Vollegrond

Nieuws

Aanvullen Nederlandse genenbank groente lastiger

Buitenlandse missies om DNA te verzamelen van wilde soorten groente en fruit wordt lastiger.

De groei van de Nederlandse CGN-genenbank blijft daardoor achter. Dat blijkt uit een evaluatie van de Wettelijke Onderzoekstaak Genetische Bronnen (WOT GB). Daarvoor is in Nederland Genetische Bronnen Nederland verantwoordelijk (CGN), onderdeel van Wageningen University & Research.

De Nederlandse genenbank is belangrijk voor Nederlandse groentenveredeling, maar de bank wordt gehinderd door nieuwe internationale afspraken. Een van de doelen is ‘wild materiaal in de collectie opnemen’. Dat bleek lastiger in de periode 2016 tot en met 2020. De conclusies uit deze evaluatie moeten bijdragen aan de ontwikkeling van de nieuwe vijfjarige Uitvoeringsovereenkomst voor de periode 2021-2024.

Wilde rassen zoeken

Zogenoemde verzamelmissies zijn afgelopen jaren wel uitgevoerd in Armenië, Azerbeidzjan, Oezbekistan en Jordanië voor producten als wilde peper, paprika, ui, bieslook, prei, grassen, wilde spinazie, (wilde) sla en meloen. Daarnaast zijn nieuwe DNA-monsters opgenomen, met name voor sla en paprika. Er is geconstateerd dat verzamelmissies moeilijker worden wegens belemmering en onzekerheden voortvloeiend uit ontwikkelingen rond ABS (Access and Benefit-Sharing).

Boomgaard oude appelrassen

Uit de evaluatie blijkt dat de doelen van CGN zijn gehaald. Op het gebied van oude erfgoedrassen zijn nieuwe initiatieven gestart. Zo is een Erfgoedrassenlijst van 337 appelrassen samengesteld en de inrichting van een CGN-boomgaard. Bovendien is een pomologennetwerk (National Fruit Network) opgericht met steun van het CGN, onder de vlag van Stichting de Oerakker.

Of registreer je om te kunnen reageren.