Vollegrond

Achtergrond laatste update:24 nov 2020

Preisector verder zonder ‘preigoeroe’ Van der Haas

Na een dienstverband van ruim 37 jaar stopt adviseur Piet van der Haas bij toeleverancier Mertens. Hij groeide uit tot specialist in de vakgebieden prei en bodem. “We moeten signalen blíjven afgeven.”

De waterval aan woorden van Piet van der Haas is ook na zijn ruim 37-jarige dienstverband bij Mertens in Horst (L.) nog steeds onstuitbaar. Op de voor hem typerende en uitermate rappe wijze draagt hij zijn visie uit, gelardeerd met metaforen en zelfbedachte slogans. ‘Prei maakt prei’ bedacht hij in 1990 en heeft sindsdien niets aan kracht ingeboet. “Het is gebleken dat de bodemweerstand tegen Pseudomonas syringae toeneemt naarmate je intensiever prei op hetzelfde perceel teelt. De nuttige bacterie Pseudomonas fluorescens verdringt dan de schadelijke syringae.”

Foto: Stan Verstegen
Foto: Stan Verstegen

Profiel

Piet van der Haas startte bij Mertens op 1 september 1983. De uit Bakel (N.-Br.) afkomstige Van der Haas begon als buitendienstmedewerker en vestigde zich met zijn vrouw Mieke in Baarlo (L.) waar Mertens toen nog gevestigd was.

Vanuit zijn functie was hij ruim 25 jaar adviseur van Werkgroep Prei Limburg. Ook op landelijk niveau zette hij zich in voor de sector en was hij betrokken bij projecten zoals ‘Teelt de grond uit’. Daarnaast heeft hij namens de plantenkwekers vollegrond sinds 2003 zitting in de Hoofdcommissie Gewasbescherming en Milieu bij Plantum.

Van der Haas blijft na zijn dienstverband bij Mertens betrokken als adviseur.

Drie B‘s

Zijn slogan ‘Telen op grond van gezond’ maakt duidelijk waar het bij Van der Haas in de kern over gaat. Was vroeger het telen te vangen in drie B’s – bemesten, beregenen en bespuiten – tegenwoordig gaat het om zuurstof, organische stof, bodemleven en wortelmassa. “Als die kloppen, heb je de drie B’s veel minder nodig”, schetst hij de in de loop der jaren op (prei)telen veranderde kijk.

Plantgetal

In de loop der jaren ging ook het plantgetal omhoog, van 133.000 per hectare naar zo’n 165.000 tot in vroege teelten zelfs 200.000. Ponsgaten werden geleidelijk ondieper: van 22 tot 24 cm naar 13 à 14 cm. “De planten slaan in betere grond beter aan en met op ruggen telen of aanaarden krijg je toch voldoende lengte wit. Een voordeel is ook dat de plant minder gevoelig is voor belagers”, licht Van der Haas toe. Ook nam plantprei in belang toe, beleeft zaaiprei een tweede opleving en werd de preirooier een volautomatische machine.

De planten slaan in betere grond beter aan en met op ruggen telen of aanaarden krijg je toch voldoende lengte wit

Calcium en zout

De rode draad in het betoog van Van der Haas over de optimale aanpak van prei telen is de bodem, en dan met name het zout- en calciumgehalte. “Calcium zorgt voor stevige cellen. Een plant die elke dag calcium kan opnemen, verzwakt nooit. Maar als een plant veel opneembare kalium ter beschikking heeft, remt dat de calciumopname. Voorheen werd vaak Dolokal Super gebruikt, dan geef je kalk, maar ook veel magnesium. Dat is ook niet bevorderlijk voor de calciumopname”, aldus Van der Haas.

Gerichter strooien

Tegenwoordig strooien we gerichter, zodat die drie elementen met elkaar in balans komen, vervolgt Van der Haas. “Daarom zie je ook vrijwel nooit meer rode strepen op de schacht. Je moet voldoende geven om aan de gewasbehoefte te voldoen, maar overdaad schaadt en te weinig is ook niet goed. Ik vergelijk het weleens met fietsen. Met een volle maag gaat dat niet goed, maar als je te weinig eet krijg je een hongerklop.”

Ondieper planten

Het belangrijkste is voldoende zuurstof in de grond. “Ik adviseer als nodig de grond vóór een groenbemester of teelt met een dieptand los te maken om storende lagen te breken. In de praktijk wordt tijdens het planten steeds vaker met een smal ‘rister’ de grond opengesneden voor voldoende lucht en zo kunnen de wortels diepte maken. Toen we nog 24 cm diep ponsten, plantten we op de ploegzool. Nog een wonder dat de planten moeizaam weggroeiden. Vroeger werd veel Topsin M verkocht om Fusarium te voorkomen, maar als je zorgt voor een goede structuur en zuurstof hoeft dat helemaal geen probleem te zijn.”

Ik adviseer als nodig de grond vóór een groenbemester of teelt met een dieptand los te maken om storende lagen te breken

Langer mest uitrijden

Van der Haas komt nog terug op de bemesting. “Vroeger was de stelregel, eerst bemesten en dan beregenen, terwijl de grond nog geen bijbemesting nodig had. Dat leidde tot hoge ec’s in de toplaag. Tegenwoordig adviseren we kort na planten te beregenen voor een goede werking van herbiciden en na zes tot acht weken controleren of een bijbemesting noodzakelijk is, rekening houdend met de mineralisatie.”

