Grondwater is de sleutel tegen droogte

30-06 | |
Een boer in Katwijk is zijn akker aan het beregenen in verband met de droogte. Foto: ANP
Een boer in Katwijk is zijn akker aan het beregenen in verband met de droogte. Foto: ANP

Een neerslagtekort in de zomer is niet bijzonder, wel dat de kans op een zorgwekkend groot tekort jaar op jaar groter wordt. In Brabant en Noord-Limburg daalt het grondwaterpeil hierdoor structureel, in Zeeland komen teelten door verdroging in de knel. Dat moet stoppen en grondwater is daarbij steeds de sleutel.

Weken achtereen zonder een spat regen en dan valt ineens in korte tijd de neerslag met bakken uit de lucht. Soms met onweer en af en toe in de vorm van vernietigende hagelbuien. Dat is onmiskenbaar het nieuwe normaal. Niet dat extreme weersomstandigheden een nieuw fenomeen zijn, verre van dat, maar het is wel zo dat weerrecords die vaak jarenlang overeind zijn gebleven, nu achter elkaar sneuvelen.

Vroege droogte

Sinds het begin van de metingen is het met Pinksteren nog nooit zo nat geweest als dit jaar. Dat was dan wel weer fijn voor iedereen die zenuwachtig was geworden na het uitblijven van neerslag in mei. Telers moesten die maand massaal aan de slag met beregeningsapparatuur om hun jonge gewassen aan de gang te houden en LTO begon alvast met waarschuwen voor tegenvallende producties – of zelfs mislukkende oogsten – door de vroege droogte. Inmiddels is dit gevaar geweken, maar de zomer is nog lang en het weer blijvend grillig.

Verontrustend beeld dat steeds gewoner wordt.
Verontrustend beeld dat steeds gewoner wordt. Foto: Joost Stallen

Hoeveelheid neerslag gelijk

Los van hoe het weer zich de rest van het jaar ontwikkelt, is de kans aanzienlijk dat het KNMI eind 2022 weer zal melden dat er tussen de 850 en 900 millimeter regen is gevallen. “De gemiddelde hoeveelheid neerslag is niet zozeer het probleem”, vertelt Lonneke Schilte. Als droogtecoördinator bij Waterschap De Dommel is het haar taak om overzicht te houden over de stand van zaken in ‘haar’ werkgebied. Dat ligt in Midden-Brabant, aan de westkant begrensd door Waterschap Brabantse Delta, oostelijk door Waterschap Aa en Maas. Samen met Waterschap Limburg zijn deze waterschappen verantwoordelijk voor de waterhuishouding in een van de meest droogtegevoelige delen van Nederland: met overwegend zandgebieden, waar de beschikbaarheid van voldoende water niet altijd meer vanzelfsprekend is.

Veel beregeningsputten

Volgens Schilte zit het probleem hem naast het grillige neerslagpatroon vooral in het gemak waarmee die neerslag – in Zuid-Nederland is dat veruit de belangrijkste aanvoerbron voor water – weer uit het gebied verdwijnt. Het watersysteem is van oudsher gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van water in tijden van overschot. Eventuele tekorten konden worden rechtgetrokken met grondwater. “Grondwater is dus een belangrijke bron voor de watervoorziening in de landbouw. Er zijn daarom veel beregeningsputten in Brabant”, reageert Jos Kruit. Net als Schilte is hij droogtecoördinator, maar dan bij Waterschap Aa en Maas.

Hoeveelheid grondwater daalt

Het belang van grondwater als verbruiksartikel – behalve voor agrarische doeleinden, ook voor allerlei andere functies – wijst ook direct op het grote belang om deze voorraad in stand te houden. Dat besef leidde eind vorig jaar tot het Grondwaterconvenant; naast de Brabantse waterschappen zijn ook de provincie, natuurbeheerders, de industrie en drinkwaterbedrijven en de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie hierbij betrokken. Uitgangspunt van het convenant is dat de onttrekkingen en aanvullingen van water in de grond met elkaar in balans moeten komen en blijven en het peil van het grondwater niet structureel meer mag dalen. De afgelopen jaren werd in het voorjaar en in de zomer aan die basisvoorwaarde vaak niet voldaan: het grondwater zakte diep weg.

Hoe de benodigde maatregelen om dat evenwicht beter te bewaren eruit gaan zien, is voor het merendeel nog niet duidelijk. Wel is in het convenant opgenomen dat de waterschappen in samenspraak met de provincie het beleid voor beregenen met grondwater en voor kleine onttrekkingen gaan herzien, in samenhang met de onttrekking van oppervlaktewater voor gewasbevochtiging. Vrij vertaald betekent het: meer doen om water vast te houden en werken aan manieren om het waterverbruik terug te dringen.

