken. Ze moeten voor een lagere hectarepremie straks nadenken over zaken als landschapselementen of bufferstroken langs sloten. De uitvoering dreigt ook complex te worden met extra controles. Zeggen telers die inkomsten in 2023 dan niet op? En leidt dat tot bedrijven die stoppen in de vollegrond?

Er zijn meer vragen: waarom zijn er vrijstellingen voor biologisch? Is er voor meerjarige fruitteelt een uitzondering mogelijk? En belangrijk: wat is het keurmerk On the Way to PlanetProof straks waard voor GLB-steun?

GLB in het kort

Het GLB bestaat uit twee pijlers met elk eigen subsidies. Onder de eerste pijler, het EU-garantiefonds, vallen de inkomensondersteuning en het markt- en prijsbeleid (GMO groenten en fruit). Onder de tweede pijler, het plattelandsfonds, valt het plattelandsontwikkelingsprogramma. In het verleden kenden beide pijlers hun eigen plan. Vanaf 2023 komt er één Nationaal Strategisch Plan. Zo ontstaat er meer samenhang.
In het nieuwe GLB zal een deel van het budget van pijler 1 verschuiven van inkomenssteun naar betalingen voor activiteiten die bijdragen aan milieu- en klimaatdoelstellingen; de eco-regeling.
De tweede pijler van het GLB is plattelandsontwikkeling, dat we nu kennen als het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP). Het plattelandsfonds richt zich op kennis, innovatie, samenwerking, investeringen, jonge boeren en gebiedsgerichte aanpak.

Nationaal Strategisch Plan

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) staat voor een fikse opgave. Sinds 2019 zijn honderden telers, boeren, adviseurs, deskundigen en ambtenaren betrokken bij praktische pilots. Dat levert een stapel rapporten op en een plan. De Nederlandse uitvoering van de Europese regels staat namelijk in het Nationaal Strategisch Plan. Telers die weerstand voelen, kunnen dat nu van zich afschrijven in een zienswijze. Maar een echt oordeel is pas volgend jaar mogelijk. Gesprekken en pilots in 2022 kunnen nog een soepeler overgang brengen.

De gevolgen van GLB voor bedrijven kun je volgend jaar pas zien als de simulatietool online staat

Caroline van der Plas, Tweede Kamerlid van BoerBurgerBeweging

Het is opvallend dat in de verslagen over GLB telers worden opgevoerd die vinden dat het nieuwe GLB de goede weg is. Dat begrijpt Caroline van der Plas, Tweede Kamerlid van de BoerBurgerBeweging niet. Ze zei dit recent in de vergadering van de Tweede Kamercommissie landbouw. “De boeren die ik spreek, geven een tegenovergesteld beeld weer. Zij zeggen niet te begrijpen hoe ze voor minder geld straks meer moeten leveren.” Een derde van de bedrijven heeft een inkomen onder het minimum, stelt Van der Plas. “De gevolgen voor bedrijven kun je volgend jaar pas zien als de simulatietool online staat.”

Hoog percentage groenten en fruit in GLB

GLB valt in de tuinbouw anders dan in akkerbouw. Veel teelten in groenten en fruit zijn vrijwel geheel voorzien van GLB-steun. Aan de eisen voor vergroeningsgelden is nu nog goed te voldoen. Toch maakt de steun een beperkt deel uit van het inkomen van vollegrondsgroentetelers. Dat zou 3% bedragen, zo is berekend over de periode 2013 tot en met 2017 voor de tuinbouw als totaal.

De hoge deelname van groenten en fruit aan GLB kan onder druk komen, als telers er vanaf 2023 vergroening voor moeten invoeren. Doordat de saldi van vollegrondsgroenten hoog zijn (tot meer dan € 20.000 per hectare), is de basistoeslag van circa € 255 per hectare relatief beperkt. Een bufferstrook van 3 meter is er niet mee te compenseren.

