Vollegrond

Achtergrond

Voor financiering akkerbouwbedrijf telt resultaat

Als gevolg van de bankencrisis stelt de overheid strengere kapitaaleisen aan de banken. Deze stellen op hun beurt strengere eisen bij het verstrekken van leningen.

De financieringseisen die banken aan akkerbouwbedrijven stellen, hebben de afgelopen 10 jaar een grote verandering ondergaan. Waar voorheen met voldoende zekerheid achter de hand, meestal in de vorm van grond, bij banken een lening afgesloten kon worden, financieren banken nu vooral op basis van de kasstroom. Dat betekent dat de ondernemers moeten aantonen dat ze de rente en aflossing kunnen opbrengen uit de normale bedrijfsvoering.

Bazel-akkoorden

Volgens Bart Geertsema, financieringsspecialist bij accountantskantoor Flynth, zijn banken als gevolg van de zogenoemde Bazel-akkoorden minder gretig om geld uit te lenen. Banken moeten als buffer een hoger eigen vermogen aanhouden. Dit is opgeschroefd van 8 naar 16% van het balanstotaal. Dus hoe meer ze uitlenen, hoe meer eigen vermogen ze moeten aanhouden. Het is daarom moeilijker onbeperkt geld uit te lenen. Door de grotere hoeveelheid eigen vermogen dat nauwelijks rendeert, zijn de marges van de banken op leningen ook kleiner geworden. De banken zijn daarom een stuk kritischer geworden op waar ze geld insteken en waar niet.

Daarnaast hebben de banken ook een zorgplicht opgelegd gekregen. Cliënten mogen door een verstrekte lening niet in betalingsproblemen komen. De toezichthouder eist dat banken onderzoeken of een ondernemer de lasten wel kan opbrengen.

In de praktijk betekent dat voor landbouwers dat banken hogere eisen stellen en ondernemers tot meer dan 10 jaar terug moeten kunnen aantonen dat ze kredietwaardig zijn.

Alleen grond niet voldoende

Volgens Geertsema is alleen zekerheid met voldoende grond als onderpand onvoldoende om een financiering rond te krijgen. Tijdens de door Flynth georganiseerde akkerbouwavonden bleek hierover nog veel onbegrip te zijn bij akkerbouwers. De gedachte heerst dat de bank niet moeilijk moet doen zolang het eigen vermogen groter is dan de schulden. De bank loopt dan immers geen risico?

Rentabiliteit

Geertsema geeft daarop aan dat bij het bepalen van de kredietwaardigheid het ondernemerschap nu met stip bovenaan staat. De ondernemer moet met recente cijfers aantonen hoe zijn bedrijf financieel draait. Daarbovenop moet hij de bank ervan overtuigen dat de nieuwe financiering positief bijdraagt aan de rentabiliteit van het bedrijf op korte en langere termijn.

De kasstroom komt op de tweede plaats voor het toekennen van een financiering. Ofwel: is de ondernemer in staat om uit de kasstroom rente en aflossing te betalen?

Pas op de derde plaats is de zekerheid een argument. De banken vragen van de teler om een dossier op te bouwen met daarin historische cijfers, de plannen voor de toekomst en een financiële onderbouwing van de toekomstplannen.
Artikel gaat verder onder de foto.

Voor aankoop van grond om het bedrijf te laten groeien, willen banken geen aflossingsvrije leningen meer verstrekken. - Foto: Hans Prinsen
Voor aankoop van grond om het bedrijf te laten groeien, willen banken geen aflossingsvrije leningen meer verstrekken. - Foto: Hans Prinsen

Intensief beheer

Een consequentie van strengere bankeisen is ook dat bedrijven sneller onder een zogenoemd intensief beheer van de bank komen. De afdeling Intensief Beheer is gespecialiseerd in het begeleiden van bedrijven waarmee het financieel even minder goed gaat. Dat hoeft niet altijd aan de ondernemer te liggen, maar kan bijvoorbeeld ook komen door een seizoen met lage prijzen.

Veel ondernemers zien het opleggen van intensief beheer als motie van wantrouwen. Dit hoeft volgens Geertsema niet altijd negatief te zijn. Specialisten van een bank kunnen een vinger op de zere plek leggen waardoor een bedrijf er weer beter uitkomt. Het kan ook een prikkel zijn voor de ondernemer om zijn bedrijfsvoering te optimaliseren. Het is ook in het belang van de bank om gezonde bedrijven in hun portefeuille te hebben. Op negatieve publiciteit en gedoe met gedwongen verkopen of faillissementen zit geen bank te wachten.

