Doorgaan naar artikel

Agnes van Ardenne: ‘Van emotionele naar rationele tuinbouwsector’

Agnes van Ardenne (1950) begon haar politiek-bestuurlijke loopbaan als CDA-raadslid in Vlaardingen. Van 1994 tot 2002 was ze Kamerlid. Van 2002 tot 2007 was ze staatssecretaris en minister van Ontwikkelingssamenwerking in de drie kabinetten Balkenende. Na vier jaar bij de FAO werd ze in 2011 de laatste voorzitter van het Productschap Tuinbouw. Van 2017 tot 2019 was ze waarnemend burgemeester van Westland. Dat combineerde ze met het voorzitterschap van Naktuinbouw. - Foto: Peter van Leth

Agnes van Ardenne (1950) begon haar politiek-bestuurlijke loopbaan als CDA-raadslid in Vlaardingen. Van 1994 tot 2002 was ze Kamerlid. Van 2002 tot 2007 was ze staatssecretaris en minister van Ontwikkelingssamenwerking in de drie kabinetten Balkenende. Na vier jaar bij de FAO werd ze in 2011 de laatste voorzitter van het Productschap Tuinbouw. Van 2017 tot 2019 was ze waarnemend burgemeester van Westland. Dat combineerde ze met het voorzitterschap van Naktuinbouw. - Foto: Peter van Leth

Tuindersdochter Agnes van Ardenne werd minister en keerde daarna weer terug naar de tuinbouw als voorzitter van het PT en – tot 1 september – van Naktuinbouw. “De sector is geprofessionaliseerd met hoger opgeleide ondernemers aan het roer; is minder emotioneel, meer rationeel geworden.”

Na zes intensieve jaren heeft Agnes van Ardenne, mede om gezondheidsredenen, afscheid genomen van Naktuinbouw. Net te vroeg om nog met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te komen tot een meerjarenovereenkomst.

“Voor de tuinbouwondernemers geen probleem dat die er nog niet was. Er komen dingen in te staan die in de praktijk al worden uitgevoerd. Na de inwerkingtreding van de nieuwe Plantgezondheidswet is de opgestelde overeenkomst tussen de NVWA en de vier plantaardige keuringsdiensten herzien. De verantwoordelijkheden tussen NVWA en de keuringsdiensten staan hier nadrukkelijk in. Denk aan afspraken over de taakverdeling, accreditaties, protocollen, meldingsverplichtingen en rapportages. Dat proces is nu afgerond. Het ondertekenen van de meerjarenovereenkomst gebeurt in de komende maanden.”

Leidt een plantenziekte als ToBRFV bij Naktuinbouw tot opwinding of extra inzet van mensen?

“Er ontstaan steeds nieuwe ziekten. ToBRFV is zo’n relatief nieuwe ziekte. Elk jaar duiken er wel enkele nieuwe ziekten op en het risico daarop blijft groot, mede gelet op de intensieve wereldhandel. De impact verschilt enorm; de impact van ToBRFV in tomaat is erg groot te noemen. Daar is Naktuinbouw op voorbereid; het zorgt niet tot paniek of opwinding. Indien nodig is er capaciteit om op te schalen; vaak in overleg met NVWA, sowieso als het quarantaineorganismen betreft.”

Wat vindt u het meest veranderd in de tuinbouwsector?

“De positie van de Nederlandse tuinbouw is zowel binnen de landsgrenzen als de rest van de wereld minder sterk dan voorheen. Dat is geleidelijk verlopen. Het opheffen van de product- en bedrijfschappen heeft daarin een rol gespeeld, maar was niet het enige. De ruimtenood in overvol Nederland heeft ook niet geholpen. Veel tuinbouwgrond is de laatste decennia ingezet voor het bouwen van woningen, vooral rond steden.”

De noodzakelijke schaalvergroting van de tuinbouwbedrijven is goed opgepakt en als het ware geruisloos verlopen. Er zijn nu krachtige, kennisintensieve tuinbouwbedrijven

Welke gevolgen heeft dat gehad?

