Vollegrond

Nieuws 873 bekeken

Tijdig folie draaien levert meer kwaliteit op

De kunst van het tijdig draaien van de zwartwit-folie bij asperge heeft een positief effect op de kwaliteit en op de productie. Telers weten dat uit ervaring, maar het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver onderbouwt dat nu met onderzoeksresultaten.

Onderzoeker Liesbeth Wachters van het Proefstation voor de Groenteteelt in het Belgische Sint-Katelijne-Waver vergeleek in 2016 vier objecten: constant de witte kant boven, constant de zwarte kant boven, de folie omleggen op basis van het inzicht van de teler en omleggen op basis van het Duitse DLR-model. Bij dat model wordt op vier dieptes in de rug de temperatuur gemeten en op basis daarvan de witte of zwarte kant boven gelegd.

De objecten lagen in de traditionele teelt. In een teelt met minitunnels werd het telersinzicht ronddraaien en openleggen van de minitunnels vergeleken met het DLR-model.

Kwaliteit traditionele teelt

Bij de traditionele teelt waren in het object constant wit boven 80% van de geoogste asperges verkoopbaar. De verliezen ontstonden door losse koppen (6%), holle (2%) en asperge met de kop naar beneden gegroeid (2%).

Bij constant zwart boven was het percentage verkoopbare 70%, los 12%, hol 5,5% en krom 2%. Het inzicht van de teler leverde 82% verkoopbare op, met 7% los, 2% hol en 2% krom. Het DLR- model deed het net iets beter met 84% verkoopbare, 5% los, 1% hol en 2% krom. Het object met constant de witte folie boven haalde 30% minder productie.

Kwaliteit minitunnels

Bij de teelt met minitunnels kwam de teler tot bijna 80% verkoopbare en het DLR-model tot 85%. Bij de teler had 4% van de asperge een losse kop, 6,5 % was hol en 2,5% krom. Bij het DLR-model was 3% los, 4% hol en 1% krom.

Tijdig draaien

Op basis van deze resultaten concludeert Wachters in editie 2 van Proeftuinnieuws dat de teler een zeer goed foliemanagement heeft waardoor de verschillen tussen de teler en het model klein zijn. Ook blijkt dat tijdig draaien van de folie een betere kwaliteit oplevert en ten opzichte van constant wit ook aanzienlijk meer productie.

DLR-model

In het DLR-model wordt op 0 centimeter (net onder de folie), -5 centimeter (kop asperge), - 20 centimeter en -40 centimeter (kop plant) de temperatuur gemeten. De optimale temperatuur op -20 centimeter verschilt per ras: voor Backlim en Grolim is dat 18 à 20 graden Celsius, voor Gijnlim 18 à 22 en voor Cumulus 20 à 21 graden. Als grenswaarde net onder de folie geldt 44 graden als het om het draaien gaat. Daarnaast mag het verschil tussen 0 en -5 centimeter liefst niet meer dan 4 graden zijn. Als de temperatuur enkele uren boven 44 graden zit, ontstaan meer losse koppen. Bij enkele uren tussen 40 en 44 graden neemt het aantal asperges met de kop naar beneden toe.

Of registreer je om te kunnen reageren.