ABU-directeur: ‘Certificering trekt speelveld gelijk’

03-08 | |
Jurriën Koops , ABU-directeur: "In tuinbouw gespecialiseerde uitzendbureaus, daar hebben we als ABU niet zo goed zicht op." Foto: ABU
Jurriën Koops , ABU-directeur: "In tuinbouw gespecialiseerde uitzendbureaus, daar hebben we als ABU niet zo goed zicht op." Foto: ABU

Werken is in de 21ste eeuw flexibeler en flexibeler geworden. En geen branche die daar dikker in zit dan de uitzendbranche. Maar maatschappelijk heeft flex de wind niet meer mee. En ook ABU-directeur Jurriën Koops fronst de wenkbrauwen bij een ongebreidelde groei van flex. Zeker als dat neerkomt op permanente tijdelijkheid.

Jurriën Koops en zijn achterban aanspreken op alle uitwassen die er plaatsvinden in de uitzendwereld, dat is evident zinloos. Knoops heeft hier gezegd dat de ABU zich verantwoordelijk voelt voor de kwaliteit in de branche. Ook al zijn er uitwassen die niet door onze leden komen. De Algemene Bond Uitzendondernemingen heeft namelijk ‘maar’ 520 leden, terwijl er volgens cijfers van de Kamer van Koophandel 15.000 bedrijven zijn die uitzenden van tijdelijke werknemers als hoofdactiviteit hebben. En nog eens 40.000 bedrijfjes die dat doen als nevenactiviteit. En tussen al dat koren zit ook heel veel kaf. Koops spreekt van een gouden branche met een zwart randje. En hij is dan ook voorstander van certificering van alle uitzendbureaus.

Die 520 bedrijven die lid zij van de ABU zijn wel goed voor twee derde van de uitzendmarkt, relativeert Koops. “En die zijn allemaal al vrijwillig SNA-gecertificeerd. Dus het wetsvoorstel van minister Van Gennip om weer een verplichte certificering in te voeren, dat is alleen maar goed voor een gelijk speelveld binnen de branche en meer transparantie op de markt.”

Elke wettelijke verplichting staat of valt wel met handhaving.

“Absoluut. Bij verplichte certificering hoort ook een sluitend overheidstoezicht. We hebben nu ook wetgeving, maar tegelijk zijn er nog steeds malafide bureaus én foute opdrachtgevers. Maar bijvoorbeeld de waarborgsom, die volgens het wetsvoorstel elke uitzender zal moeten gaan storten, gaat wel de vluchtige kant van de sector tegen. Flitsfaillissementen van bedrijfjes die dan een week later weer onder een nieuwe naam opduiken, dat wordt dan een stuk duurder.”

Certificering en handhaving daarvan zijn niet gratis

Wat gaan de telers die met uitzendkrachten werken daarvan merken?

“Inleners zullen ook verplicht zijn om te werken met gecertificeerde uitzenders. De tuinders zullen bewuster zaken moeten doen. Dat gaat louterend werken voor iedereen. Concurrentie door malafide bureautjes wordt moeilijker. Maar er zal ook een kleine kostenverhoging mee gepaard gaan. Certificering en het controleapparaat dat daaraan hangt zijn niet gratis.”

Hoeveel gaan de kosten omhoog?

“Misschien een half procentje. Het valt in elk geval in het niet bij de procenten die er in zo ongeveer elke cao momenteel bijkomen. Die cao’s gelden ook voor de uitzendkrachten die in zo’n sector werken. Dat is in het verleden scheef gaan lopen. Het primaire loon liep wel parallel, maar de secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden bleven voor een uitzendkracht achter ten opzichte van een medewerker die direct bij een bedrijf in dienst was. Op basis van het SER-advies over de arbeidsmarkt op de middellange termijn en onze eigen cao investeren we in gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden en goed werkgeverschap.”

Daar komt dan nog eens bij dat straks niet meer kan worden gewerkt met opeenvolgende reeksen van tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever. Is het einde van flex in zicht?

