Jelte van Kammen (Harvest House): ‘Datamodel open voor Nederlandse teelt’

06-07 | Laatste update op 23-08 | |
Jelte van Kammen (links), directeur Harvest House en Rien Kamman, eigenaar van teeltautomatiseerder Source.ag. - Foto: Dennis Wisse/Roel Dijkstra
Jelte van Kammen (links), directeur Harvest House en Rien Kamman, eigenaar van teeltautomatiseerder Source.ag. - Foto: Dennis Wisse/Roel Dijkstra

Bedrijven die teelt automatiseren met data lijken telers te willen gebruiken voor eigen gewin. Harvest House gelooft dat zijn model met Source.ag voor de hele sector kan werken en roept telers op zich aan te sluiten.

Jelte van Kammen gaat een interview vaak in met een boodschap. We vragen de directeur van Harvest House of dat vandaag ook zo is. We stellen voor daarmee te beginnen. Van Kammen moet lachen, maar steekt van wal. Het is een waarschuwing, maar ook een uitnodiging. Eerst de waarschuwing. Telers moeten goed nadenken over hun rol in de keten in een periode van vijf tot tien jaar en hoe ze relevant blijven. “Wat dat betreft zie je dat China en de VS veel sneller investeren in data en techniek dan wij in Nederland. Dat komt ook door investeerders.”

De uitnodiging is gericht aan Nederlandse telers om samen te werken aan teeltautomatisering. Harvest House stapte namelijk in een commerciële samenwerking met Source.ag, een jonge teeltautomatiseerder van onder meer Rien Kamman. Hij is expert kunstmatige intelligentie. Dit jaar zal zo mogelijk op 800 hectare gewerkt worden met deze software.

Van Kammen wil meer. Nederlandse partijen kunnen samen het meeste bereiken met data en in eigen kring die voordelen vasthouden. Het bewijs kan hij laten zien. Bij tomatenteler Agro Care zijn al kostenbesparing en teeltoptimalisatie zichtbaar, maar ook een betere oogstprognose. Met meer data is op termijn ook ziektebestrijding mogelijk.

Kwam deze stap van uw telers of van bovenaf?

“Twee jaar terug kwam onze teler Arco Vreugdenhil bij me. Hij had twee mannen gesproken en daar een heel goed gevoel bij. Hij vroeg ‘wil je met ze praten?’ Ik voelde toen dat dit mannen zijn die verschil kunnen maken, omdat ze beginnen bij productie en zo kijken hoe je relevant kan blijven in de keten.”

Wordt dat gelijk omarmd door de meeste telers?

“Een aantal telers zei eerst: ‘dit is ver van mijn bed.” Agro Care en Kwekerij De Wieringermeer wilden starten. Toen was het nog een idee. Vervolgens hebben we het met een grotere groep telers besproken, tijdens een inspiratiesessie in het Sparta Stadion. Het interessante was ook dat we minderheidsaandeelhouder konden worden en volop meewerken aan het product.”

Lees verder onder foto

Agro Care is een goed voorbeeld: vooral tomatenbedrijven denken over en bouwen aan fusies. - Foto: Joep van der Pal

Voor hoeveel procent zijn jullie eigenaar?

“We zijn minderheidsaandeelhouder. Dit soort start-ups moet je echt met technologie-investeerders financieren.”

In hoeveel kassen draait het nu bij jullie?

“We zijn nog maar net gestart. Bij Agro Care draait het nu in 80% van de tomatenteelt. Bij Kwekerij De Wieringermeer is het net opgestart in de paprikateelt. We zullen het nu bij meerdere ondernemers in hoog tempo uitrollen. Het doel dit jaar is wel dat we naar 800 hectare willen groeien.”

Uitrollen klinkt makkelijk, is dat ook zo?

“Source.ag zorgt dat software geïmplementeerd en de klimaatcomputer ontsloten wordt en ondernemers opleiding krijgen. Dat is feitelijk de uitrol die plaatsvindt. De softwarebouwers kijken nu nog constant mee met teeltmanagers. Zij vertalen dat in softwareoplossingen. De volgende fase is dat we kunstmatige intelligentie loslaten en de teler ondersteund wordt in zijn vakmanschap. De span of control van de teeltmanager is dan veel groter.”

Het is innovatief, maar niet sterk sensorgestuurd nog.

“We zijn er nog niet. Ik verwacht dat iedereen oplossingen zal vinden in kunstmatige intelligentie en dit zal aanbieden vanuit een soort appstore. Er zullen ook anderen komen met oplossingen, er komen inderdaad sensoren bij. Alle datapunten wil je vervolgens toevoegen.”

Lees verder onder foto

Meer datapunten moeten meer mogelijkheden opleveren voor teeltmanagers en chef. Ook zonder extra sensoren. - Foto: Source.ag

Je kan ook zeggen. Harvest House zet nu pas stappen op AI-gebied?

