Doorgaan naar artikel

Frank van der Helm (InHolland): ‘Van kasplantje naar levend teeltsyteem’

Frank van der Helm, associate lector aan hogeschool InHolland. - Foto: Ton van der Scheer premium

Frank van der Helm, associate lector aan hogeschool InHolland. - Foto: Ton van der Scheer

De levende teeltsystemen van Frank van der Helm moeten het niet hebben van schoon en gecontroleerd. Maar het is er ook geen krioelende chaos. “We weten nu veel beter hoe natuurlijke ziektewering werkt dan toen ik biologische landbouw studeerde”, zegt de net benoemde associate lector aan hogeschool InHolland.

Elk jaar stromen zo’n zestig eerstejaars de tuinbouwopleidingen van InHolland in, hbo’ers die een paar jaar later meestal voor hun diploma-uitreiking al een goede baan hebben. Vaak dromen zij ook van een eigen bedrijf. Het maakt niet uit of dat een hightech megabedrijf wordt of een kleinschaliger mid- of lowtech teeltbedrijfje in een lokale korte keten: docent plantenteelt Frank van der Helm leert ze weerbare planten telen in een biodiverse kas.

Een kas vol met plantjes zonder natuurlijk afweermechanisme is een speeltuin voor elke plaag

Als associate lector levende plantsystemen leert Van der Helm zijn studenten hoe het anders kan dan na een teeltwisseling ‘schoon’ beginnen, alles wat leeft buiten houden en wat toch binnenkomt bestrijden, eerst gericht met beestjes en dan alsnog met chemische correctiemiddelen.

Van der Helm: “Dat is een heel wankel evenwicht. De leegte die je creëert door te stomen of met ontsmetting of gebruik van middelen geeft instabiliteit. Een kas vol met plantjes zonder natuurlijk afweermechanisme en zonder nuttige microbiologie, dat is een speeltuin voor elke plaag die maar binnen weet te kruipen.”

“De tuinbouw krijgt de laatste jaren meer oog voor weerbaar telen. Maar we weten er nog maar zo weinig van. De macrobiologie in de kas, die snappen we wel. Maar de microbiologie niet, dus die negeerden we dan maar. Maar meer dan 95% van het microleven in de kas is positief. Dat is niet alleen bodemleven. Het zit ook op het blad, in het water, in het substraat. Hoe we ook ontsmetten, een microbioom ontstaat toch, zelfs in steenwol. Dan kun je maar beter uitzoeken hoe je dat microbioom en dat macrobioom zo kunt inrichten dat het een levend, weerbaar teeltsysteem wordt.”

Weerbaar telen niet zweverig

“De tijd dat weerbaar telen als iets zweverigs werd beschouwd zijn we in de glastuinbouw inmiddels ver voorbij. De colleges die ik er hier in Delft over geef, worden heel goed bezocht. Machtig interessant vinden de studenten, waaronder ook nog steeds een hoop tuinderszonen. ‘Dit is waarvoor we naar school komen’, zeggen ze. Ik denk dat het ze nu meer aanspreekt dan dertig jaar geleden, omdat we er nu veel meer over weten.”

“Het principe van een goed ingericht teeltsysteem waarin planten minder last hebben van ziekten en plagen, dat was toen ook wel bekend. Maar er was alleen maar ervaringskennis opgedaan op biologische bedrijven. Nu is er veel meer kennis uit fundamenteel onderzoek en praktijkonderzoek en niet alleen biologisch, maar ook gangbaar. Nu weten we dat een plant zichzelf kan verdedigen en dat deze hierbij hulp krijgt van een leger aan micro-organismen.”

Een probleem met een plaag is een teken dat je teeltsysteem niet goed is ingericht

“Die onderzoekskennis wil ik naar de bedrijfspraktijk brengen. Een associate lector is ondersteunend en meer gericht op uitvoering van onderzoek dan lectoren. Met het onderzoek dat ik met mijn studenten doe, willen we meer te weten te komen over hoe je problemen in je teelt voor kunt zijn. Wat het anders maakt dan Integrated Pest Management (IPM) is dat je minder gericht bent op problemen oplossen. Preventieve stappen in IPM zijn toch vaak probleemgerichte oplossingen.”

“Maar een probleem met een plaag is een teken dat je teeltsysteem niet goed is ingericht. Dat je die 95% positieve microbiologie niet goed laat werken. Dus proberen wij nu microbioom te meten én te interpreteren. Want met alleen een lijst van een paar honderd of een paar duizend organismen die je in je kas hebt, daar heb je niks aan. Je wilt weten wat de bio-interacties zijn.”

Systeemontwerp

“Daar is al veel onderzoek naar gedaan op universiteiten. De Syngenta’s en Bayers gebruiken dat onderzoek ook, maar vooral om er een product van te maken, een groen middel dan wel, maar toch, een míddel om problemen mee te bestrijden. Als je fundamenteel bio-interactieonderzoek loslaat bij een willekeurige amarylliskweker of op een tomatenbedrijf, dan zijn dit ongecontroleerde experimenten. Want dat is veel groter dan in een afgebakend stukje wetenschappelijk onderzoek. Bij het goed combineren van fundamentele kennis uit die experimenten in een praktijksituatie komt system design om de hoek kijken. Systeemontwerp.”

Pluriformiteit maakt stabiel

“Dat moet niet leiden tot één nieuw leidend teeltsysteem. Juist pluriformiteit maakt stabiel. Ik zie levende teeltsystemen voor me die net zo goed kunnen werken op kleine gezinsbedrijven als op internationaal opererende bedrijven in handen van aandeelhouders. Veel van mijn studenten zouden toch graag hun eigen toko willen. Een kleinschaliger teeltbedrijf, natuurinclusief, dicht bij de klant, dat kan een serieuze optie worden. Want je hebt straks € 100 miljoen nodig voor een hightech tomatenbedrijf. En dan loop je met dat high-input bedrijf ook nog eens een groot risico, omdat politiek, maatschappij en markt duurzaamheid eisen en zich wispelturig gedragen.”

Kern van de zaak is: hoe richt ik mijn systeem slim in en welke interventie durf je als teler dan achterwege te laten?

Natuurinclusief hoeft niet biologisch

“De telers die de natuurinclusieve kant opgaan, doen dat nu vaak biologisch. Maar dat hoeft dus niet, ook al is het voor de markt vaak interessant. Het voordeel van biologisch is dat het een helder afgebakende en herkenbare keuze is. Door je te beperken, moet je het wel anders doen. Maar tegelijk is de beperking die je jezelf oplegt ook een nadeel. We leven in een hoogtechnologische, complexe maatschappij en daar past een tuinbouw bij die dit ook is. Daarin kun je op een andere manier, met moderne technologie en kennis, ook circulair werken en de stabiliteit van een divers ecosysteem optimaal benutten.”

“Kern van de zaak is: hoe richt ik mijn systeem slim in en welke interventie durf je als teler dan achterwege te laten? Te beginnen met de meest schadelijke interventies natuurlijk. Dit vertelde ik aan een jonge, aankomende radijsteler en ik zag meteen de raderen draaien. We zijn de laatste halve eeuw vooral bezig geweest onszelf en onze acties onmisbaar te maken. Maar wil je als teler afhankelijk zijn van middelen en steeds weer reageren op wat er gebeurt? Of wil je zelf in je kas de omstandigheden kunnen creëren waarbij gewas en productie kunnen gedijen. Zet het uit, laat het leven en voedt het, zodat het als een levend teeltsysteem voor je kan gaan werken.”

Delen

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin