Vollegrond

Nieuws

Toenemende kans op droog voorjaar

Het gemiddelde neerslagtekort is 121 millimeter. Normaal zou nu sprake moeten zijn van een neerslagoverschot van 171 millimeter. Dat signaleert Weeronline.

Jaarlijks wordt vanaf 1 april bijgehouden hoeveel neerslag er valt en hoe groot de verdamping is. De som van die 2 parameters bepaalt of sprake is van een neerslagoverschot- of tekort. Tot half oktober waren de droogteproblemen in het roemruchte droogtejaar 1976 groter dan in 2018, maar sinds dit najaar is dit omgekeerd.

Limburgse Arcen koploper

Het neerslagtekort is het grootst op zandgronden in het zuiden, zuidoosten en oosten. Het Limburgse Arcen is ’koploper’ met een tekort van 260 millimeter, terwijl er in Rotterdam een neerslagoverschot is van ongeveer 20 mm (dat is dus nog wel veel minder dan het genoemde gemiddelde overschot van 171 millimeter).

Lees verder onder de grafiek

Toenemende kans op droog voorjaar

Beperkt effect smeltwater

Nu is van een vochttekort nog weinig merkbaar, omdat de bovengrond relatief vochtig is. Bij aanhoudende droogte in maart en april en een toenemende kracht van de zon (= meer verdamping) kunnen wel problemen ontstaan. De oostelijke regio is voor haar watervoorziening voornamelijk afhankelijk van regenwater, en nauwelijks van rivierwater. Smeltwater dat de komende periode via de rivieren wordt aangevoerd, kan zorgen voor hoge rivierwaterstanden, dat is alleen gunstig om eventuele droogteperikelen in West-Nederland voor te blijven.

Of registreer je om te kunnen reageren.