Home

Nieuws

Metingen bodemlabs lopen ver uiteen

Verschillende bodemlaboratoria die hetzelfde bodemmonster doorlichten komen tot zeer uiteenlopende meetresultaten. Dat blijkt uit onderzoek door Boerderij.

Vakblad Boerderij liet 1 bodem-mengmonster door 7 bodemlaboratoria analyseren. Ook hebben de laboratoria het betreffende perceel zelf bemonsterd.

In theorie moet een homogeen mengmonster bij elk grondlaboratorium dezelfde gehaltes opleveren, maar de waardes en adviezen blijken enorm te verschillen. Vooral gehaltes van fosfaat (Pw en P-PAE), organische stof en diverse sporenelementen liggen ver uiteen.

Allemaal geaccrediteerd

De verschillen in gehaltes treden niet zozeer op tussen de resultaten van het mengmonster en het door de labs gestoken monster, maar wel tussen de resultaten van de verschillende laboratoria. Dat zou erop duiden dat de verschillende methoden tot verschillende meetresultaten leiden. Alle labs zijn echter geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie.

Ook bijna alle afzonderlijke meetmethodes die de labs voor hun metingen hanteren zijn geaccrediteerd. Uitzondering daarop vormt een nieuwe methode die marktleider Eurofins gebruikt voor het analyseren van de fosfaattoestand van een perceel.

Goedkopere methode

Voorheen werd het zogeheten P-Al-getal bepaald door extractie van de grond met de chemische oplossing ammoniumlactaat, in duplo. Daarvoor had het lab wel een accreditatie. Eurofins voert de tweede bepaling tegenwoordig echter niet uit middels extractie met ammoniumlactaat, maar via Near InfraRed Sensing (NIRS). Dit is een goedkopere methode en is volgens Eurofins net zo accuraat als de oude methode met ammoniumlactaat.

De NIRS-methode is echter niet door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd, bevestigt deze raad. Dat kan ook niet, want volgens Jan van der Poel, directeur van de Raad voor Accreditatie, bestaan er nog geen internationale normen voor deze methode.

Analyse mogelijk niet rechtsgeldig

Het feit dat er zulke uiteenlopende cijfers komen uit de verschillende labs confronteert boeren en tuinders met veel onzekerheid over de daadwerkelijke toestand van hun grond en maatregelen die ze moeten nemen om hun teelt er goed te laten gedijen.

Het feit dat de methode van Eurofins ook nog eens niet geaccrediteerd is kan bovendien tot gevolg hebben dat de analyse niet rechtsgeldig is en de overheid voor dat perceel het fosfaatgehalte automatisch als ‘hoog’ inschat.

1 miljoen kuub minder mestafzetruimte

Dat betekent dat de boer of tuinder er minder mest op mag gebruiken. Dat kan weer ten koste gaan van het gewas én het scheelt ook in de vergoeding die de telers krijgen voor het afnemen van mest. Een snelle berekening leert dat, als de bodemanalyses van Eurofins inderdaad niet rechtsgeldig zijn, de mestafzetruimte aan rundveedrijfmest op Nederlandse akkers en weilanden in 2018 globaal 1 miljoen kuub lager uitvalt.

Kamervragen

Over de bevindingen van Boerderij heeft de SP inmiddels Kamervragen gesteld aan landbouwminister Carola Schouten.

Meer details over het onderzoek van Boerderij zijn te lezen in de volgende editie van Groenten & Fruit Magazine.

Of registreer je om te kunnen reageren.