Vollegrond

Nieuws 236 bekeken

KU Leuven wil stofdrift zaadcoatings verminderen

De Belgische onderzoeksuniversiteit KU Leuven werkt aan een stofdriftmodel. Met dit model wordt getest hoe stofdrift – giftig stof door het afbreken van kleine stukjes zaadcoating – kan worden verminderd. Dit meldt nieuwsagentschap Vilt.

Behandeld zaaigoed dat een gekleurde coating heeft van voedingsstoffen, schimmel- en insectwerende producten is volgens KU Leuven een enorme vooruitgang ten opzichte van sproeien. Dankzij de coating zijn in het groeiseizoen minder bespuitingen nodig. Bovendien werken de pesticiden zeer lokaal en in lagere doses. Ook is behandeld zaad makkelijker te zaaien, meldt Vilt, zeker met precisiezaaimachines.

Bij het zaaien kunnen echter kleine stukjes van de gekleurde laag afbreken en een giftig stof veroorzaken; stofdrift, veroorzaakt door wrijving in landbouwmachines.

Bijensterfte

Stofdrift is één van de oorzaken van bijensterfte, geeft Vilt aan. Het is één van de redenen waarom Europa het gebruik van neonicotinoïden in het veld heeft verboden. “Behandeld zaaigoed is een enorme vooruitgang ten opzichte van sproeien, maar daar hebben bijen natuurlijk weinig aan”, zegt professor Bart Nicolaï, van het Departement Biosystemen. “We werken aan technieken om de gevaren van stofdrift te analyseren en te verminderen.”

“Dat neonicotinoïden in het veld voortaan verboden zijn is een logische beslissing”, vult onderzoeker Wouter Devarrewaere aan. “Maar aan behandeld zaaigoed maakt de maatregel geen einde. De landbouwsector zoekt alternatieven, maar het is de vraag of die minder giftig zijn. Het probleem van stofdrift is in elk geval niet opgelost.”

Concentratie van stofdeeltjes

Een team onderzoekers van de KU Leuven ontwikkelde daarom een computermodel dat de concentratie van stof voorspelt, zowel in de lucht als in de berm waar het neerdwarrelt.

Devarrewaere heeft het microscopische stof nauwkeurig geclassificeerd op grootte, vorm, porositeit en dichtheid. “Stofdrift van bietenzaad is anders dan stofdrift van maïs, tarwe of erwt. Ons computermodel houdt daar rekening mee, net als met de wind op de akker en de gebruikte zaaimachine. Het zijn allemaal parameters die bepalen hoe het stof zich gedraagt en hoe hoog de concentratie van stofdeeltjes is.”

Het stofdriftmodel van KU Leuven is het eerste in zijn soort. Samen met landbouwers, machinefabrikanten en zaadproducenten willen de onderzoekers een oplossing te vinden die goed is voor zaad én omgeving.

Of registreer je om te kunnen reageren.