“We waren zelf ook op zoek. Al een paar keer hebben we een partij een presentatie laten verzorgen. Toen sprong het vonkje niet over, het was niet de juiste boodschap op het juiste moment.”

Wat voor effecten ziet u nu al?

“We zien op weekbasis met dit systeem al dat de aanbodsprognose vele malen betrouwbaarder is dan onze producenten dat kunnen. Er is meer inzicht en er kan beter gestuurd worden op kosten. Bij Agro Care hoor ik echt enthousiaste geluiden, bijvoorbeeld over energie. Je kunt beter op energie sturen door warmte te meten en datapunten te creëren. Ook is gekeken naar CO2 en de kosten daarvan. Met die ondersteuning is het rendement te verbeteren op de teeltbedrijven.”

Helpt dit ook internationaliseren? Teelt op afstand?

“Je ziet nu dat een manager veel meer dan 10 hectare kan bestrijken en als chef kun je veel meer sturen. Daarmee wordt het internationaliseren makkelijker. Je hoeft als chef niet steeds heen en weer te vliegen, maar je kunt de data bekijken. In het buitenland hou je mogelijk wel je teeltmanagers.”

Wat zijn de minder laag hangende vruchten?

“Een voorbeeld is het vraagstuk binnenrot bij paprika. Als de kwaliteit van data goed is en telers willen data delen, kennen we dan oorzaak en gevolg vinden van deze ziekte? Onze droom is ook om veel vraagdata te verzamelen en daar ook kunstmatige intelligentie in op te nemen en dat koppelen aan Source ag. Dan ga je nog beter sturen.”

Is sneller overstappen naar een andere teelt een groot voordeel? Wendbaarheid?

“Dat zie ik nu als een bijvangst. Ik sluit echter niet uit dat we meer met zaadbedrijven gaan samenwerken. Misschien kan je het koppelen met teeltrecepten. We zijn nu anderhalf jaar onderweg. Eerst zorgen we dat we een basis hebben. Dan kunnen we kunstmatige intelligentie op de data loslaten en steeds meer stappen maken en samenwerking zoeken, bijvoorbeeld meer met techniekbedrijven.”

Wat betekent het voor bestaande teeltmanagementsystemen als Letsgrow?

“Andere software zoals Letsgrow wordt nog steeds gebruikt, maar ik sluit niet uit dat we steeds meer via Source.ag doen.”

Data delen ligt gevoelig. Hoe heeft u dat opgelost?

“Je ziet dat iedereen nadenkt over zijn rol in die keten. Ook nieuwe partijen willen met data een verdienmodel creëren. Dat is ieders goed recht natuurlijk, maar hoe raken we betrokken en ook gelijkwaardig betrokken? Iedereen wil de expertise van Nederlandse telers, maar het moet niet neerkomen op het leegtrekken van Nederlandse telers. Daar hebben we tegen geageerd. In de federatie vruchtgroenten hebben we het protocol Glas 4.0 getekend. Dat bepaalt wie eigenaar is van data en wat je met die data doet.”
Lees verder onder foto

Agro Care Wieringermeer hoopt op scala aan effecten van telen met data. - Foto: Agro Care
Agro Care Wieringermeer hoopt op scala aan effecten van telen met data. - Foto: Agro Care

Met Source.ag is dat juridisch geregeld?

“Belangrijk is dat we een juridische overeenkomst sloten over wat zij met data doen. Onze data mag nooit gedeeld worden. Tuurlijk bouwen zij software, maar zelfs leden onderling moeten toestemming geven om onderling informatie te delen.”

Maar een deel van de informatie is algemeen. Hoe houdt u tegen dat ze kennis die bij jullie wordt opgedaan elders inzetten?

“Een deel van de data is inderdaad plantenfysiologisch. Ze gaan met het softwarepakket naar concurrenten. Dat hoort ook bij ondernemerschap. Daarom moet je ervoor zorgen dat je voorop blijft lopen.”

Zijn uw collega-afzetbedrijven hiermee bezig?

“Ik zie dat iedereen bezig is met data, maar ik zie geen stappen. Ik verwacht wel dat anderen misschien aansluiten bij Source.ag. Dat is zeker een uitnodiging, ik hoop dat Nederlandse producenten realiseren dat dit een belangrijke stap is. Of je oplossing A, B of C pakt, maakt niet uit.”

Of baant u een pad voor anderen in Nederland?

“Wij zijn niet van de samenwerking waarbij er één hard loopt en anderen kijken. Je doet het met elkaar of niet. Ondernemers moeten op het puntje van hun stoel willen zitten. Het begint klein en dat houdt elkaar scherp. Als je dit met ondernemers in één club doet, praat het wat makkelijker.”

Verheul
Jeroen Verheul redacteur

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.



Beheer