teeltgeluid

‘Aspergeteelt had uitdagingen, behalve het vocht’

De Sparter, de automatische aspergeoogster van Cerescon, is weer terug naar de fabrikant, vertelt Erik van Nienhuijs. Hij is als teeltmanager werkzaam bij Teboza in Helden, een van de drie bedrijven die ervaring hebben opgedaan met het robotwerktuig.

“Tijdens de oogst zijn er al wel aanpassingen gedaan, nu is er gelegenheid om eventueel aanvullende verbeteringen uit te voeren. Hij is nog niet klaar, maar we komen al echt in de buurt.”

Teboza rondde de laatste oogst af op 24 juni. Zes weken later staan de percelen er goed bij, constateert Van Nienhuijs. “Volgens het boekje, al hadden we wel een paar uitdagingen.” De druk van aspergevlieg was erg hoog, maar de bestrijding lukte boven verwachting. “Die druk kwam door het koude voorjaar. Na de omslag naar warmer weer was het direct raak. Spuiten kan, maar de werking is vergelijkbaar met ‘vliegen meppen’. Je moet het dus meteen goed doen. Dat heeft dus prima uitgepakt.” Nog een voorbijganger was het aspergehaantje, vooral in de percelen waar wat eerder gestopt was met oogsten. “Gazelle werkt daar goed tegen, maar voor dat middel geldt een driftreductie-eis van 97,5 procent.

Bodemvrijheid

Een van onze loonwerkers heeft een zelfrijdende spuit met luchtondersteuning, maar met een beperkte bodemvrijheid. Het is goed gegaan, want op het moment van bestrijden was de loofgroei nog beperkt. Hoge spuitmachines zijn er wel, maar tot nu toe zonder luchtondersteuning.” Na de laatste oogstronde volgt een bewerking met wat Van Nienhuijs aanduidt als een verplegingsmachine. Daarmee wordt het onkruid grotendeels los getrokken. Vervolgens worden de ruggen met een aangepaste cultivator vlak gereden. “Daarmee houd je de bodem open, en het geeft een goede verdeling van de grond.”

We willen het liefst zo veel mogelijk mechanisch bestrijden, maar daar moet je wel de kans voor hebben

Hard houden

De bemesting bestaat vaak uit een drijfmestgift, plus wat kunstmest. Dat is meestal kali, magnesium en spoorelementen. “Bijna geen stikstof, om het loof wat harder te houden. Dat beperkt de aantrekkelijkheid van het gewas voor ziekten en insecten.”

Tegen onkruid zal dit jaar wat meer gespoten worden. “Dat is noodgedwongen door de vele neerslag. We willen het liefst zo veel mogelijk mechanisch doen, maar daar moet je wel de kans voor hebben. Bovendien moeten we op de ‘goede’ momenten ook in de biologische asperges aan de gang.”

Flipper en geurstoffen

Net als in de gangbare asperges, liet de aspergevlieg en -haantje zich ook in deze bioteelt volop zien. “Weer in de percelen waar we vroeg gestopt waren met steken. Daar hebben we Flipper ingezet. Dat werkt wel, maar in vergelijking met chemische middelen is de bestrijding niet echt ‘af’. Bovendien moet je de behandeling een aantal keren herhalen. We voegen aan de spuitvloeistof ook nog geurstoffen toe om de insecten te verwarren. Verder proberen we het gewas en de bodem zo weerbaar mogelijk te maken. Voor de schimmeldruk, in zowel bio als gangbaar. geldt hetzelfde als voor insecten: de druk is hoger dan we de laatste jaren gewend zijn, en het vraagt extra aandacht.”

Zijn er dan nog teeltzaken die dit jaar wel makkelijk zijn? “Ja, de vochtvoorziening.”

Auteur: Joost Stallen

Of registreer je om te kunnen reageren.