Vollegrond

Achtergrond

Op zoek naar passende driftreducerende techniek

Dit jaar geldt bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen een minimale driftreductie van 75%. In 2030 moet dat 95% zijn. Meerdere wegen leiden tot het gewenste resultaat, maar welke past het beste?

In de Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en teeltsystemen heeft minister Schouten van LNV haar visie vastgelegd over waar ze met gewasbescherming in 2030 wil staan. Het ambitieuze einddoel is een driftreductie van 95% waar in 2019 nog minimaal 75% driftreductie gerealiseerd moet zijn.

Voor 2019 zijn al maatregelen afgekondigd, zoals de toepassingsafhankelijke verplichting tot drukregistratie, maar boetes worden er dit jaar nog niet uitgedeeld. En hoewel 2030 nog ver weg lijkt, blijkt uit het pakket van maatregelen dat de minister in haar toekomstvisie presenteert dat er vanaf 2020 al maatregelen op stapel staan waarmee telers direct te maken zullen krijgen.

Bij de Hardi Twin Force bleek, door het gebruik van watergevoelig papier op drie diepten in het gewas, nog eens duidelijk hoe groot het effect van de luchtstroom is op de bedekking van en de indringing in het gewas.
Bij de Hardi Twin Force bleek, door het gebruik van watergevoelig papier op drie diepten in het gewas, nog eens duidelijk hoe groot het effect van de luchtstroom is op de bedekking van en de indringing in het gewas.

Want in 2020 zal ook een start gemaakt worden met het ontwikkelen van een wettelijk kader dat in de loop van de tijd zal leiden tot wetgeving die, na inwerkingtreding, wel degelijk gehandhaafd gaat worden. Wellicht dat er in 2020 ook een (tijdelijke) stimuleringsregeling komt om investeringen in 95% driftreducerende technieken te bevorderen.

Nu keuzes maken

Om in 2020 aan de regelgeving te voldoen, moeten telers nu keuzes maken. Óf ze kiezen voor een spuitmethode waarbij drukregistratie verplicht is en treffen dan de benodigde maatregelen daarvoor, óf ze kiezen voor een teeltvrije zone van 3 in plaats van 2 meter waarbij nog steeds door doppenkeuze of met aanvullende technieken 75 tot 95% driftreductie gerealiseerd moet worden.

Daarnaast is er de mogelijkheid van een door de Technische Commissie Techniekbeoordeling (TCT) erkende driftreducerende techniek (DRT) waarbij drukregistratie niet verplicht is, of kiezen voor een loonwerker die over een voor die toepassing erkende spuitmachine beschikt. De bedrijfssituatie, het teeltplan en de te spuiten middelen met hun aanvullende eisen, zijn in deze leidend.

Vier methoden 97,5%

Onder driftreducerende technieken waarbij drukregistratie niet verplicht is en die een DRT van minstens 97,5% hebben, valt een veldspuit met verlaagde spuitboom met luchtondersteuning, in combinatie met een spuitdophoogte van maximaal 30 cm en een dopafstand van 25 cm. Voor de spuit- en kantdoppen gelden aanvullende eisen. De teeltvrije zone moet tenminste 2 meter zijn.

Een tweede optie is een veldspuit met Hardi Twin Force-luchtondersteuning, in combinatie met spuitdoppen van tenminste DRD 50% en bijbehorende driftarme kantdop.

De derde optie is een veldspuit met MagGrow-magnetisch systeem plus spuitdoppen van tenminste DRD 95% met bijbehorende driftarme kantdoppen. Spuitdophoogte maximaal 40 cm.

De laatste optie is een veldspuit met sleepdoek/Wingssprayer/Wave-spuitsysteem met driftreducerende doppen (DRD) uit tenminste de klasse DRD 50% en bijbehorende driftarme kantdop. Daarbij hoort een spuitdophoogte van maximaal 20 cm en een teeltvrije zone van tenminste 2 meter.

De driftreductie van deze DRT is erkend als 99%, met de aantekening van het TCT dat het daarbij essentieel is dat de sleepdoektechnieken afsteunen op gewas én kale grond. Als dit niet gebeurt, vallen deze technieken in een lagere DRT-klasse. Wat dit concreet betekent, is nog onduidelijk, maar het TCT zegt daarover op korte termijn duidelijkheid te verschaffen.

Groot effect luchtstroom

Op een onlangs door vollegrondsgroente.net georganiseerde spuitdemo op een perceel broccoli in Zwaagdijk (N.-H.) werden een zelfrijdende Agrifac Airflow met luchtondersteuning, een getrokken Hardi Twin Force en de Wingssprayer gedemonstreerd.

Bij de Hardi Twin Force bleek, door het gebruik van watergevoelig papier op drie diepten in het gewas, nog eens duidelijk hoe groot het effect van de luchtstroom is op de bedekking van en de indringing in het gewas – ook aan de onderkant van de bladeren – en de hiermee gepaard gaande driftreductie.

Nieuwste Wingssprayer

Van de genoemde methoden hebben de MagGrow- en de sleepdoektechniek in de groenteteelt nog weinig ingang gevonden. Van het sleepdoeksysteem bestaan meerdere merken, waaronder de Wingssprayer en het Wave-systeem.

Harrie Hoeben, de uitvinder van de Wingssprayer, heeft in 2004 als eerste een sleepdoek vanuit Zweden geïmporteerd. De ontwikkeling van een machine met sleepdoek ging met vallen en opstaan. Inmiddels heeft Hoeben wereldwijde patenten op een aantal zaken in de huidige versie.

Het huidige sleepdoek lijkt totaal niet meer op het grove doek dat Hoeben uit Zweden importeerde. Het huidige ‘doek’ is van glad, onbreekbaar kunststof dat uv en chemisch bestendig is en makkelijk schoon te houden. De ophanging is veranderd in een vaste ophanging met hydraulische dempers, zodat de Wings in elke stand goed blijven staan.

Verstelbare spoiler

Verder zit er op de nieuwste versie een spoiler die ten opzichte van het doek verstelbaar is en zo zorgt voor meer of minder turbulentie onder in het gewas. Zo komen de fijne druppels bij hoge, maar ook bij lage rijsnelheden beter onder de bladeren.

De spoiler zorgt verder voor een luchtstroom die de Wings aan de achterkant schoonhoudt. Tevens maakt die spoiler het mogelijk dat de spuitdopafstand 25 centimeter kan zijn. De Wings zijn op vrijwel iedere conventionele spuit aan de spuitbomen te monteren. De investering bedraagt € 829 per meter werkbreedte, inclusief montage en alle benodigdheden.

Broccoliteler Tim Groot heeft sinds 3 jaar een Wingssprayer. Hij gebruikt die in zijn aardappelen en uien, maar ook in zijn broccoli.
Broccoliteler Tim Groot heeft sinds 3 jaar een Wingssprayer. Hij gebruikt die in zijn aardappelen en uien, maar ook in zijn broccoli.

Wingssprayer in de praktijk

Broccoliteler Tim Groot heeft sinds drie jaar een Wingssprayer. Hij gebruikt die in zijn aardappelen en uien én in zijn broccoli. Groot legde op de demo uit waarom hij koos voor sleepdoek.

“Ik wilde graag een gedragen spuit, die zijn wendbaarder en werken sneller. Bij mijn weten zijn er geen gedragen spuiten met luchtondersteuning, dat viel dus af.” (Die is er wel, de Hardi Twinstream; red.)

“Ik wilde minimaal 97,5% driftreductie en met weinig water kunnen werken. Zo kwam ik uit bij de Wingssprayer. Ik gebruik 160 of 200 liter water per hectare en kan zo met de tank van 1.600 liter 8 of 10 hectare behandelen. Dat vind ik voldoende.“

“Ik gebruik hem in de broccoli voor herbiciden net na het planten, daarna gaat de onkruidbestrijding mechanisch, en voor alle insecticide- en fungicidebehandelingen.”

Groot rijdt dit jaar voor het eerst op bredere banden. “Daardoor blijft de spuit beter in balans.” Hij gebruikt zeer fijne 015 neveldoppen. “Daarom gebruiken we alleen kraanwater, al zit er wel een centraal zuig- en persfilter op en zitten er fijne filters bij de doppen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.