‘Meer fosfaatruimte voor vaste mest’

Volgens hem zou het beter zijn als er meer fosfaatruimte komt voor vaste mest en dat je tot in oktober vaste mest mag uitrijden. “Dan kun je dat doen vóór het zaaien van een daarvoor nog geschikte groenbemester, spoelt er niets uit, en komen in de loop van het voorjaar de nutriënten door mineralisatie gedoseerd beschikbaar. Dan hoef je kort voor het planten niets uit te rijden en zit je ook niet met hoge zoutconcentraties. Dat zorgt voor een betere wortelontwikkeling en is beter voor de opname van spoorelementen, want die worden vooral door de haarwortels opgenomen. Bij hoge zoutconcentraties, in de bodem heb je het dan over een EC hoger dan 0,2-0,3 mS/cm, sterven die snel af en dan ontstaan eerder gebreksziekten.”

Chemie achter de hand

Ook in de verkoopcijfers van producten bij Mertens ziet Van der Haas de verschuiving van chemische naar ‘groene’ middelen terug. “Maar we moeten erop blijven hameren hoe belangrijk het is om chemische middelen achter de hand te houden voor het geval een ziekte of plaag uit de hand dreigt te lopen. Ik heb dat al vaak gezegd, ook in commissies waarin mensen zitten die de praktijk niet zo goed kennen. Ontbreekt zo’n correctiemiddel, dan leidt dat alleen maar tot meer chemie. Dat soort signalen moeten we blijven afgeven. Als we correctiemiddelen kunnen behouden, desnoods doordat ze alleen nog op recept verkrijgbaar zijn, dan lijkt mij dat een goede optie.”

We moeten erop blijven hameren hoe belangrijk het is om chemische middelen achter de hand te houden voor het geval een ziekte of plaag uit de hand dreigt te lopen

Trend naar groene middelen

De trend naar groene middelen vindt hij logisch. “Maar ze zijn wel minder effectief en er hoort meer kennis van bodem en plantengroei bij. Het effect van chemische middelen kun je garanderen, bij biologische middelen moet je dat beredeneren. Groene middelen werken trouwens alleen goed bij een niet te hoge bodem-EC, want dan maakt de plant eigen afweerstoffen aan en wordt die weerbaarder. Zo ontstaat een elkaar versterkend effect.”

Arbeidskosten in loods

Een gezonde bodem is dus de basis van alles. “Ja, daarom kun je ook het beste streven naar meerjarige pachtcontracten, maar daar zou de overheid meer mogelijkheden moeten scheppen. Als je daarvoor de financiële middelen hebt, kun je natuurlijk ook grond kopen. Nog een optie is werken met vaste partners die ook in hun grond investeren. Tegenwoordig kun je stellen dat alles wat je investeert in je grond of doet in het gewas in dienst moet staan van het werk in de loods. De arbeidskosten in de loods maken nou eenmaal ongeveer de helft van de kostprijs uit. Als je een hectare kunt bijpachten moet je je ook afvragen ‘wat kost dat en wat levert het op?’. Als het een matig stuk is, kun je beter investeren in de grond die je al hebt om zo een kwalitatief beter product te kunnen telen. Dan verdien je het met minder schoningsuren in de loods weer terug.”

PlanetProof

Van der Haas verwacht dat het areaal prei in Nederland verder zal afnemen en dat de teelt nog meer een regioactiviteit zal worden. Ook ziet hij als een uitdaging voor de overheid, per regio alleen teelten die elkaar niet ‘bijten’ (prei, ui). Verder ziet hij een toename van een-op-eenrelaties tussen teler en retailer. “De retail omarmt PlanetProof, maar is niet bereid er meer voor te betalen. Ik vind dat niet kloppen. Trouwens, als je je grond goed op orde hebt, kun je eigenlijk zonder al te veel moeite aan PlanetProof voldoen. Alleen, dat op orde brengen of houden kost ook geld en dat zou uit een meerprijs bekostigd moeten kunnen worden.” Hij doet een oproep aan de retail: “De grond is onderdeel van de Planet, dus Proof dan dat je die belangrijk vindt. Alleen dan kan chemie verder teruggedrongen worden.”

De retail omarmt PlanetProof, maar is niet bereid er meer voor te betalen. Ik vind dat niet kloppen

Reserveburgemeester

En wat gaat Van der Haas na 1 december doen? “Ik blijf op de achtergrond als adviseur bij Mertens betrokken als vraagbaak voor jonge collega’s. Verder heb ik heel veel hobby’s, naast hardlopen en fietsen is dat Baarlo. Onze burgemeester heeft mij wel eens de ‘Reserveburgemeester van Baarlo’ genoemd. Nadat ik in 1992 als voorzitter met mijn buurt de boerenbruiloft met carnaval georganiseerd had, wist men mij te vinden. Ik ben nu al 27 jaar voorzitter van de stichting die de jaarlijkse volksfeesten verzorgt. Ik ben medeoprichter van ‘Baarlo Leeft!’, een stichting die door het organiseren van culturele activiteiten de leefbaarheid van Baarlo wil bevorderen. Verder ben ik actief in Dorpsoverleg Baarlo. Ik ben vast nog iets vergeten … Weet je? Een haas is altijd gezwind bezig en niet tam te krijgen …”

Of registreer je om te kunnen reageren.