Dat is het nog steeds niet als ook de toeslag van (gemiddeld) € 109 per hectare voor de nieuwe eco-regeling wordt meegerekend. De teler zal daarvoor dan ook een serie maatregelen moeten nemen. De vraag is of groenbemesters of eiwitgewassen voor deze bedrijven met meerdere teelten per jaar een haalbaar of aantrekkelijk alternatief zijn. Het zal ook erg per bedrijf verschillen. Een houtwal kan nu punten opleveren, sommige bedrijven zijn al ver in bodembeheer.

Doemscenario?

Het ministerie gaat er wel vanuit dat het aantal deelnemende ondernemers in de vollegrondsgroenteteelt zal dalen. Sterker nog: ingenieursbureau Witteveen-Bos schrijft in zijn milieueffectrapportage over de Nederlandse plannen dat invoering van de GLB-plannen leidt tot ‘bedrijfsbeëindiging of opgaan in grotere vollegrondsgroentebedrijven en daarmee tot verlies aan diversiteit en aanbod’. Door zaken als ‘bufferstroken’, ‘vruchtwisseling’, ‘rustgewas’ en ‘niet-productief areaal’ neemt het aandeel bebouwbare grond voor hoogrenderende gewassen af en zal de rentabiliteit afnemen. Of de onderzoekers dan ook rekening houden met de overlap van eisen uit de nieuwe nitraatrichtlijn, is niet duidelijk.

Jaap van Wenum, LTO-vakgroepvoorzitter Akkerbouw en Vollegrondsgroenten, kent de waarschuwing. Het zal zo’n vaart niet lopen, denkt hij. “De sector staat niet op zijn achterste benen. Bedrijven zullen niet omvallen. Ze zijn doorgaans niet echt afhankelijk van de GLB-gelden. Zij zullen er dan voor kiezen niet mee te doen. Het risico is volgens mij groter dat bedrijven zich in bochten gaan wringen voor deze gelden en daardoor hun inkomen zien dalen.”

PlanetProof kan zich voegen naar GLB

Nederland lijkt in Europa uniek door voor het GLB een eigen puntensysteem in te voeren voor keuzemaatregelen om te vergroenen. Dat lijkt af te koersen op een keuzemenu van 35 tot 40 maatregelen. Daarmee kunnen telers maatregelen kiezen die passen bij het bedrijf voor gelden uit de nieuwe eco-regelingen (bovenop de basispremie). Zo’n soortgelijk puntensysteem heeft keurmerk On the Way to PlanetProof natuurlijk al.

De koppeling van On the Way to PlanetProof aan het GLB is een uitstekend middel om duurzaamheid in de landbouw te stimuleren. Dat vindt Stichting Milieukeur (SMK), uitvoerder van het keurmerk. Het zijn dezelfde thema’s: biodiversiteit, klimaat, landschap, water en bodem. De gesprekken met het ministerie over de invulling van de eco-regelingen lopen door de prestaties te wegen die ondernemers al leveren via PlanetProof.

Opvallend: Biologische telers krijgen automatisch de hoogste vergoeding uit de eco-regelingen. Het lijkt erop dat PlanetProof daar geen recht op krijgt. Bij de herverdeling van de inkomenssteun gaat het ministerie er vanuit dat maximaal 10% van de telers het hoogste bedrag ontvangt. Daar zijn de bedragen op vastgesteld.

Stefanie de Kool, programmamanager Plantaardig bij Stichting Milieukeur, noemt een automatische erkenning wel het doel van de gesprekken met LNV. “Het zal nog wel even duur voordat dit duidelijk is. Hoe eco-regelingen precies ingeregeld worden, is nog niet helemaal helder. Volgend jaar worden nog pilots uitgevoerd.”

