Vollegrond

Nieuws

‘De bodem staat onder druk’

De bodem staat onder druk, letterlijk en figuurlijk. Niet alleen door zwaardere machines, maar ook door het mestbeleid, milieudoelen, klimaatverandering en stijgende grondprijzen staat het bodemgebruik onder druk. Een weerbare bodem én weerbare tuinders zijn het antwoord.

Dagvoorzitter Klaas Hoekstra, voorzitter van de NAV, was op de Themamiddag Bemesting Akkerbouw Vollegrond op 2 februari in Nijkerk duidelijk: de bodem krijgt veel te verduren. Niet alleen door het nog steeds toenemende gebruik van zwaardere machines (onder slechte omstandigheden), maar ook door het aanscherpen van de gebruiksnormen, toenemende periodes met extreme droogte of juist neerslag en door de stijgende vraag naar grond stijgen ook de grondprijzen.

Geen natuurlijk herstel

Op de meeste zaken heeft een ondernemer weinig of geen invloed, maar op de inzet van zware machines en de daarmee gepaard gaande grondverdichting wél, zo bleek uit de inleiding van Wageningen UR-onderzoeker Jan van de Akker. Hij liet onderzoeksgegevens zien waaruit bleek dat eenmaal een grondbewerking (ploegen) uitvoeren onder ongeschikte omstandigheden kan leiden tot een verdichting van de grond net onder de bouwvoor, die bovendien niet met één grondbewerking weer weg te werken is. Ook van nature herstelt een dergelijke verdichting zich niet of nauwelijks.

Hoge wiellast

De verdichtingen ontstaan met name bij grondbewerking in het vroege voorjaar als met hoge wiellasten over te natte grond wordt gereden. Ook in het najaar bij rooiwerkzaamheden kan dat het geval zijn. Lage drukbanden helpen wel, maar ook daarmee kan de druk nog te hoog zijn voor het draagvermogen van de grond. Een vuistregel is dat de grond op ploegzooldiepte tot maximaal 1 bar (100 kPa) belast mag worden, maar Van de Akker deed metingen bij oogstwerkzaamheden met bietenrooiers op banden met lage spanning en stelde zelfs op 70 centimeter nog grondspanningen vast van 1,3 tot 1,4 bar.

Weerbare bodem

De conclusie van Van de Akker, op basis van meerdere metingen, is dan ook dat de dichtheid in lagen onder de bouwvoor structureel toeneemt. Daardoor is in akkerbouwgewassen productiederving vastgesteld van gemiddeld 10%, met als ‘topper’ 35%.

Een weerbare bodem, met als voornaamste meetpunt daarvan het organischestofgehalte, kan meer wiellast verdragen. Dat betekent niet dat zo’n bodem alles kan verdragen. Zorgvuldig omgaan met de grond blijft het devies en dat vraagt een weerbare tuinder met kennis van zaken.

Zorgvuldig omgaan met de grond blijft het devies en dat vraagt een weerbare tuinder met kennis van zaken.

Effect bodemverbeteraars

Uit de resultaten van het door Wageningen UR-onderzoeker Derk van Balen gepresenteerde meerjarig onderzoek naar het toedienen van bodemverbeteraars en structuurverbeteraars, blijken die niet of nauwelijks bij te dragen aan het verbeteren van de weerbaarheid van een bodem die redelijk goed op orde is.

Van Balen testte meerdere producten die de bodem en/of de structuur zeggen te verbeteren, maar kon op fysische, chemische of biologische grondeigenschappen geen wezenlijke verschillen vaststellen. Het onderzoek werd uitgevoerd op drie kleigronden en twee zandgronden. Alleen het calciumproduct Agrigyps gaf op klei een betere structuur te zien ten opzichte van het vergelijkingsobject met kunstmest.

Sterk wisselende resultaten

De conclusie van Van Balen is dat er met deze producten sterk wisselende resultaten zijn geboekt, zonder een consistente lijn. Voor een weerbare bodem adviseert hij dan ook de focus te leggen op de aanvoer van voldoende organische stof, voldoende vruchtwisseling, passende grondbewerkingen en het beperken van de bodembelasting.

Of registreer je om te kunnen reageren.