Rabo-specialisten: Gebied bepaalt concurrentiepositie telers

20-07 | |
Alle creativiteit en netwerken inzetten voor glasgebieden met weinig alternatieve warmte, stellen Lambert van Horen en Arne Bac, sectormanagers tuinbouw bij Rabobank. - Foto: Roel Dijkstra
Alle creativiteit en netwerken inzetten voor glasgebieden met weinig alternatieve warmte, stellen Lambert van Horen en Arne Bac, sectormanagers tuinbouw bij Rabobank. - Foto: Roel Dijkstra

De energiecrisis zet de volle focus op glasgebieden met onvoldoende kansen voor alternatieve warmte. Rabobank wijst erop dat financierbaarheid in de knel komt en wil netwerk inzetten.

Op de Floriade ontvouwde Rabobank onlangs zijn plannen voor CO2-reducties in glastuinbouwgebieden. De Floriade, de etalage voor nieuwe ontwikkelingen in de tuinbouw, is een prima decor voor deze boodschap. Dat stellen tuinbouwspecialisten van Rabobank Arne Bac en Lambert van Horen. Hun boodschap: Solitaire glastuinbouwbedrijven en kleinere gebieden moeten veel meer over de schutting kijken voor alternatieve energievormen. Alle mogelijke partijen moeten daarbij aanhaken, vindt Rabobank, dus ook energiebedrijven, industrie en overheden. Maar waarom niet een zwembad of boer met biovergister?

Rabobank hield tuinbouwgebieden en hun verduurzamingskansen tegen het licht. Dat levert een confronterende staalkaart op. De scores verschillen aanzienlijk en dat baart zorgen. Zeker in Zuid-Holland zijn veel alternatieve warmtebronnen en hebben tuinders de beste papieren om CO2-uitstoot met bijna twee derde te verlagen. Het is een wake-upcall voor sommige kleinere gebieden met weinig alternatieve energiekansen. De CO2-besparingspotentie is dan niet hoger dan 40%. Verdere ontwikkeling of bankfinanciering komt voor deze gebieden in het gedrang als er niets verandert.

Energiecrisis zet gebiedsdiscussie onder druk

Rabobank brengt het CO2-reductierapport uit op een voorlopig hoogtepunt van de energiecrisis. Die zet alles onder hoge druk. Hoe valt die transitie onder die condities goed uit te voeren? Bac en Van Horen willen in het interviewgesprek vooral focussen op die gebiedsaanpak, maar erkennen dat financierbaarheid ook een onderwerp is.

Toch is er ook relativering bij beide sectorspecialisten. Bac: “Bij veel klanten is niets aan de hand. Ze komen er goed doorheen. Dat geldt voor bedrijven met goede gascontracten en wkk, of wkk zonder contracten die flexibel zijn in teruglevering. Daar zijn dan extra opbrengsten die een jaar geleden niet waren voorzien.”

Rabobank rekent zeker crisisscenario’s door, maar afschakelen is er daar nog niet een van. Bac: “Als je goed luistert in Den Haag, dan volgt minister Jetten voor afschakelen de maatregelenladder. Daar is glastuinbouw nu nog een beschermde industrie; hoe lang dit blijft, is de vraag.”

Van Horen: “Deze winter zien we twee dingen. Iets meer gascontracten lopen af, met energie komen we iets meer in de variabele hoek. Het tweede gaat om de afschakelscenario’s. Daar kun je nog niets over zeggen.”

Begin dit jaar werd gezegd dat 40% van de bedrijven na een halfjaar in liquiditeitsproblemen komen. Dat is nu.

Bac: “Dat zijn cijfers van Glastuinbouw Nederland. Wij hebben zelf geïnventariseerd onder klanten met daaruit een iets genuanceerder beeld.”

U heeft vast ook gesprekken over oogstfinanciering nu?

Bac: “Het merendeel van de klanten is gezond, zodat ze niet bij ons komen voor seizoenfinanciering. We verwachten er wel een aantal, maar zien ook aanpassing, zoals later zaaien of geen winterteelt, of ze nemen besparingsmaatregelen. We kiezen daarin maatwerkaanpak, omdat we veel diversiteit tussen de bedrijven zien.”

Van Horen: “Ondernemers moeten afnemers daarin meenemen. Wil een supermarkt een Nederlandse tomaat of kiest deze voor Spaanse? Kun je prijsafspraken maken? Het alternatief voor belichting is teruglevering van elektriciteit aan het net. Of later beginnen en elektriciteit terugleveren.”

Als je in een laantje met zes tuinders zit, kun je de oplossing niet dáár vinden, maar meer daarbuiten

Jullie studie over regio’s dan. Wat is de belangrijkste conclusie?

