Doorgaan naar artikel

Combinatie van teelten ontlast doorteelt

Image premium

Meer glas is weer een paar hectare doorteelt erbij. Dat is steeds ­minder vanzelfsprekend, signaleert Ad van Laarhoven van DLV Plant. Hij zet teeltopties op een rijtje om de afzetdruk rond de doorteelt te ­verminderen, en om productie en vraag beter op elkaar te laten ­aansluiten.

Hoeveel procent van het Nederlandse areaal onder glas staat er als doorteelt? Ad van Laarhoven, bedrijfsdeskundige van DLV Plant, durft wel een beredeneerd gokje te wagen, uitgaande van zo’n in totaal zeker 300 hectare glasaardbeien. Met zo’n 3 hectare Lambada, een gelijke oppervlakte van het opkomende ras Clery, 10 tot 15 hectare vroege Sonata met en zonder groeilicht, enkele hectares doordragers, en met het geschatte areaal van bedrijven als Driscoll’s of Europe, komt volgens zijn schatting 85 tot 90 procent van een doorteelt. “De voorbije jaren de lucratiefste teeltvorm. En dus heeft DLV Plant zich daar in zijn advisering ook altijd op gericht.”

Dat de doorteelt glans dreigt te verliezen is niets nieuws. In het voorjaar valt dat tot op heden nog mee, want aardbeien zijn dan de enige soort vers fruit, en Nederlandse aardbeien zijn een verademing na de Spaanse aanvoer. De pijn zit hem in het najaar, vanwege de dreiging van overproductie.

Productiegestuurd naast vraaggestuurd

De huidige situatie is wat Van Laarhoven betreft wel te verklaren. Oudere kassen zijn lang geschikt voor aardbeien, en de laatste jaren is er een ruim aanbod goed, betaalbaar glas. Dat drukt de kostprijs. Bovendien vallen de kosten mee voor de aanpassing voor aardbeien van zo’n kas. “Voor de prijs van een nieuwe tunnel kun je het doen.”

Het maakt dat telers met uitbreidingsplannen zich meer en meer afvragen of de keus voor Elsanta in een doorteelt nog wel vanzelfsprekend is, of dat het slimmer is te kijken naar alternatieven (tabel 1), signaleren Van Laarhoven en zijn collega’s, aldus inspelend op verschuivingen in de markt.

Dat de markt in beweging is, werd weer eens duidelijk tijdens de paneldiscussie op de afgelopen Aardbeiendag in Den Bosch. Onder andere Gerard van Loon van The Greenery, Gaston Opdekamp van Veiling Hoog­straten en Lowie Claessens van Driscoll’s of Europe bogen zich toen over de vraag ‘Waar ligt de toekomst van de aardbeienteler in de markt?’. Waar Van Loon en Opdekamp aangaven hun hoofdopdracht te zien in de afzet van de dagelijkse aanvoer tegen een zo goed mogelijke prijs, wees Claessens op een omgekeerde marktbenadering: eerst uitzoeken wat de markt vraagt, en vervolgens zoeken naar telers die daar met hun productiepatroon invulling aan kunnen geven.

Anders aanpakken

Mogelijkheden voor andere productiepatronen in de richting van andere rassen en/of teeltcombinaties (zie grafiek) zijn er genoeg. “Daarover heb ik me gebogen door bedrijfseconomische cijfers van individuele teeltmogelijkheden op een rij te zetten, en door te wijzen op teeltcombinaties die eventueel kunnen.”

Voor de productie in de zomer wijst Van Laarhoven op het ras Jive als mogelijkheid, vanwege het goede productievermogen bij hoge temperaturen. Optie 2 is eventueel te combineren met optie 3, aldus mikkend op een zo vlak mogelijk arbeidspatroon. In optie 3 is een teelt met groeilicht opgenomen. “Zo’n belichte teelt is op zichzelf vaak niet rond te rekenen, maar dat wordt anders als onderdeel van een reeks teelten die aansluit bij de vraag van jouw afnemer.”

Teelten mixen is wat de DLV’er betreft ook aan de orde met doordragers, vanwege het grillige productieverloop. “Gaten zou je kunnen opvangen door verschillende rassen met verschillende groeipatronen naast elkaar te telen.” Benadrukkend: “De opties die ik naar voren schuif zijn zeker geen panklaar op te volgen oplossingen, maar vormen een handvat om na te denken over alternatieven in de opzet van de teelt en de afzet.”

Delen

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin