Beter doorgaan met verspillen

04-02-2014 | |
van der Scheer
Ton van der Scheer Redacteur
Beter doorgaan met verspillen

Voedselverspilling lijkt erg, maar stoppen met verspillen zou het einde betekenen van heel veel tuinbouwbedrijven.

Gisteren kwam het tegengaan van voedselverspilling in beeld met een maatbekertje dat aan staatssecretaris Sharon Dijksma werd uitgereikt. Ook kwam een rapport van het LEI in de publiciteit. Een simpele en concrete benadering van dit nieuwsthema tegenover een ingewikkelde benadering langs een mathematisch model.

Koken met een maatbekertje kan inderdaad op een heel eenvoudige manier er voor zorgen dat je niet te veel rijst of pasta kookt en dus ook niet in de verleiding komt om restjes weg te gooien. Het maatbekertje van het Voedingscentrum en Albert Heijn staat daarmee symbool voor mogelijke te nemen maatregelen tegen dit probleem.

Want dat het een enorm probleem is, wordt graag met duizelingwekkende cijfers geïllustreerd. “De Nederlandse consumenten gooien jaarlijks voor 2,5 miljard euro aan voedsel weg.” Of “Voedselverspilling kost producenten van voeding tot jaarlijks 565 miljard euro per jaar.” Of iets tastbaarder: “Per Nederlander gooien we jaarlijks 50 kilo voedsel weg.”

Dat zijn zulke grove megacijfers, dat ze niks meer betekenen. Zouden we maar alvast wat beter weten hoeveel groente en fruit elke Nederlander jaarlijks weggooide. Het genoemde LEI-onderzoek haalt een statistiek van de wereldvoedselorganisatie FAO aan, waaruit blijkt dat huishoudens vooral veel graanproducten weggooien (25% van wat ze in huis halen) en daarna ook veel groente en fruit (19%). Groente en fruit spannen de kroon voor wat betreft de weggooi door de hele keten, inclusief de huishoudens: de FAO maakt onderscheid tussen groente en fruit (totaal 56% afval) en wortel- en knolgewassen (68% afval).

Klinkt erg, maar is het dat ook? Dat afval vindt ten eerste vaak nog een nieuwe bestemming als veevoer of in de compostering. En voor de tuinder is misschien wel vooral relevant, dat die kleine helft van hun groente- en fruitproductie, die de boodschappentas van de consument bereikt, al gelijkstaat aan een toestand van structureel overaanbod.

Met andere woorden: zonder al dat afval zou het overaanbod nóg veel groter zijn en de prijzen  voor de tuinders nóg lager. Dat het LEI nu heeft becijferd dat het tegengaan van voedselverspilling in Europa macro-economisch nauwelijks effect heeft en bovendien niks helpt tegen de honger op andere continenten, is dus in zekere zin een zegen: het maakt het thema er politiek in elk geval niet urgenter op.

Blijft over het moeilijk weg te wuiven feit dat er allerlei grondstoffen en hulpstoffen (kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen) worden gebruikt voor de productie van afval. Het LEI zet er gelukkig voor de groentetelers een ander scenario naast. Stimuleren van een gezond eetpatroon van meer plantaardig en minder dierlijk eiwit is macro-economisch wél gunstig en betekent ook een veel duurzamer gebruik van grondstoffen en hulpmiddelen. De politiek zou dus moeten inzetten op ‘minder vlees, meer groente’. Dan denk ik toch dat ze eerder gaan voor het veel makkelijker verkoopbare ’tegengaan van verspilling’.



Beheer