Vollegrond

Nieuws laatste update:24 sep 2019

Betere bladbedekking met driftreducerende techniek

Met alleen driftarme doppen lukt het niet meer alle middelen te mogen spuiten. Telers ontkomen er niet aan hun spuiten te voorzien van extra driftreducerende technieken.

Een zo laag mogelijke driftreducerende dop aangevuld met een driftreductietechniek, zoals Wingsprayer, Wave, Maggrow, verlaagde spuitboom of luchtondersteuning, geeft een betere bladbedekking dan een hogere driftreductiedop zonder driftreductietechniek. Dat was de belangrijkste boodschap vorige week op de Landelijke Demodag Driftreducerende Technieken in Lelystad, georganiseerd door adviesorganisatie Delphy.

50%-reductiedop combineren met driftreductietechniek

Delphy test in opdracht van BO Akkerbouw de mate van verdeling, indringing en bedekking van driftreductiedoppen, al dan niet gecombineerd met driftreductietechnieken. Alle technieken werden 19 september gedemonstreerd in een perceel met bladrammenas en Japanse haver. Delphy houdt het voorlopig bij de algemene conclusie. Dus liever een 50%-reductiedop, gecombineerd met een driftreductietechniek, dan een 75%- of 90%-reductiedop.

Juiste luchtdruk van belang

Delphy-adviseur Koen Peters vindt het nog te vroeg om uitspraken te doen welke dopcombinatie en driftreductietechniek de beste bladbedekking geeft in gewassen met liggende bladeren, zoals bladrammenas en bieten, en in staande bladeren, zoals Japanse haver en uien. Wel is juist gebruik erg belangrijk, voegt Peters er desgevraagd aan toe. Met de juiste luchtdruk geeft luchtondersteuning een goede bladbedekking. Echter, met te veel lucht worden de druppels juist van het blad afgeblazen. Bij de Wingsprayer en de Wave is het belangrijk dat de vleugel de toppen van het gewas raakt en niet enkele centimeters daarboven zweeft. Dat veroorzaakt turbulentie, waardoor de driftreductie minder is en de bladbedekking slechter.

Over enkele jaren, wanneer meer metingen zijn gedaan, hoopt Delphy uitspraken te kunnen doen welk systeem gecombineerd met drift goed reduceert én ook nog een goede bladbedekking geeft.

Tekst gaat verder onder de foto.

Luchtondersteuning gecombineerd met verlaagde spuitboomhoogte en doppen om de 25 centimeter verhoogt de driftreductie met twee klassen. - Foto: Ruud Ploeg
Luchtondersteuning gecombineerd met verlaagde spuitboomhoogte en doppen om de 25 centimeter verhoogt de driftreductie met twee klassen. - Foto: Ruud Ploeg

Spuit voorzien van driftreducerende techniek

Duidelijk is dat met alleen driftarme doppen voortaan niet meer alle middelen gespoten kunnen worden. Zo is bij de insecticiden Benevia en Movento een driftreductie van 97,5% verplicht, terwijl de meeste doppen maximaal 90% driftreducerend zijn. Alleen de Agrotop TurboDrop TDXL 110-06 en de Lechler PRE 130-05 zijn 95% driftreducerend. De druppels van beide zijn echter zodanig grof dat ze alleen geschikt zijn voor bodemherbiciden. Conclusie: wil je alle middelen kunnen blijven spuiten, dan is er geen ontkomen aan in de nabije toekomst de spuit ook van een driftreducerende techniek te voorzien, aldus Delphy-adviseur Luc Remijn.

Een driftreductietechniek verhoogt de driftreductie met een of twee klassen

“Een driftreductietechniek verhoogt de driftreductie met 1 of 2 klassen per DRT”, legt Remijn uit. Een luchtzak bijvoorbeeld zorgt ervoor dat de standaard spuit uitgerust met 90% driftarme doppen, voldoet aan de driftreductie 95%. Wordt de spuit voorzien van 50% driftreductiedoppen 90 graden tophoek, om de 25 centimeter in plaats van 50 centimeter, mét luchtzak en wordt de spuitboomhoogte verlaagd van 50 centimeter naar 30 centimeter, dan stijgt de driftreductie met 3 klassen. De spuit met 50% driftarme doppen valt dan in de klasse 97,5%. Wingsprayer en Wave zijn vooralsnog de enige systemen die een driftreductie van 99% kunnen bereiken. De andere DRT-technieken blijven steken op 97,5%.

Lees ook: Nieuwe spuittechnieken in spruitkool zonder uitschieters

Of registreer je om te kunnen reageren.