Home

Nieuws

‘Juristen en wetenschappers op één lijn brengen’

Iedereen weet wel dat groenten en fruit gezond zijn. Maar het is juridisch ingewikkeld om dat ook te kunnen claimen. Voedingswetenschapper Alie de Boer heeft daar haar tanden in gezet. “Want ik zag mezelf niet alleen maar in een lab staan.”

Wat voedingswetenschappelijk wel of niet bewezen kan worden geacht, is heel wat anders dan wat juristen of politici als juridisch bewijs beschouwen. “Die werelden lijken elkaar niet altijd te snappen. Dat triggerde mijn nieuwsgierigheid.”

Alie de Boer schopte het in razende vaart tot doctor in de voedingswetenschappen. De hooggeleerde begeleiders van haar promotieonderzoek waren professoren in de toxicologie en in het Europees recht. Ze mocht vervolgens op de Campus Venlo van Maastricht University het Food Claims Centre Venlo opzetten. “Want we checken wel veel op veiligheid of gezondheid, voordat iets gezegd of geclaimd mag worden, maar werkt dat ook goed?”

Snapt u dat telers ontmoedigd raken als ze denken aan eindeloos ingewikkelde juridische eisen voor zo’n claim?

“Ik ben daar niet sceptisch over. Die regels hebben ook veel positiefs gebracht. Ik hoop echt dat daardoor de grootste cowboys weg zijn. Dat de raarste claims van de markt zijn. Dat je juist beloond kunt worden voor je onderscheidende vermogen als je wél goed uitzoekt wat je product nou écht doet, wat er écht in zit. Ik snap ook wel dat een ondernemer gefrustreerd kan raken door de berg regeltjes. Mijn uitdaging is die ondernemers de moed níét te laten verliezen. Ik denk dat als je eerst heel precies weet wat er in je product zit, je door die regels ook weet wat je speelruimte is voor zo’n claim. Door onderzoeksprogramma’s als De Waarde(n) van Groenten en Fruit kan dat voor telers ook allemaal wat toegankelijker worden.”

Dat programma loopt nu twee jaar. Maar het gaat nog niet direct een claim opleveren?

“Het is nu een onderzoekproject om te begrijpen wat stoffen die in groenten en fruit voorkomen doen voor de gezondheid. We hebben gekeken naar onder meer tomaat, broccoli en wortel. En we zijn uitgekomen bij glucorafaninen in broccoli en ook andere brassicacaea. Dat wordt door een enzym, myrosinase, omgezet in sulforafaan. Dat is een antioxidant waarvan in verschillende studies naar voren komt dat het een effect heeft op verschillende ontstekingsmechanismen.”

Tekst gaat door onder foto

Alie de Boer: "We weten dat voeding veel subtielere effecten heeft dan medicijnen, maar gezondheidsclaims voor voedsel worden net als die voor medicijnen getoetst op één effect van één stof." - Foto: Bert Jansen
Alie de Boer: "We weten dat voeding veel subtielere effecten heeft dan medicijnen, maar gezondheidsclaims voor voedsel worden net als die voor medicijnen getoetst op één effect van één stof." - Foto: Bert Jansen

Is dat dan wel de aanloop naar een claim?

“Wat opvalt bij claims is dat het heel vaak gaat over één effect van één stof. Maar als je een paprika eet, eet je een combinatie van stoffen. We weten dat voeding veel subtielere effecten heeft dan medicijnen, maar gezondheidsclaims voor voedsel worden net als die voor medicijnen getoetst op één effect van één stof. Terwijl meerdere subtiele effecten op de langere termijn juist onze gezondheid beter kunnen bevorderen.”

Maar er wordt op verpakkingen toch al van alles beweerd?

“Je kunt wel beginnen met zeggen dat iets fantastisch is, maar zonder voedselwetenschappelijke onderbouwing wordt dat heel snel een tamelijk hol marketingverhaal. En zeker als we naar groenten en fruit kijken, dan weten we door algemenere voedselstudies naar voedselpatronen al best veel over de grote rol die die spelen bij gezondheid. Maar je ziet dat consumenten nu al heel erg op zoek zijn naar hoe ze hun eetgewoontes zo kunnen buigen dat wat ze lekker vinden ook goed voor ze is. Hoe kan ik mezelf langer gezond houden? Als je van jezelf weet: ik kom uit een familie met hart- en vaatziekte, dan kan het nuttig zijn om er voor te zorgen dat je niet te veel cholesterol binnenkrijgt en dat je bloeddruk niet te hoog moet worden. Daar kun je in je eetpatroon iets aan winnen.”

Hoe ver zijn we nog weg van dergelijke persoonlijke voedingsadviezen?