“Er komt een betere balans in zicht. Als ik hoor dat de tuinbouw voor 80% afhankelijk is van tijdelijke krachten, dan kun je je in gemoede afvragen of dat wel een duurzame propositie is. De maatschappij kijkt nu toch anders naar structurele flex dan tien jaar geleden. De werkgevers zelf ook. Uit ons laatste grote onderzoek daarnaar, in 2019, blijkt dat onze klanten voor het eerst de verwachting uitspraken dat de flexibele schil gaat afnemen. Die was op dat moment 29%. Maar we verwachten dat dat zal teruglopen naar 25%.”

Ook omdat bedrijven in een krappe arbeidsmarkt mensen maar liever aan zich binden?

“Zeker. We staan nog maar aan het begin van een kwart eeuw van alleen maar krimpende beroepsbevolking. Dat kunnen we deels opvangen met arbeidsmigratie, heeft onderzoeksbureau SEO voor ons uitgerekend: tot 2030 zal het aantal arbeidsmigranten met 15 tot 75% toenemen, al naar gelang we erin slagen om hier in Nederland meer mensen meer uren of anders te laten werken; dat is de andere knop waar we aan kunnen draaien.”

Maar meer arbeidsmigranten, dat is nu maatschappelijk gezien op dit moment ook niet echt een populair standpunt?

“Zoals gezegd: arbeidsmigratie is een van de oplossingen om de krapte tegen te gaan. Niet de enige dus. Maar waar we in ieder geval van af moeten, is het halen van arbeidsmigranten om goedkoper uit te zijn. De factor arbeid heeft een prijs. Dat weten tuinders toch allemaal, zonder handjes geen oogst. De naam van het advies van de commissie Roemer, Geen tweederangsburgers, dat trekken wij ons aan. De sleutel is een goede huisvesting. We moeten toe naar het scheiden van wonen en werken. Niet je baas ook als huisbaas. Ook het advies van één bed per slaapkamer vinden we een goed plan. Het samenbrengen van de keurmerken voor huisvesting SNF en AKF ook.

Alle adviezen van Roemer in één klap zet te veel druk op de markt

Maar al die aanpassingen zullen wel stap voor stap moeten worden ingevoerd. Als je die adviezen in één klap dwingend oplegt, dan zet je te veel druk op de markt. Ik pleit er voor om verbetering van de kwaliteit en uitbreiding van de capaciteit in samenhang te bekijken. Voor allebei kunnen we nu al stappen zetten.”

In de tuinbouw zijn er genoeg werkgevers die zelf voor de huisvesting zorgen. En dat juist wenselijk vinden.

“Ik snap dat dat ook voordelen kan hebben voor beide partijen. Maar ook voor het tuinbouwbedrijf dat als huisvester van zijn personeel optreedt zal moeten gelden dat medewerkers niet direct op straat staan als ze hun baan kwijtraken. Hoe dat nu toegaat bij de in de tuinbouwgespecialiseerde uitzendbureaus, daar hebben we als ABU niet zo goed zicht op. Dat is toch een wat gesloten wereldje. Als je kijkt naar de grote namen in de uitzendwereld, Randstad, Olympia, Manpower, Otto ook, die doen weinig of niets in de tuinbouw.”

Er zijn ook telers die hun eigen uitzendbureau hebben opgezet. Die zijn ook geen lid bij ABU?

“Een mooi voorbeeld daarvan is NL Jobs. Die zijn ABU-lid. Het komt vaker voor dat bedrijven als opdrachtgevers de handen ineen slaan en gaan poolen of gezamenlijk inhuren.”

Wat ook weer niet wil zeggen dat de in tuinbouw gespecialiseerde bureaus die géén lid zijn van de ABU verdacht zouden zijn.

“Nee hoor. Alleen weet je als inlenend bedrijf met ABU-bureaus zeker dat ze ons beleid onderschrijven, bijvoorbeeld om zich niet met constructies in te laten. A1-verklaringen bijvoorbeeld, op zich legaal, maar niet bedoeld om mensen langere tijd mee aan het werk te hebben. Daar werken ABU-leden dus niet mee. En ook zzp-constructies of je oogst verkopen aan zogenoemd zelfstandigen die die oogst dan bij je komen doen, dat is allemaal bij ons niet aan de orde.”

van der Scheer
Ton van der Scheer Redacteur

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.



Beheer