teeltgeluid

‘Je moet de aspergestengel kunnen inknijpen’

Erik Verhoeven in Helvoirt is nog niet bezig met het klepelen van het loof van zijn biologische asperges. Daarvoor is het nog te vroeg, vindt hij.

Niet alleen het loof moet op zijn retour zijn, ook de stengels. “Een handigheidje om dat te bepalen is door met duim en wijsvinger te knijpen in het stengeldeel dat net boven de grond uit steekt. Is de stengel makkelijk in elkaar te knijpen, dan is de stengel voldoende afgestorven. Zo niet, dan zit er nog te veel leven in. Het ras is daarop van invloed, maar ook het moment van stoppen met de oogst. Eind april, of eind juni, dat is twee maanden verschil, dat maakt ook uit voor het moment waarop je het loof kunt opruimen.”

Bemesten na klepelen

Het is altijd wel zo dat Verhoeven zijn percelen voor Kerstmis bemest wil hebben, na het klepelen. Dat laatste moet dan eind november/begin december gebeuren. Voor de bemesting valt de keus op stalmest, of champost of compost. “Dat kan van alles zijn.”

Het uitrijden van dit organische materiaal gebeurt tegenwoordig door de loonwerker. Die zit vlakbij, met goede apparatuur die op basis van het soortelijk gewicht doseert, heel precies en egaal verdeeld.

Is de stengel makkelijk in elkaar te knijpen, dan is de stengel voldoende afgestorven

Minder fosfaatruimte

Precies doseren is steeds meer aan de orde, vanwege de steeds strakkere gebruiksnormen voor fosfaat, zo ook in 2021. Minder fosfaatruimte betekent dat er minder meststoffen van organische oorsprong uitgereden mogen worden. De nog wel toegestane hoeveelheid moet dan zo goed mogelijk tot zijn recht komen. Dat begint met een goede verdeling over het land.

Nieuw in 2020 is dat voor de bepaling van de fosfaatruimte (op bedrijfsniveau) niet alleen het Pw-getal leidend is (Pw hangt samen met de hoeveelheid fosfaat in de bodem), maar ook gekeken wordt naar het P-CaCl2 getal (ook wel PAE-getal genoemd). Dat geeft weer hoeveel fosfaat voor de plant beschikbaar is.

Organische mest

Voor percelen met een hoog Pw-getal (zoals veel zandgronden) heeft deze nieuwe benadering tot gevolg dat er in vergelijking met voorheen minder ruimte over blijft voor de aanvoer van organische mest. “Bij ons is dat waarschijnlijk niet anders,” reageert Verhoeven. “Een voordeel van mest uitrijden in loonwerk is wel dat het razendsnel gaat. De laatste keer had de loonwerker anderhalve dag nodig voor 12 hectare. Het tarief is behoorlijk, maar daar kan ik zelf niet tegenaan werken.”

Een voordeel van mest uitrijden in loonwerk is wel dat het razendsnel gaat

Bodembalansanalyse

Hij vervolgt: “Ik heb het geluk dat mijn compostleverancier (Van Iersel, Biezemortel) amper 6 kilometer verderop zit, logistiek gezien is het goed te doen. Ze maken vooraf een Bodembalansanalyse (BBA), daarbij wordt gekeken naar de onderlinge verhoudingen tussen de hoofd- en spoorelementen. Zijn er tekorten, dan worden die elementen aan de compost toegevoegd en gemengd. Samen met de voorlichter stel ik jaarlijks vast welke percelen in aanmerking komen voor zo’n bodemanalyse.”

Myccorhiza-schimmel

Op 3 hectare komt volgend voorjaar een nieuwe aanplant, dat perceel wordt dit najaar nog geanalyseerd. “Daar moet de bodem zeker goed zijn, want corrigeren na het planten gaat niet meer. Op dit perceel staat nu een groenbemester met 30% klaver, 20% wikke en 50% Italiaans raaigras. Het gras stimuleert de ontwikkeling van de myccorhiza-schimmel in de bodem, dat is precies wat je voor asperges wil hebben. Aan de compost is de schimmel ook toegevoegd, maar die moet zich daarin eerst nog ontwikkelen.”

Auteur Joost Stallen

Of registreer je om te kunnen reageren.