Home

Nieuws 1 reactie

‘Vloeibare N vereist goede startvoorraad N’

Bij bemesten met vloeibare N-meststoffen is belangrijk dat het gewas bij de aanvang van de teelt over voldoende stikstof kan beschikken om vlot uit de startblokken te komen. Is dat in orde dan kan het gewas relatief lang van de stikstof in de vloeibare mest profiteren.

De conclusies die onderzoeker Jan de Lange van Proeftuin Zwaagdijk gisterenavond trok tijdens een bijeenkomst in Lutjebroek voor bloemkool- en broccolitelers was -hoewel logisch- toch anders dan verwacht. De afgelopen zomer had de proeftuin in het kader van het Bloemkoolplatform een bemestingsproef aangelegd met KAS en een reeks vloeibare N-meststoffen in rijenbemesting, in verschillende samenstellingen en uiteenlopende doseringen. De proef lag in het ras Corlanu (65 tot 70 groeidagen), geplant op 30 juni.

Aanzienlijke verschillen
Verwacht mocht worden dat zich verschillen zouden aandienen in maatsortering en kwaliteit, de vereiste groeitijd,  de lengte van de oogstperiode, en het aantal oogstbeurten. Dat was ook het geval, met ‘verrassende’ uitkomsten. Na bemesten met KAS kwam de gemiddelde groeitijd in deze proef uit op 79,3 dagen, tegen 88,7 na bemesten met N in vloeibare vorm. De oogstperiode met KAS was 10,6 dagen, met vloeibaar was die 19,8 dagen, en met 7,7 oogstbeurten na KAS en 10,5 beurten na vloeibare rijenbemesting. De gewasstand liep eveneens uiteen. De plantingen met KAS-bemesting oogden uitstekend bij de eerste beoordeling op 8 juli, omdat de planten voldoende opneembaar N tot hun beschikking hadden. De vloeibaar bemeste planten lieten het toen afweten. De wortels hadden de N-voorraad nog niet bereikt, in de hand gewerkt door de wijze waarop de vloeibare mest was geïnjecteerd. De afstand van elk van de beide  injectiekouters tot de gewasrij was, door de teler die de proef hielp aanleggen, ingesteld op 14 centimeter.  Normaal wordt 7 tot 10 centimeter aangehouden. In de loop van de teelt werden de standverschillen kleiner; bij het begin van de oogst was er amper of geen standverschil meer.

Start zonder stikstof
Aanleiding voor deze verschillen is vermoedelijk de stikstofsituatie in de grond aan het begin van de teelt. De nitraatvoorraad op het perceel bedroeg op dat moment 11 kilo per hectare. Voorafgaand aan de proef lag het veld ingezaaid met gras. Dit was enkele weken tevoren gemaaid, doodgespoten en ingefreesd. Bij de vertering ervan is de voorraad beschikbare stikstof in de bodem hoogstwaarschijnlijk verder afgenomen. Conclusie, aldus onderzoeker De Lange: “Zorg aan de basis, met name in het voorjaar, altijd voor voldoende stikstof zodat de weggroei direct op gang kan komen. Dat kan eventueel met KAS, in aanvulling op vloeibare N in rijenbemesting. Als de vloeibare meststof vervolgens voor het gewas beschikbaar komt, mag erop gerekend worden dat de N-aanvoer dan ook lang blijft doorgaan.” 

Agrifirm, CAV-Agrotheek en Van Iperen in samenwerking met  Van der Meer en Nuhyens participeerden in het onderzoek, de bijeenkomst werd georganiseerd door LTO vollgrondsgroente.net en CAV-Agrotheek.

Bron: gfactueel- Auteur: Joost Stallen

 

Eén reactie

  • no-profile-image

    ncor

    Jammer dat de kouters te ver van de planten stonden,dan gaat het effect van rijenbemesting,nl hogere concentratie in de wortelzone ( CT de WIT ,1953) geheel verloren. Dan profiteert vooral de af te breken C ( uit het gekeerde gras) van de aangeboden stikstof.Ook jammer ,dat de proef kennelijk tot doel had hogere opbrengsten te genereren met rijenbemesting.Rijenbemesting kan ons vooral veder helpen bij het zuinig en schoon bemesten. Zuinig omdat rijpaden niet meebemest worden en er een werkgang kan worden bespaard. Schoon omdat er weinig verlies optreedt door vervluchtiging.

Of registreer je om te kunnen reageren.