Home

Nieuws 2 reacties

Spanjaarden willen niet in kassen werken

Terwijl de werkloosheid in Spanje inmiddels ruim 20% bedraagt, is het aandeel van de buitenlanders in het werk onder plastic in het afgelopen jaar wederom toegenomen. De voorspellingen van vorig jaar dat de autochtone werklozen massaal voor de tuinbouw zouden kiezen zijn daarmee dus absoluut niet uitgekomen. Dit blijkt uit cijfers van de associatie van tuinbouwproducenten en exporteurs in Almeria, COEXPHAL.

Zwaar en onaantrekkelijk
In de kassen in Almería werken in totaal ongeveer 62 duizend mensen. 17,3 duizend daarvan, de tuinders, werken voor eigen rekening. Van de ruim 44 duizend mensen in loondienst is ongeveer 61% buitenlander en de rest is Spaans. Terwijl het aantal buitenlandse werknemers met ongeveer 2.000 is toegenomen, is het aantal Spanjaarden juist met 300 afgenomen. De enige verklaring die hiervoor kan worden gevonden is dat het werk in de kassen over het algemeen als fisiek zwaar en onaantrekkelijk wordt gezien.

Mannen en vrouwen
Dat het werk in kassen zwaar wordt gevonden blijkt ook uit het feit dat het voornamelijk door mannen wordt uitgevoerd. Van de buitenlanders is het aantal vrouwen stabiel gebleven, ongeveer 7.900 (31%), terwijl het aantal mannen met 2.000 is toegenomen tot 19.000. Dit is ongeveer dezelfde verhouding die ook bij de tuinders wordt aangetroffen: Het aantal vrouwen onder de zelfstandigen in de tuinbouw bedraagt 29%.

Familievaders
Volgens Francisco Rubio van COEXPHAL is er onder Spaanse mannen wel een duidelijke belangstelling voor het werk in de sorteerinstallaties en pakstations. Rubio: “Van oudsher wordt het werk daar vooral door vrouwen verricht, maar dit jaar hebben de bedrijven die bij ons zijn aangesloten veel sollicitaties van familievaders ontvangen”. Als gevolg hiervan worden op sommige plaatsen nu hele sorteerlijnen door mannen worden bevolkt terwijl er vroeger uitsluitend vrouwen te vinden waren. In totaal hebben de confectiecentra in Almeria gemiddeld over de productiemaanden werk geboden aan ongeveer 16.500 mensen.


Bron: Groenten & Fruit - Auteur is Jan van der Blom, correspondent in Almeria

Redactie GFActueel

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Hans

    Terecht dat men daar niet wil werken. Afgelopen februari ben ik door deze streek gereden en kwam er met een acute depressie uit. Kilometer na kilometer alleen maar plastic in diverse stadia van desintegratie, drie fabrieken voor plastic folie langs de weg en mensonterende omstandigheden.. De enige plekken waar deze kassen niet staan zijn waar wegen liggen en huizen staan, voor de rest is het een zee van plastic. Ik at al nauwelijks Spaanse groente (waarom zou ik aardbeien willen in de winter), maar nu al helemaal niet meer. Het is schandelijk dat dit bestaat, omdat we in NL zo nodig zomer en winter dezelfde groentes en fruit zo goedkoop mogelijk willen consumeren.

  • no-profile-image

    Jan van der Blom

    Beste Hans,
    Ik kan me voorstellen dat al dat plastic je tegen de borst stuit, maar dat is voor een groot deel toch maar oppervlakkig. Als ik deze kassen bezoek valt me vaak op dat ik er dezelfde sfeer aantref als vroeger toen ik als jochie op een fruitbedrijf werkte in de Betuwe. Een trotse tuinder en personeel met dezelfde routine en dezelfde grapjes over de baas. Heel gezellig. Mijn advies: Rijdt er volgende keer niet zo maar doorheen maar bezoek eens zo'n kas!
    Helaas is het overal zo dat het niet gemakkelijk is om mensen te vinden voor dit werk. Hoeveel buitenlanders zijn er in NL niet nodig om de land- en tuinbouw rond te krijgen?
    Dat eindeloze valt overigens wel mee. Het is juist een betrekkelijk klein, maar geconcentreerd gebied. Op een relatief klein oppervlak werken zo veel mensen en wordt zoveel omzet gerealiseerd dat Almería het zich kan veroorloven om een enorm deel van haar grondgebied te koesteren als natuurlijk landschap. De mooiste bergen, de meest ongestoorde stranden van het Middenlandsezeegebied. Van waar dan ook tussen het plastic, je bent er binnen een kwartier...

Of registreer je om te kunnen reageren.