teeltgeluid

‘Met PlanetProof is biologische teelt eenvoudiger’

Theo en Hans Vlaar in Andijk telen vanaf 1992 ‘voor zichzelf’: bloemkool op hun gangbare bedrijf, en een aantal groentegewassen op hun biologische bedrijf. Naast bloemkool zijn dat romanesco, broccoli, pompoenen, luzerne (voor de kippen en voor de paarden) en aardappelen. Tien jaar geleden startten de broers met deze biologische poot.

“In 2001, 2002 en 2003 teelden we voor Milieukeur, maar daar was toen geen markt voor”, vertelt Theo Vlaar. Hij is de teeltman, zijn broer is vooral bezig met de handel. “We zaten toen nog bij The Greenery, we kregen de vraag of we ons in de biologische teelt wilden verdiepen. The Greenery was net gestart met de afzet van biologisch geteelde groenten onder de naam ‘Naturelle’, en ze hadden product nodig.”

Bezig met bodemkwaliteit en bodemleven

De broers hadden daar wel oren naar. “Het was toen al niet zonder reden dat we kozen voor telen volgens Milieukeur. Niemand verplichtte ons daartoe, maar we waren al bezig met bodemkwaliteit en bodemleven. Van het een komt het ander, op een zeker moment hebben we besloten ook met de biologische teelt te starten. Op ons gangbare bedrijf zijn we altijd volgens de Milieukeurregels blijven werken, maar zonder de certificering en zonder de bij Milieukeur horende boekhouding. Daarin zaten volgens ons wat nutteloze onderdelen.”

‘Zonder die plannenmakerij kun je volgens ons ook heel goed PlanetProof telen’

Van Milieukeur naar PlanetProof

“We gaan wel officieel aan de gang met PlanetProof, dus inclusief certificaat en administratie. Het is nog steeds vrijwillig, maar in vergelijking met 15, 16 jaar geleden is er nu wél een markt voor PlanetProof-groenten. In vergelijking met Milieukeur is PlanetProof zeker vooruitgegaan – het is wat eenvoudiger -, al zitten er nog steeds enkele lachwekkende zaken in. Je moet bijvoorbeeld aan het begin van het seizoen een aantal plannen maken, maar zonder die plannenmakerij kun je volgens ons ook heel goed PlanetProof telen. Ook bijzonder is dat je je regenhaspel moet kalibreren door om de 10 meter een regenmeter te plaatsen. In elke beker moet even veel water terecht komen. Moet de wind niet gaan draaien…”

De plantmachine van Theo Vlaar is een oude Perdu. “Onverslijtbare degelijkheid, die gaat nooit kapot.” - Foto: Lex Salverda
De plantmachine van Theo Vlaar is een oude Perdu. “Onverslijtbare degelijkheid, die gaat nooit kapot.” - Foto: Lex Salverda

Perceel voor perceel omschakelen

Het gangbare en biologische bedrijf zitten in twee aparte gebouwen, de grond voor de bioteelten is voor een deel huurgrond en is voor een deel eigen grond. Dat aandeel eigen biogrond neemt jaarlijks toe, omdat Vlaar jaarlijks een deel van die eigen grond in omschakeling legt. “We doen dat perceel voor perceel, daar zijn we over zo’n vier jaar mee klaar. We blijven dan ook doorgaan met de gangbare bloemkoolteelt, maar dan op huurpercelen. Dat hangt samen met onze bedrijfsorganisatie. Met ons werktuigenpark zouden we wel 150 hectare bloemkool kunnen telen. Maar dat red je niet met uitsluitend biologische teelt, want je hebt voldoende oppervlakte nodig voor een ruime vruchtwisseling.”

‘Met ons werktuigenpark zouden we wel 150 hectare bloemkool kunnen telen’

“En we hebben vier oogstcombinaties met vijf personen per combinatie (twee man op de wagen, drie achter de oogstband). Met één werkploeg kun je ongeveer 40 hectare bijhouden. Zouden we alleen biologisch telen, dan zou dat nadelig zijn voor de benutting van het werktuigenpark, en het zou arbeidsorganisatorisch niet meer passen. We zijn trouwens al wat gekrompen met ons areaal bloemkool, ten gunste van aardappelen en ook wel de andere gewassen.”

Afzet van bloemkool via Best of Four

Er zijn aparte oogstbanden voor de biologische en voor de gangbare gewassen, de rest van de mechanisatie wordt tussen de twee bedrijven uitgewisseld. De afzet loopt via de ‘Best of Four’. “We verkopen onze bioproducten aan iedereen die ze wil hebben. Die handelswijze geldt voor onze gangbare bloemkool.”

Eerst (biologische) planten

Op 6 maart ging de eerste gangbare bloemkool de grond in. De rassen waren Viviane, Spacestar, Easytop, Bering en Prudentia, allemaal in 8-centimeter potten. De eerste biologische planten werden aan het eind van week 10 geleverd. “We wilden eigenlijk al op maandag beginnen met planten, maar de grond was nog te hard om te frezen.” De plantmachine is een oude Perdu. “Onverslijtbare degelijkheid, die gaat nooit kapot.”

Niet ploegen of spitten

De eerste planten staan op een veld dat vorig jaar voor de helft werd gebruikt voor de teelt van bollen. De andere helft was grasland. “We laten de grond zo veel mogelijk vastliggen. Niet ploegen of spitten, maar alleen plantklaar leggen. Het streven is om de biologische percelen 12 maanden groen te houden, met Japanse haver, gele mosterd en Phacelia: na de oogst zaaien we een groenbemester. Die blijft staan totdat we frezen.”

De eerste gangbare bloemkool is bemest met 350 kilo KAS per hectare, eenzelfde hoeveelheid NPK 26-14-0, en met zwavel.

Of registreer je om te kunnen reageren.