teeltgeluid

‘5 voor 12, Benevia werd toegelaten’

‘We zijn vooral greppels aan het graven geweest’, luidde de kop boven het vorige geluidenstukje van spruitkoolteler Johan Doff in het Groningse Uithuizen.

Dat was begin mei. “Wie dat toen niet gedaan had, bleef met schade zitten. Hier worden veel aardappelen geteeld.

Ook voor Doff zijn spruiten bleek de extra afwatering teeltreddend te zijn, op grond die al nat was en in een nacht nog eens 57 millimeter te verwerken kreeg. “Dat was wel plaatselijk. Mijn spruiten staan in een straal van 5 kilometer, daar zaten ook percelen bij waar veel minder of niets viel.” Tot zo ver lopen de avonturen van Doff aardig in de pas met dat van zijn zuidelijker spruiten telende collega’s. Half juni lijken de weersomstandigheden in Groningen wat minder lastig.

“We hebben wel regenhaspels staan, maar die haal ik liever niet uit de schuur”

“Het is weliswaar aan de droge kant”, aldus Doff op woensdag 27 juni, “maar met de temperatuur valt het mee. De afgelopen 10 dagen was het bewolkt, met 15 tot 17 graden. Voor de tijd van het jaar is dat bijna fris te noemen. Vandaag zien we voor het eerst weer eens wat blauwe lucht. De grote regenbuien zijn bij ons ook al even geleden, maar afgelopen weekend viel er met wat kleine buitjes vanuit zee toch nog 5 tot 12 millimeter. Vooral die 12 was mooi. We hebben wel regenhaspels staan, maar die haal ik liever niet uit de schuur. Maar blijft het de komende week droog, dan wordt het een ander verhaal. Voorlopig ga ik ervan uit dat beregenen niet hoeft.” Het maakt al met al dat Doff tevreden is over de stand van zijn spruiten, behoudens wat plaatselijke waterschade.

Strijd met koolmot

De laatste planting viel op 10 en 11 mei, zo’n 40 hectare. “Daar hebben we de laatste weken veel strijd gehad met de koolmot. Dat was bar en boos, net als in de overige teelten die na 20 – 25 april zijn geplant. Dat is heel anders dan in de eerdere plantingen, daar vind je nagenoeg geen enkele mot. Het verschil is wel te verklaren, want toen de koolmotdruk opliep, waren de vroegste spruiten al mals aan de groei. De later geplante spruiten waren toen nog niet zo ver.”

Tracer amper effect

De behandeling met Tracer op de tray bleek amper effect te hebben. “Dat valt iedere keer weer op. De verhalen over dat peperdure spul zijn mooi, maar de werking is matig. Tegen koolvlieg zal het redelijk helpen, maar tegen koolmot geef ik er weinig voor.” Voor de bestrijding op het veld werd een arsenaal aan mogelijkheden ingezet, met in het begin de nodige hoeveelheid uitvloeier, met pyrethroïden en bacteriepreparaten en tenslotte weer Tracer. “Dat hielp weer niet. Een paar dagen later was het echt ‘5 voor 12’, bar en boos. Juist op dat moment werd de toepassing van Benevia vrijgegeven. Ik heb het eerste perceel solo met het middel gespoten. Dat ruimde maar 60% van de koolmotten op, een tegenvaller. De andere percelen heb ik toen maar aangepakt met een combinatie van pyrethroïden, een uitvloeier en Benevia. Dat wordt weliswaar niet geadviseerd, maar het hielp wel, met 90% doding.”

“Er is een middel dat beter lijkt te zijn dan wat er was, dat natuurlijke vijanden en het milieu ontziet, maar het gebruik wordt aan banden gelegd”

Doff heeft het geluk over een voor Benevia toegestane luchtondersteunde spuit te beschikken. “Die voorwaarde leidt eigenlijk tot rare situaties. Nu is er een middel dat beter lijkt te zijn dan wat er was, dat natuurlijke vijanden ontziet, en waarmee het milieu wordt ontzien, maar het gebruik wordt feitelijk aan banden gelegd. Ik hoop echt dat de toelating daarom alsnog aangepast wordt.” Vooral het voorschrift dat Benevia ingezet mag worden in combinatie met een Wingssprayer, is wat hem betreft een onmogelijke. “Zo’n machine veroorzaakt onherroepelijk schuurschade en breuk, dat is vragen om extra problemen.”

Tijdig bijbemesten

Doff is van huis uit gewend om de bijbemesting er voor de langste dag op te hebben liggen. “Toen ik jong was, hadden we geen beregeningsmogelijkheden. Vroeg bijbemesten was toen standaard, dat zit er bij mij nog steeds in.” De doseringen lopen sterk uiteen, afhankelijk van het ras. Franklin moet het alles bij elkaar doen met 200 tot 220 kilo zuivere N per hectare, bij een ras als Albarus kan de totale dosering oplopen tot wel 300 kilo.

Auteur: Joost Stallen

Of registreer je om te kunnen reageren.