Vollegrond

Achtergrond

‘Strengere EU-criteria leiden tot oogstverliezen’

Als een groot aantal actieve stoffen in gewasbeschermingsmiddelen geen toelating meer krijgt, kan dat tot wel 30% aan oogstverliezen opleveren, zegt Jo Ottenheim. Daarnaast brengt het gebrek aan bepaalde actieve stoffen in middelen de volksgezondheid in gevaar.

“Weinig resten bestrijdingsmiddelen op groente en fruit”, wat een mooi bericht van de NVWA in de donkere dagen voor kerst. Dagblad Trouw weet dit binnen enkele uren en met hulp van Pan Europe om te bouwen naar een artikel met de onheilspellende kop ‘Groenten en fruit zijn vaak vervuild met hormoongif’ en de zorgwekkende onderkop ‘Op voedsel in Nederlandse winkels zijn restanten van bestrijdingsmiddelen te vinden die kunnen leiden tot medische problemen’. Toe maar.

Gelukkig is daar het Voedingscentrum, dat zich haast om duidelijk te maken dat de gevonden waarden zeer klein zijn en geen aanleiding geven om groente en fruit te mijden. En ja, ook zwangere vrouwen en kleine kinderen kunnen gerust groente en fruit eten.

NRC interviewt toxicoloog Martin van den Berg over de kwestie: “Ik heb zelden gezien dat de concentraties zo hoog waren dat het gevaarlijk werd, de dosis maakt het gif.”

Strengere EU-criteria voor toelatingen voor diverse actieve middelen hebben gevolgen voor de oogstopbrengst, zegt Jo Ottenheim. De EU zou hierdoor netto-importeur kunnen worden van graan en aardappelen. - Foto: Michel Velderman
Strengere EU-criteria voor toelatingen voor diverse actieve middelen hebben gevolgen voor de oogstopbrengst, zegt Jo Ottenheim. De EU zou hierdoor netto-importeur kunnen worden van graan en aardappelen. - Foto: Michel Velderman

Met het bericht in Trouw wordt de indruk gewekt dat gewasbeschermingsmiddelen niet getest zouden zijn op hormoonverstorende eigenschappen. Dat beeld is niet juist. Al langere tijd worden werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld op eventuele hormoonverstorende eigenschappen voor mens en milieu. Dit gebeurde op basis van een deskundigenoordeel en interim-criteria. In 2018 zijn uiteindelijk door de Europese Unie wetenschappelijke criteria vastgesteld voor hormoonontregelende eigenschappen van gewasbeschermingsmiddelen. Bij deze EU-criteria wordt gekeken naar de specifieke eigenschappen van de stoffen zelf. De mate van blootstelling en dus de daadwerkelijke risico’s worden niet in het oordeel betrokken.

Europese criteria

Zoals nu de kaarten liggen, zal door de huidige Europese criteria een groot aantal actieve stoffen voor gewasbescherming de toelating verliezen. Ook stoffen die veilig kunnen worden toegepast. De Europese koepelorganisatie van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie ECPA heeft de potentiële impact van de criteria laten vaststellen en voorspelt oogstverliezen tot wel 30% in aardappelen, suikerbieten, druiven en koolzaad en 7% in tarwe, gerst en mais. Terwijl oogstverliezen en voedselverspilling relevante maatschappelijke thema’s zijn.

Overschrijdingen worden vooral gevonden in producten uit niet-EU-landen

De EU zou wel eens netto-importeur kunnen worden van bijvoorbeeld aardappelen en gerst. Daarnaast komt bij het ontbreken van bepaalde schimmelbestrijdingsmiddelen juist de volksgezondheid in het geding. Als schimmels niet meer bestreden kunnen worden, neemt het risico op het achterblijven van mycotoxines van schimmels op de gewassen aanzienlijk toe.

Toegestane residuwaardes

Bij het bepalen van toegestane residuwaardes van gewasbeschermingsmiddelen op land- en tuinbouwproducten wordt gekeken naar de veiligheid voor de consument en naar goed landbouwkundig gebruik. In de praktijk zijn dus de residunormen lager dan vanuit gezondheidspunt nodig zou zijn. Overschrijdingen worden vooral gevonden in producten uit niet-EU-landen. Angstaanjagende krantenkoppen kunnen leiden tot minder consumptie van groenten en fruit, maar als er een ding duidelijk is, is het wel dat dat niet bijdraagt aan een betere gezondheid.

Of registreer je om te kunnen reageren.