Vollegrond

Achtergrond

Beter rekenen met organische stof van groenbemesters

De kengetallen voor de productie van effectieve organische stof door groenbemesters zijn verfijnd. Telers kunnen hiermee een nauwkeurigere organischestofbalans maken.

Zaaitijdstip en gewasontwikkeling van groenbemesters hebben een grote invloed op de organischestofproductie en uiteindelijk op de effectieve hoeveelheid organische stof die een groenbemester in de bodem achterlaat. De geproduceerde hoeveelheden zijn belangrijke kengetallen om een organischestofbalans op te stellen.

Onderbouwing kengetallen achterhaald

Tot dit jaar werd altijd gerekend met vaste kengetallen die al voor 1990 vastgesteld zijn. Daarbij wordt uitgegaan van een gewas dat voor 1 september gezaaid is en zich goed heeft ontwikkeld. De onderbouwing is volgens onderzoekers onduidelijk. In de loop van de afgelopen ruim 30 jaar zijn er andere, betere rassen op de markt gekomen die wellicht meer organische stof produceren. Daarnaast zijn er andere soorten op de markt gekomen. Bovendien werd geen rekening gehouden met de zaaidatum en de ontwikkeling van het gewas.

Redenen om binnen het project ‘Slim Landgebruik’ onderzoek te doen om de cijfers te kunnen verfijnen. Daartoe zijn met een bijdrage uit de PPS Beter Bodembeheer kengetallen verzameld over de aanvoer van effectieve organische stof (EOS) van een aantal groenbemesters, afhankelijk van het zaaimoment dan wel het oogstmoment van het hoofdgewas in geval van onderteelt van de groenbemester.

Beter rekenen met organische stof van groenbemesters

Kengetallen tien groenbemesters

Voor tien groenbemesters zijn nu EOS-kengetallen opgesteld per zaaimoment. Voor andere gewassen waren er geen of onvoldoende data beschikbaar. Er is ook nagegaan of er een goede relatie was tussen gewashoogte en EOS-aanvoer. Dit was bij zes van de tien gewassen het geval (zie tabellen).

Voor het bepalen van de EOS-kengetallen is in 2018 en 2019 door onderzoekers van Wageningen UR onderzoek gedaan naar de boven- en ondergrondse organischestofproductie van groenbemesters. De organischestofproductie in de proeven is in november bepaald, omdat de productie daarna niet veel meer toeneemt. Daarnaast zijn gegevens verzameld uit proeven met groenbemesters die in de afgelopen decennia gedaan zijn en beschikbare gegevens uit internationale literatuur.

Beter rekenen met organische stof van groenbemesters

Bladrammenas

Voor bladrammenas bijvoorbeeld is altijd gerekend met een effectieve organischestofproductie van 875 kilo per hectare. Uit het onderzoek blijkt nu dat op 1 augustus gezaaide bladrammenas wel 1.600 kilo effectieve organische stof produceert en de op 15 september gezaaide maar 350 kilo per hectare.

In het onderzoek is ook gekeken naar de verhouding tussen de ondergrondse en bovengrondse organischestofproductie van verschillende groenbemesters. Hieruit kwam naar voren dat voor bijvoorbeeld bladrammenas en gele mosterd de ondergrondse productie minder afhankelijk is van het zaaitijdstip dan de bovengrondse productie. Ook een relatief laat gezaaid gewas vormt nog een flinke wortelmassa. Vroeg zaaien geeft naar verhouding dus veel bovengrondse massa. Bij Italiaans raaigras daarentegen blijft de verhouding tussen ondergrondse en bovengrondse productie gelijk. Hoe meer er zichtbaar is hoe meer er ook onder de grond zit.

Nauwkeurige balans geeft inzicht

Met de nieuwe cijfers kan een nauwkeuriger organischestofbalans worden gemaakt. Zo’n balans maakt inzichtelijk hoeveel organische stof er in een jaar in de bodem komt en hoeveel er in een jaar wordt afgebroken. Ofwel; stijgt of daalt het organischestofgehalte van het perceel op de langere termijn. Voor behoud van bodemkwaliteit is het belangrijk om minimaal te streven naar een neutrale balans. Maar gezien het toenemend belang van een weerbare bodem is een positieve balans beter. Daarnaast heeft aanvoer van extra organische stof een maatschappelijk belang. Denk aan koolstofvastlegging, verhogen van de biodiversiteit en verbeteren van de waterkwaliteit.

Of registreer je om te kunnen reageren.