Voor wat, hoort wat

Concreet: voor de grote hoeveelheid regen die tijdens Pinksteren viel, en voor alle toekomstige hoosbuien, betekent het dat er voorzieningen moeten zijn om dit water zoveel mogelijk vast te houden. Vertaald naar de praktijk betekent het dat (grond)water onttrekken mogelijk blijft, maar dat daar inspanningen tegenover moeten staan om water vast te houden en te sparen. Schilte: “De vanzelfsprekende beschikbaarheid van water heeft zijn langste tijd gehad. We vragen om inspanning van alle betrokkenen, dat is ook in hun eigen belang.”

De vanzelfsprekende beschikbaarheid van water heeft zijn langste tijd gehad

Grondgebruikers krijgen een belangrijke taak omdat ze het grootste deel van het land beheren en zo ook het overgrote deel van de watergangen. Volgens Schilte heeft Waterschap De Dommel ruim 2.000 kilometer (A- en B-)watergangen in direct beheer en is meer dan 20.000 kilometer aan sloten in eigendom en onderhoud van derden. ”Het mag duidelijk zijn dat maatregelen die die deze lokale beheerders nemen een aanzienlijk positief effect kunnen hebben.” Veel mogelijkheden zijn al vaker genoemd, zoals het verhogen van slootbodems of het aanbrengen en hoog houden van eenvoudige (schotbalk)stuwtjes in deze sloten, om water vast te houden en zo meer tijd te geven voor infiltratie naar de ondergrond. Andere mogelijkheden zijn de vergroting van het bufferend vermogen van de grond door aangepaste grondbewerking en verhoging van het organische stofgehalte.

Aanpassingen beken

“Voor de langere termijn moeten we denken aan een herinrichting van het landschap”, stelt Schilte. Veel kleinere sloten – ‘de haarvaten’ – zijn nu nog ingericht om water snel af te voeren. Ze liggen bijvoorbeeld veelal haaks op grotere sloten of beken. “Je kunt eraan denken om die sloten veel meer parallel aan die beken te laten lopen, dat werkt afvoervertragend. We zijn al lang bezig met dat soort aanpassingen voor de beken. De uitdaging voor de toekomst is dat ook te doen voor die haarvaten.”

Om water vast te houden hebben waterschappen al jaren geleden het zomer- en winterpeil ingeruild voor een meer op waterconservering gericht streefpeil: hoog als het kan, lager als het moet. Een hogere waterstand kan met name in het voorjaar knellen, als telers het land op willen. “We willen de boeren en tuinders ook daarin blijven faciliteren, maar wel voor zover dat verantwoord is. Zie het als een samenspel; een teler zou ook kunnen overwegen om eerst een droger perceel op te zoeken.” Nog een aanpassing in het landschap zou kunnen zijn dat teelten verhuizen naar andere plekken. Kruit: “Niet omdat het waterschap dat wil, maar omdat het niet meer vanzelfsprekend is dat het grondwaterpeil wordt verlaagd als een teler daarom vraagt. Waterschappen hebben niet de taak om percelen die feitelijk ongeschikt zijn voor een teelt, alsnog geschikt te maken.”

Geen bovengrondse opslag

Als stuwtjes in sloten kunnen helpen water vast te houden, is dat dan ook mogelijk met grotere waterbuffers die kunnen worden aangesproken bij droogte? “Dat kun je vergeten”, maakt Kruit duidelijk. “Dan zou je half Brabant onder water moeten zetten.”

Her en der zijn er ook nog waterbergingen. Lege gebieden die dienen voor de tijdelijke opvang van water als het enorm nat is. Die zijn niet te gebruiken om water te bewaren, omdat ze vaak laag liggen en omdat ze leeg moeten blijven voor calamiteiten. “Die liggen er niet om de gevolgen van droogte op te vangen. Onze belangrijkste buffers zijn de bodem, het oppervlaktewater en het grondwater. Daarvan moeten de peilen – ofwel het watervasthoudend vermogen – omhoog. Vandaar het belang van het Grondwaterconvenant.”

Betaald grondwater

Als ondanks alle goede bedoelingen en inspanningen het grondwater structureel blijft dalen, bestaat dan de kans dat er betaald moet worden voor wateronttrekking? Het is een zorg die onder telers zeker bestaat. Telers zijn nu wettelijk verplicht bij te houden hoeveel grondwater ze onttrekken. Die informatie dient nu om te achterhalen waar het grondwater heengaat, maar straks wellicht vooral om op te worden afgerekend.

Stallen en Stan Verstegen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.



Beheer