Van Horen: “De eerste conclusie is dat regio’s verschillende kansen hebben in de energietransitie. De tweede conclusie is dat de grootste concentratiegebieden Oostland en Westland de transitie sectoraal doen, maar je zult meer cross-sectoraal moeten werken in andere gebieden. Iets doen met een zwembad of een bierbrouwer. Als je in een laantje met zes tuinders zit, kun je de oplossing niet dáár vinden, maar meer daarbuiten.”

Bac: “In de energietransitie heb je solitaire bedrijven en kleine clusters in tuinderslaantjes. Iedereen gaat bezig met een eigen verduurzamingsagenda. Die is voor ieder gebied anders. Welk instrumentarium is beschikbaar voor jezelf en anderen? Wat zijn de mogelijkheden met verschillende teelten? Die regio-uitwerking zal ook versnelling krijgen door hoge energieprijzen.”

Dertig regio’s hebben regionale energiestrategieën opgesteld. Dan is daar toch al gekeken naar mogelijke combinaties van tuinders en andere bedrijven of industrieën?

Van Horen: “Op sommige plekken is dat gebeurd, voor andere regio’s is dat maar matig gedaan. Sommige lijken er amper op in te gaan. Laten we dat nu goed doen, is ons pleidooi.”

Tot 2030 telt waterstof niet echt mee. Dat heeft de tijd nodig

U noemt waterstof niet. Hoe voorkomt u dat telers bij die ontwikkeling verkeerde keuzes maken?

Van Horen: “Tot 2030 telt waterstof niet echt mee. Dat heeft de tijd nodig. De hoofdringleiding die voor waterstof gepland staat, komt wel aardig langs veel tuinbouwgebieden, in Noord- en Zuid Holland, Huissen, Noord-Brabant en Limburg. Dat komt de glastuinbouw niet verkeerd uit. De grotere bedrijven krijgen een mix aan energieopties. Ze zullen zich niet ophangen aan één optie. Bij aardwarmte laten ze toch ook de wkk nog staan. Dat zal bij waterstof niet anders zijn.”

U heeft de totale CO2-uitstoot van de glastuinbouw berekend en komt hoger uit dan Wageningen Universiteit. Wat voegt u daarmee toe?

Van Horen: “We hebben de berekening gedaan als verbijzondering van regio’s, ook om onszelf te toetsen. Onze uitkomst zit tussen de CO2-berekeningen van Wageningen Universiteit en Planbureau voor de Leefomgeving. Wij doen het toch op een iets andere manier. Wij kennen per vierkante meter een waarde toe voor chrysant, tomaat of radijs en zo geef je kuub gas mee, via normgetallen. Met een uitkomst van 6,68 Mton CO2 zitten we tussen beide uitkomsten in.”

Jullie kijken naar 2030, maar zoveel tijd is er niet voor veel bedrijven.

Bac: “Hoge energieprijzen zorgen voor versnelling en meer urgentie op dit dossier. CO2-beprijzing heeft straks eenzelfde effect. Solitaire bedrijven gaan eerder kiezen voor meer extensieve teelten als aardbeien of boomkwekerij, omdat zij geen breed instrumentarium hebben: geen geothermie of restwarmte in de buurt. Daar moet deze ondernemer vandaag al over nadenken.”

Van Horen: “Er gebeurt al veel. Telers overwegen nu een derde komkommerteelt een week eerder te stoppen. Met drie komkommers per vierkante meter aan het einde is een kuub gas niet rendabel. Rozen worden kouder geteeld met de seizoenen mee. Ook een plantdatum van een of twee weken later hakt er in koude maanden flink in. Dat zijn kortetermijnmogelijkheden.”

Als je als tuinder naar aardwarmte omschakelt en de consument dan elektriciteit uit de Amercentrale krijgt, dan heeft de tuinbouw emissie verminderd, maar in Nederland is die verhoogd

Ik lees in jullie rapport tussen de regels dat de CO2-uitstoot voor teruggeleverde elektra uit een wkk niet aan de tuinbouw moet worden toegeschreven. Dat zou de energieopgave voor tuinbouw fors verlagen.

Van Horen: “Als een consument elektriciteit gebruikt uit een tuinbouw-wkk dan wordt deze CO2 als tuinbouwemissie gezien. Als je als tuinder naar aardwarmte omschakelt en de consument dan elektriciteit uit de Amercentrale krijgt, dan heeft de tuinbouw emissie verminderd, maar in Nederland is die verhoogd, want die centrale moet meer leveren en is minder efficiënt. Je moet dat verhaal naar voren brengen. We doen het pleidooi om dit mee te nemen in het energieconvenant voor de glastuinbouw en afspraken.”

