Home

Nieuws 2 reacties

Cao Open teelten: waar knelt het?

Sinds 1 juli moeten de open teelten het stellen zonder cao. Gesprekken tussen de vakbonden en LTO Nederland over nieuwe arbeidsafspraken liepen het afgelopen voorjaar vast, waarna verder overleg werd opgeschort.

Een vervolgagenda ontbreekt tot nu toe. Voor even is het ontbreken van een collectieve arbeidsregeling geen ramp, maar het is geen situatie die lang moet blijven bestaan. Cao-afspraken zijn te beschouwen als een vorm van goed werkgeverschap, en vormen een vast omkaderd arbeidsrechtelijk houvast voor werkgevers en werknemers. Blijven afspraken daarover te lang hangen, dan straalt dat af op het imago van de sector. Wat dat laatste betreft heeft de champignonsector niet echt het goede voorbeeld gegeven, met een langdurig cao-loos tijdperk en de nodige arbeidstrammelant in het nieuws.

Pijnpunten
Het lastige is dat de cao Open teelten een groot aantal sectoren omvat: de boomkwekerij, bloembollen, fruit, akkerbouw, opengrondsbloemen en vollegrond, en dat de arbeidsbelangen niet voor alle sectoren parallel lopen. Met name voor vollegrondsgroenten en kleinfruit - meer specifiek voor gewassen als aardbeien en asperges die voor een groot deel leunen op flexarbeid - liggen er enkele hobbels. Daarin zijn drie dossiers te onderscheiden:

- de periode voor gelegenheidsarbeid;

- de drempelperiode voor de pensioenopbouw;

- de toeslagregeling binnen de regeling Seizoensarbeid.

Voor een verandering in de eerste twee dossiers is een wettelijke aanpassing vereist, en zou een positieve opstelling van de sociale partners zeer welkom zijn. Het derde punt is rechtstreeks te regelen met de vakbonden, maar die lopen daar tot op heden niet echt warm voor.

Dure arbeid

De periode voor gelegenheidsarbeid hangt af van de contractduur: minder dan 8 weken werken is circa 1,4 maal het brutoloon, bij een langere duur is die factor 1,48 en bij een dienstverband korter dan 1 jaar is de loonsomfactor bijna 1,6.  Asperges oogsten en aardbeien plukken is gelegenheidsarbeid, maar vraagt meer dan 8 weken.

Zou je de periode met de laagste loonsomfactor kunnen oprekken tot 12, of nog liever 16 weken, dan zou dat al een hoop pijn schelen, maken specialist sociaal-economisch beleid Frank de Wijs van ZLTO en cao-onderhandelaar voor de open teelten Jan Pertijs duidelijk. Zo’n aanpassing zou bovendien bijdragen aan een terugdringing van de verschillen in loonkosten binnen de EU. Volgens een statistiek (2011) van de Geopa, (een belangenclub van agrarische werkgevers binnen de EU) komen werkgeverskosten in Nederland gemiddeld uit op €13,78 per uur. De uurkosten in België komen in deze vergelijking voor oogstwerk op €8,55.

Pensioenregistratie

De pensioenopbouw voor werkers met een arbeidsovereenkomst start vanaf dag 1 vanaf een leeftijd van 21 jaar. Dat levert veelal kruimel-pensioentjes op, die geregistreerd moeten worden. Dat doet het BPL (Bedrijfspensioenfonds landbouw). Dat zorgt weer voor extra loonkosten. Het oprekken van die drempelperiode reduceert die kosten. Voor uitzendkrachten geldt een drempelperiode van 6 maanden, echter de wet staat geen uitzondering toe voor seizoenwerkers in de tuinbouw.
Overurentoeslag eraf

Binnen de Regeling seizoensarbeid bestaat de ruimte om gedurende maximaal 6 maanden maximaal 48 uur te werken met toepassing van het minimumloon. Bij meer uren werken komt er een toeslag bij (+ 25 procent tot 55 werkuren en + 100 procent bij 55 tot 60 uur werken.) De overuren (> 48 uur) zouden gecompenseerd kunnen worden met minder arbeidsuren in andere weken. De Wijs: “Daar zit een mogelijkheid om de loonkosten te beperken. Daar spitst de discussie zich op toe: met de vakbonden, en binnen de deelsectoren onderling die vallen onder de cao Open teelten. Komt nog bij dat er inmiddels sectoren zijn met relatief veel vaste arbeid die wel een cao wensen. De vraag is met welk mandaat werkgevers de onderhandelingen met de sociale partners moeten ingaan.”
Cafetariaregeling

Inmiddels is er wel een cafetariaregeling overeengekomen met de Belastingdienst. Dankzij deze regeling kunnen de meerkosten die seizoenarbeiders maken, op een fiscaal-gunstige manier worden verrekend met de overuren. Deze kan echter pas van kracht zijn wanneer er een cao komt.
Om een en ander toe te lichten worden twee bijeenkomsten georganiseerd:

op maandag 12 november bij ‘Twee Gebroeders’, Hoge Neerstraat 1, Etten-Leur.

Op woensdag 21 november, De Koksehoeve, Koksedijk 25, Gemert

Beide bijeenkomsten starten om 20.00 uur, de deur is open vanaf 19.45 uur.

Laatste reacties

  • P. Verschuren

    Het echte probleem is het verschil tussen loonkosten voor gelijke arbeid in verschillende landen. Dit verschil in eigen land proberen aan te pakken is misschien de snelste oplossing (nou ja snel.... ) maar een definitieve oplossing ligt enkel en alleen in het nivelleren van de loonkosten tussen de verschillende landen voor hetzelfde werk. We moeten niet in het nieuws willen zijn met een voortdurende roep dat de lonen omlaag moeten. Daar win je geen sympathie en arbeidskrachten mee. De (netto)lonen zijn helemaal niet te hoog. De prijzen voor onze producten zijn te laag.

  • P van Es

    Voor agrarische seizoensbedrijven zijn mogelijkheden voor vaste jaarcontracten voor bijv. 1800 uur werk per jaar. Werktijden in overleg, zeer afhankelijk van
    de hoeveelheid werk. Geen enkele doorbetaling bij geen gewerkte uren, altijd mogelijkheden om uren later in te halen. Bij ziekte eigen risico werknemer bijv. 14 dagen, wel altijd mogelijk uren in te halen. Op deze wijze voor een grotere groep vast werk, hoger netto loon, lagere loonkosten door minder regels en lagere sociale lasten, en veel veel minder instroom in ziektewet, ww en alle andere sociale voorzieningen

Of registreer je om te kunnen reageren.