‘Als ondernemer moet je het in het huidige banklandschap niet willen om zo afhankelijk te zijn van een bank’

Liquiditeitsbuffer

Ook de tijd dat een tijdelijk liquiditeitstekort eenvoudig door de bank opgelost wordt, is voorbij, volgens Hendrik Jan Bos, sectormanager akkerbouw bij Flynth. Ook voor een tijdelijke overbrugging moet een complete aanvraag opgetuigd worden. “Als ondernemer moet je het in het huidige banklandschap niet willen om zo afhankelijk te zijn van een bank, bovendien is het een negatief signaal richting bank.” Het advies van Bos is om minimaal 5% van de jaarlijkse omzet als liquiditeitsbuffer aan te houden. Dan kun je 1 keer in de 10 jaar een misoogst met halve opbrengsten zonder problemen overbruggen. Telers met veel vrije gewassen, zoals in Flevoland, zijn daar meer aan gewend dan telers in de Veenkoloniën met zetmeelaardappelen, suikerbieten en graan. Deze gewassen laten zowel een vrij stabiel opbrengstniveau als een stabiel prijsniveau zien.
Artikel gaat verder onder de tabel.

Kapitaalintensievere teelten

Maar met de groei van meer kapitaalintensievere teelten zoals lelies, consumptieaardappelen en uien gaan de geldstromen steeds meer fluctueren. Bos merkt dat ondernemers er moeite mee hebben om grote bedragen ‘werkloos’ op een spaarrekening te hebben staan, zeker met de huidige lage rentevergoeding op een spaarrekening. Volgens de adviseur mag een liquiditeitsbuffer wel wat kosten, het is een investering in de bedrijfszekerheid van de onderneming.

Investeringen in machines

Bos en Geertsema waarschuwen ervoor om de investeringen in machines te veel te laten afhangen van de mogelijkheden om de fiscale winst te drukken. Zij zien dat de bewerkingskosten op bedrijven oplopen, omdat bij vervanging altijd gekozen wordt voor duurdere machines met grotere capaciteit. Beter is om een investeringsprogramma te maken dat aansluit bij het toekomstplan van het bedrijf. Dan blijven ook de liquiditeit en het inkomen op peil. Van een ruim machinepark kom je niet meer af en daarmee verlies je flexibiliteit in de bedrijfsvoering. De keuze om bijvoorbeeld minder aardappelen te gaan telen wanneer de contractprijzen te laag zijn, verhoogt dan meteen de bewerkingskosten van de overgebleven hectares. Een mogelijkheid om meer flexibiliteit in te bouwen is om machines te leasen op uurbasis of om meer gebruik te maken van een loonwerker.
Artikel gaat verder onder de foto.

Uienoogst. Telers moeten de financiële gevolgen van een misoogst of een jaar met lage prijzen met eigen middelen op kunnen vangen. - Foto: Peter Roek
Uienoogst. Telers moeten de financiële gevolgen van een misoogst of een jaar met lage prijzen met eigen middelen op kunnen vangen. - Foto: Peter Roek

Aflossen op grond een goede zaak

Grond neemt een aparte plaats in binnen de financiering.

Grond behoudt zijn waarde en er kan niet op afgeschreven worden. Aflossingen gaan ten laste van de winst. Om voldoende financiële armslag te houden, willen ondernemers aflossingen over een zo lang mogelijke termijn uitsmeren. Waar voorheen nog wel een aflossingstermijn van 50 jaar afgesproken kon worden willen banken volgens Geertsema nu vaak niet verder gaan dan een periode van 30 jaar.

Aflossen op grond is volgens Geertsema een goede zaak, omdat dit ruimte geeft voor een volgende stap. Daarbij speelt ook dat banken met kortere looptijden werken. Ook voor grond zijn looptijden van 10 jaar vrij gebruikelijk. Daarna moet de financiering opnieuw beoordeeld worden. Is er al een deel afgelost, dan is een nieuwe financiering makkelijker rond te krijgen. Daarnaast is er nog het renterisico. De rentes zijn nu historisch laag, zo laag dat ze bijna alleen maar omhoog kunnen. Bij de huidige grondprijzen veroorzaakt een geringe rentestijging al direct een fors hogere financieringslast die nog wel uit de bedrijfsresultaten opgebracht moet kunnen worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.