Bac: ‘Via wkk levert tuinbouw 9 tot 10% van de stroom in Nederland en in pieken zelfs 25%. Dat is een flexibel op- en afschakelvolume. Wkk-opwekking is gewoon een belangrijke asset in de Nederlandse energietransitie en de stabiliteit van het elektranetwerk.”

Maar is uw rapport niet vooral een waarschuwing aan regio’s? Dat financierbaarheid in het geding is?

Bac: “Er is nu geen beleid op, maar dat de bank vragen stelt is logisch. We verwachten dat uit gebiedsgesprekken komt dat de energietransitie niet overal haalbaar is en dat de ondernemer dan switcht of dat deze de provincie vraagt zich te laten uitplaatsen of een ruimte-voor-ruimteregeling in te stellen.”

Ruimte voor ruimte is stoppen?

“Ja. De naoorlogse generatie ondernemers staat voor keuzes, het kan een mooie route zijn voor bedrijven zonder opvolger om te stoppen. Je hebt veel opties om te verduurzamen op bedrijfsniveau. Is dat onvoldoende, dan kijk je als gebied samen naar kansen. Dan kun je de gebiedsaanpak samen doen. Als dat ook niet lukt, moet je je afvragen hoe je een goede landing organiseert. Dat is in het belang van de ondernemer.”

Van Horen: “Soms wordt onze invloed overschat. Het aantal ondernemers waarin de bank flink gefinancierd heeft, valt best mee. Als er nagenoeg geen financiering bij een teler is, dan zit hij zelf aan de knoppen. Als hij toch bij ons komt voor een schermdoek of een hectare bijbouwen, dan zullen we de vraag stellen hoe hij zijn energiegebruik ziet de komende tien tot vijftien jaar.”

U verwacht wel veel van besparing door gedragsverandering.

Van Horen: “Ons rapport is wat dat betreft ingehaald door nog hogere prijzen. Deze hoge prijzen geven namelijk een extra drive om aardgas te verminderen. Die gedragscomponent is op 10% gesteld, maar is waarschijnlijk groter bij hoge prijzen.”

Bac: “Verandering van het gedrag in het nieuwe telen is samen met investeringen hiervoor geschat op een CO2-besparingspotentie van 20%. Die prikkel kan misschien wel 30% zijn. Jetten stelde onlangs al dat dit jaar 33% minder gas is gebruikt.”

We zien dat investeringen in duurzaamheid, zoals ontvochtiging of een extra schermdoek, prioriteit hebben boven complete vernieuwing van een kas

Maar u verwacht misschien te veel van nieuwe zuiniger kassen. Wie bouwt er nog?

Van Horen: “Het besparingseffect van nieuwe kassen hebben we al lager ingecalculeerd. We hebben al gezien dat investeringen in duurzaamheid, zoals ontvochtiging of een extra schermdoek, prioriteit hebben boven complete vernieuwing van een kas. De moderniteit van de hele glasopstand wordt er niet beter op. Natuurlijk zien we nieuwe kasconstructies, semi-gesloten kassen, maar dat zijn speldenprikken.”

Als de gasprijs hoog is, wordt restwarmte over grotere afstand beschikbaar. Wat heeft u voor ogen?

Van Horen: “Dat is een algemene opmerking over restwarmte. Er zijn restwarmteprojecten genoemd in het verduurzamingsplan van Glastuinbouw Nederland, bijvoorbeeld voor Bergerden. Als je gerelateerde kuubprijs gas gaat stijgen, krijg je een ander businessmodel voor restwarmte. Voor een restwarmtetraject naar Steenbergen is overigens net een positieve SDE-beschikking gegeven. Dat is West-Brabant. In Someren ligt 250 hectare glas, er is biomassa in Asten. Toch moet je goed kijken naar wat nog mogelijk is. Misschien op het industrieterrein Helmond.”

Wat is uw rol om dit te stimuleren?

Bac: ”Ik sprak een ondernemer waar Greenports geen rol in de gebiedstransitie spelen. Zij hebben zelf de koppen bij elkaar gestoken. Wij hebben als bank ons doel gesteld regio’s in kaart te brengen. In onze regio’s kunnen we partijen erbij zoeken om aan te haken om de rol van ‘oliemannetje’ te vervullen. We zijn ten slotte een coöperatie. Misschien kennen wij die bierbrouwer wel of net die boer die bezig is met een biovergister, en kunnen we zo kijken of transitie in de regio een handje kunnen helpen. We moeten het samen doen.”

Verheul
Jeroen Verheul redacteur
Meer over

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.



Beheer