“De trend van het personaliseren van voeding is interessant, maar staat nog echt in de kinderschoenen. We zien bijvoorbeeld dat er veel interesse is in het microbioom in de darmen: hoe je met een bepaald menu gezonde bacteriën kunt laten groeien en minder gezonde bacteriën minder kunt laten groeien. Die keuzes in je eetpatroon en het effect dat dat heeft op de darmen, dat kan een belangrijke rol spelen bij de personalisering van voeding. In de wetenschap zetten we daar stappen in, maar het is nog niet dat individuele consumenten over vijf jaar met een vingerprikje bloed kunnen afnemen voor ze naar de supermarkt gaan om te bepalen of ze vandaag aardbeien of blauwe bessen zullen kopen.”

“Waar we wel sneller heen kunnen, is het onderscheiden van groepen. Bijvoorbeeld bepalen wat sporters voor extra behoeftes hebben of mensen met risico’s op bepaalde vormen van kanker of andere ziektes. Dat begint allemaal met weten wat een bepaald stofje doet. Dat hoeven we niet nu al te weten van álle miljoenen stofjes die in groenten en fruit zitten, maar begin eerst maar eens de stoffen te meten die er het meeste in zitten.”

Zoals dus die stof in broccoli.

“Wat we nu willen weten is: hoe werkt het eten van een bepaalde groente in op het ontstaan van laaggradige ontstekingen in het lichaam. Die ontstekingen zijn belangrijke aanwijzingen voor de ontwikkeling van welvaartsziektes als diabetes type 2. Daarvoor hopen we dit najaar met humane studies te kunnen beginnen: mensen laten we dan wat eten en drinken, met wel of niet die stof erin en dan meten we hoe hun lijf omgaat met die verschillende menu’s.”

Dat duurt dus nog even. Wat kan er nu al worden geclaimd?

“Er zijn nu ook al een aantal door de Europese voedselwaakhond EFSA goedgekeurde claims die je kunt gebruiken als je de samenstelling van je product kent. Op blauwe bes in de supermarkt staat al dat ze rijk aan vezels zijn. Dat kan al. In heel veel landen staan al voedingsclaims – dus wat er in zit – en gezondheidsclaims – wat het met je doet – op ‘processed foods’, dus verwerkte voedingsmiddelen. In de notensector zijn er wel wat claims met vers product. In de VS bijvoorbeeld een walnotenclaim met bepaalde vetten. En in Japan zijn er een paar voedingsclaims toegelaten bijvoorbeeld dat er op een tomaat staat dat die rijk is aan lycopeen. In Japan en de VS zijn de bewijslasteisen net wat milder: dat we weten dat het een mogelijk interessante stof is voor onze gezondheid is daar al genoeg om het te mogen benoemen. Maar omdat dat benoemen al de indruk wekt dat het goed voor je is, mag dat in Europa nog niet. Je zult bijvoorbeeld ook nooit mogen zeggen dat in een product heel veel vet zit. Want dat zou dan ook op een aanprijzing kunnen lijken, terwijl dat niet gezond is.”

‘In Japan en de VS zijn eisen voor voedselclaims wat milder’

Andersom mag er wel ‘geen suikers toegevoegd’ op een product staan.

“Ja, dat mag dan weer wel. En ‘light’ op je verpakking zetten mag ook, mits óf 30% minder vet óf 30% minder suiker óf 30% minder calorieën of 30% minder koolhydraten. Als je er dus minder vet in stopt, maar juist méér koolhydraten omdat het anders niet meer goed smaakt, dan mag het light heten, maar is het doel van de wet eigenlijk niet bereikt. Toch vind ik die voedings- en gezondheidsclaimsverordening wel een stap in de goede richting.”

Consumenten zouden door de verhalen over ‘light’ dat eigenlijk helemaal zo ‘light’ niet is álle claims kunnen gaan wantrouwen.

“Sceptische consumenten hou je toch. Maar om je doelgroep te bereiken, moet je toch informatie overbrengen. En dat moet allemaal kloppen. Niet alleen wat je op je etiket zet telt trouwens mee. Alle gezondheidsgerelateerde informatie, ook op je website, wordt als claim bekeken. Zo doen collega’s van ons onderzoek naar wat voor teksten vertrouwd worden, wat teksten met mensen doen, hoe je mensen al van jongs af aan kunt trainen in het begrijpen en inschatten van informatie. Dat helpt bij het maken van gezonde keuzes: waar je doorheen kunt prikken en wat écht wetenschappelijk is aangetoond.”

Ook ingewikkeld genoeg in tijden van infostress en fake news.

“Ja, politiek en maatschappij eisen van voedingsproducenten wel veel info, maar we weten nog niet goed wat voor effect die verplichte informatie op consumenten heeft. Doel is het beschermen van de consument, maar als de manier waarop die informatie nu moet worden opgesteld voor consumenten niet vertrouwenwekkend is of onbegrijpelijk, dan schieten we met zijn allen ons doel voorbij.”