Voor het keurmerk wordt een herziening ingezet voor 2023. Dat is vroeg. Daarin zullen toekomstige GLB-eisen dus nog geen grote spelen. Gaat het marktgerichte keurmerk straks niet toch aan de leiband lopen van de overheid? De Kool: “We varen onze eigen koers, maar we kijken wel om ons heen waar afstemming mogelijk is.”

Als PlanetProof kwalificeert tot een vergoeding, is de volgende vraag wat dit doet met de hogere vergoeding uit de markt. Zullen inkopers daarvoor nog een bonus willen betalen? Het is een discussie die nu nog niet aan de orde is.

Gangbaar achtergesteld op EKO

Van Wenum ziet tegelijkertijd ook dat biologische groentetelers vrijstellingen krijgen in het nieuwe GLB. Zo voldoen ze automatisch aan eisen voor gelden uit de eco-regeling. Is dat aan gangbare telers uit te leggen? Van Wenum: “Ik wil niet tegen biologisch ageren, het is een goede manier van telen, maar we fronzen wel onze wenkbrauwen. Het is een politiek besluit.”

Ziet hij een oplossing voor gangbare telers als ze via On the Way to PlanetProof ook dezelfde vrijstelling krijgen als biologisch? “Het is in principe aan PlanetProof of ze slim zijn en de standaard aan GLB laten voldoen. Dat is de weg. Dat wordt pas later duidelijk, nog niet alle keuzes zijn gemaakt.”

LTO zal zeker een zienswijze indienen, als inspraak op het Nationaal Strategisch Plan. De regeling moet beter bereikbaar worden voor meer bedrijven, bijvoorbeeld door eisen aan te passen.

Maatwerk

Uit de GLB-pilots kwam al het advies dat het ministerie de vergoedingen voor de vollegrondsgroentetelers moet verhogen. Die bevoegdheid heeft het ministerie in principe voor waardevolle gebieden. Zo’n gebiedsgerichte aanpak komt er namelijk. Percelen liggen straks in hoogproductieve gebieden of juist in gebieden waar voor landschappelijke waarde extensiever gewerkt wordt. In het eerste gebied zal gebruik van GLB lager zijn dan in de gebieden met hogere landschappelijke waarde, is de verwachting. Daar hoeven de telers dan geen grond uit productie te nemen voor biodiversiteit.

NFO: ecosysteem fruitteelt verdient vrijstelling van GLB-eisen

De fruitteelt neemt een bijzondere positie in als meerjarige teelt. Daardoor is er een meerjarig ecosysteem in de boomgaard. Dat is heel iets anders dan wanneer je in het voorjaar begint te zaaien op een perceel en opnieuw iets opbouwt, zegt Gerard van den Anker, voorzitter van de Nederlandse Fruittelersorganisatie (NFO). In overleg met het ministerie probeert de NFO aan te geven hoe bijzonder die positie is en hoe telers zo praktisch mogelijk aansluiten op GLB-criteria voor steun. Dat geldt zowel voor de basisvergoeding als de eco-regelingen, stelt Van den Anker. “De perenteelt bijvoorbeeld, daar werken telers met oorwormen en schuilplaatsen voor oorwormen, maar ook roofvogels, Daar is dus al een ecosysteem nodig om teeltsysteem rond te krijgen. Dat behoeft een andere waardering. Het is niet zo moeilijk, we laten dat graag zien.”
Ook bij fruitteelt komen volgend jaar pilots om te bezien hoe de gangbare fruitteelt past in de structuur van het GLB.
Dat het stelsel zo ingewikkeld wordt, wekt ook weerstand. Van den Anker: “De vereenvoudiging voor telers zou centraal staan. Inmiddels is het al complex, er is al sprake van regionale differentiatie. Laten we het niet ingewikkelder maken. Laat het lagere geldbedrag landen op het boerenerf en niet bij de certificeringsinstellingen. Laat het een beloning zijn voor extra diensten en niet opgaan aan administratieve lasten. ”

Verheul
Jeroen Verheul redacteur


Beheer