“De afstand tussen de bevolking en de sector is daarmee groter geworden. Daar speelt ook in mee dat de tuinbouw zich dermate van hightech en hygiënemaatregelen bedient, dat het niet altijd mogelijk is om op het bedrijf bezoekers te ontvangen voor nadere voorlichting.”

Wat heeft de tuinbouw de laatste decennia goed opgepakt?

“De noodzakelijke schaalvergroting van de tuinbouwbedrijven is goed opgepakt en als het ware geruisloos verlopen. Er zijn nu krachtige, kennisintensieve tuinbouwbedrijven. Die vind je door ons hele land en daarbuiten. Ik ben daar best trots op. Achteraf pratend had de schaalvergroting in de sector wellicht sneller gerealiseerd moeten worden om nog beter in te kunnen spelen op ontwikkelingen. De schaalgrootte van de tuinbouwbedrijven bepaalt in hoeverre wordt samengewerkt. Grote bedrijven vinden elkaar sneller dan kleine, meestal gelijkgestemde bedrijven. Dus veelal horizontaal, veel minder verticaal met ketenpartijen. Echter, kleine bedrijven zijn ook nodig.”

Grote en kleine bedrijven, groenten, fruit en bloemen, alles kwam samen in Productschap Tuinbouw (PT). Heimwee naar dat collectief heeft Van Ardenne echter niet.

“Het opheffen van Productschap Tuinbouw was geen overhaaste beslissing, maar een doelgerichte keuze van een meerderheid in de tuinbouw. De tuinbouw kwam als sector door deze bestuurlijke veranderingen in de versnelling. En dat was nodig om zich verder te ontwikkelen tot een sector van wereldfaam. Behoud van zogenoemde publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties had de economische positie van de Nederlandse tuinbouw verzwakt.”

Wat heeft het PT voor telers betekend?

“Het PT heeft altijd ondernemers bij elkaar gebracht en in contact gebracht met kennisinstellingen. Dit heeft de tuinbouw op een hoger plan getild, zowel nationaal als internationaal. Het draait al lang niet meer om de kwantiteit in de Nederlandse tuinbouw, maar om de kwaliteit waarmee hij kan blijven vooroplopen. Daar heeft het PT een belangrijke rol in gehad. De kans bestond dat door het afschaffen van het PT het kind met het badwater zou worden weggegooid. Dat is niet gebleken, de sector heeft zichzelf goed herpakt. Maar dat er nu toch weer gezamenlijke initiatieven ontstaan, zoals de verplichte bijdrage aan onderzoek, vind ik niet zo gek.”

Nieuwe ziekten en plagen, inflatie, politieke ontwikkelingen nationaal en internationaal, protectionisme, dat zijn allemaal bedreigingen

Hoe ziet u de toekomst van de tuinbouw?

“De toekomst van de tuinbouw hangt ervan af in hoeverre de bedrijven zich willen inzetten voor een collectief of meerdere collectieven. Daarvan zijn al meerdere voorbeelden. De bedrijven die daarin meespelen zijn groot en worden steeds groter.”

Wat zijn de grootste bedreigingen voor de sector?

“Nieuwe ziekten en plagen, inflatie, politieke ontwikkelingen nationaal en internationaal, protectionisme, dat zijn allemaal bedreigingen. Maar het grootste knelpunt is ruimte. Nederland wordt niet meer groter gemaakt. Die tijd hebben we gehad, de aandrang is er niet meer. Niet ten koste van het IJsselmeer en niet tussen de noordelijke provincie en de Waddeneilanden. En waarom niet? Het hele Waddengebied is toch bespottelijk met die kleine eilanden. Heb je niks aan. Daar kan je grond beter uitbreiden en dat is bij uitstek geschikt om er tuinbouw te realiseren. Ik weet dat heel veel mensen gek zijn op de Waddeneilanden; dat heb ik niet. Dus populair maak ik me niet met dit standpunt, maar dat is wel vaker geweest.”

Hoe verwacht u dat de politiek gaat reageren op de sector nu ook burgers zich steeds meer gaan uitspreken over de land- en tuinbouw?

“Het zou niet erg zijn, als er wat meer dynamiek komt ten aanzien van de discussie over de toekomst van de land- en tuinbouw. Dat is niet alleen aan de politiek over te laten.”

Beheer
WP Admin