Tekst gaat door onder foto

"Consumenten zullen nog niet zo snel met een vingerprikje bloed kunnen afnemen voor ze naar de supermarkt gaan om te bepalen of ze vandaag appels of blauwe bessen zullen kopen.” - Foto: ANP
"Consumenten zullen nog niet zo snel met een vingerprikje bloed kunnen afnemen voor ze naar de supermarkt gaan om te bepalen of ze vandaag appels of blauwe bessen zullen kopen.” - Foto: ANP

Juridische taal verenigbaar maken met goede marketing, ook niet zomaar voor mekaar.

“En óók wil je voorkomen dat snelle vorderingen van de wetenschappelijke kennis door dat juridisch kader vertraagd bij de consument aankomt. En als er juridische of politieke vertragingen zijn in de controle van claims, hoe zet je dat dan op een product? Dat is bijvoorbeeld aan de hand met kruidenextracten. Daar staat in Nederland nu als disclaimers op verpakkingen dat een gezondheidsclaim voor dit product in afwachting is van goedkeuring door de EU. Hoe leest een consument dat? Dat wéten we niet, dus ook dat onderzoeken we.”

Wat we wel of niet vertrouwen of geloven is toch ook heel persoonlijk?

“Ik geef vaak het voorbeeld: als je ziek bent en je oma heeft altijd gezegd ‘dan moet je kippensoep eten, want dat is goed voor je’, dan blijft dat je op de achtergrond beïnvloeden. Of denk aan de influencers op Instagram, die beweren dat je met één druppeltje cannabisolie het effect van twee Big Macs kunt neutraliseren. Dat soort anekdotisch ‘bewijs’ concurreert met alle wetenschappelijk bewijs. En wat we weten over broccoli is één ding, maar daar eten we meestal ook aardappelen bij en een stukje vlees of een vleesvervanger en jus of een sausje. En zulke grotere of kleinere maaltijden eten we allemaal een keer of zes per dag. En telkens doet dat wat met je lichaam.”

Vooral voor mensen die aan bepaalde ziektes lijden, is dat wel héél interessant.

“Jazeker, maar we hebben bewust patiëntengroepen buiten ons onderzoek gehouden. Als we over cranberrysap zeggen dat het blaasontsteking verhelpt, dan is het een medicijnclaim. Daar sturen wij in ons onderzoek niet op aan, we kijken naar de rol van voeding om juist gezond te blijven. Daarom werken we in die humane studie alleen met gezonde mensen. Als we met een zieke populatie zouden werken, dan moet je anders gaan kijken, preciezer focussen op een bepaald mechanisme dat tot een kwaal kan leiden en waarop een stof, en dus ook een groente waar die stof in zit, op zou kunnen ingrijpen. Dat doen we dus niet. Dat wordt bij andere groepen in Maastricht en andere universiteiten overigens wel gedaan. Het omkeren van diabetes type 2 door anders te gaan eten, daar wordt bijvoorbeeld door allerlei onderzoekers naar gekeken.”

Zou commerciële personalisering van voedsel misschien vooruit kunnen lopen op wat wetenschappelijk al helemaal rond is?

“Ik meet zelf met een activity tracker mijn stappen en ik gebruik af en toe de eetmeter van het Voedingscentrum. Mensen tellen calorieën en houden hun eiwitinname bij om hun sporttraining te perfectioneren. Maar voor de gemiddelde consument zou het al een hele verbetering zijn zich te houden aan de algemene voedingsadviezen. Verder gepersonaliseerd optimaliseren, dat kan daarna dan altijd nog. Persoonlijke verhalen kunnen heel mooi zijn, maar er zijn ook heel veel fantástische verhalen waar je doorheen moet prikken. Gelukkig zijn er genoeg mensen die dat doen. Als ik zie hoe kritisch onze studenten zijn op wat ze eten en waar hun eten vandaan komt, dan ben ik wel hoopvol.”

Profiel

Alie de Boer (1989) is docent en onderzoeker voedselwetenschappen en -informatie aan Maastricht University Campus Venlo. Daar leidt zij het Food Claims Centre Venlo, dat ze opzette nadat ze promoveerde op onderzoek naar hoe wetgeving en effecten van voeding en medicijnen interacties met elkaar hebben. De op dit centrum gevolgde onderzoekslijn brengt voedselwetenschap en levensmiddelenrecht samen. Naast claims wordt ook overige voedselinformatie onderzocht vanuit disciplines als consumentenwetenschap en psychologie. Dat gebeurt onder meer in het programma De Waarde(n) van Groenten en Fruit in samenwerking met veertien bedrijven en vier kennisinstellingen.

Of registreer je om te kunnen reageren.