weblog

‘De onzekerheden van telers én hun werknemers’

De arbeidsmarkt is krapper dan ooit. Toch willen werkgevers maar niet weg uit de in veel opzichten onaantrekkelijke allerlaagste loonregionen.

Nederland telt meer vacatures dan werklozen. Buitenlandse werknemers vinden wordt steeds moeilijker. Nergens merken ze dat meer dan in het Verenigd Koninkrijk, waar het weren van Oost-Europeanen een van de hoofdthema’s was voor de stem vóór de brexit. Nu krijgen ze vanwege gebrek aan plukkers de eigen oogst niet gedaan. Wat er geoogst is, wordt vanwege een tekort aan chauffeurs niet goed de keten in getransporteerd. Hun Nederlandse telers zouden ervan kunnen leren.

30-urige werkweek versus Wab-fiasco

Ondertussen pleit vakbond CNV deze week doodleuk voor een 30-urige werkweek. Aan de andere kant van het spectrum staan de werkgevers die blijkens een rapport van ABN Amro massaal tijdelijke arbeidscontracten opzegden, toen die in 2019 door de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) duurder werden.

Die Wab was er om flexbanen weer in vaste banen te veranderen. Het versoepelen van het ontslagrecht moest werkgevers tot dat laatste verleiden. Die vervingen al die opgezegde tijdelijke arbeidscontracten niet door vaste contracten, maar door zzp-constructies. Zo mogelijk nog meer onzekerheid voor die medewerkers. Het gebeurde in de thuiszorg, de horeca én in de tuinbouw.

Voorspelbare enorme berg werk

Telers hebben zelf één allesoverheersende zekerheid: als ze hun teeltwerk goed doen, dan is er een goed voorspelbare en enorme hoeveelheid gewas- en oogstwerk te doen. Ook die Britse telers wisten dat en veel van hen stemden toch vóór brexit. Nederlandse telers weten het ook en toch blijven ze zich aan de cao-tafel gedragen alsof er een oneindige menigte aan gewillige werkers voor hun deuren samendromt.

De Polen komen echter niet meer in drommen. Bovendien weten de beter opgeleide Bulgaren en Roemenen ook al dat ze meer kunnen verdienen dan het minimumloon, ook en misschien wel vooral buiten de tuinbouw. Het overblijvende aanbod van werknemers wordt kwalitatief magerder en kwantitatief krapper.

Waar eindigt teler in krappe arbeidsmarkt?

Is de toekomst dan toch voor de moderne teeltbedrijven die meer en meer jaarrond telen en daar dan ook een modern HR-beleid aan kunnen koppelen? En komen dan eindelijk wél weer die vaste banen met een loon waarmee je niet alleen aan de onderkant van het arbeidsaanbod terecht kunt? Of zal over tien jaar het leeuwendeel van de laaggeschoolde arbeid ook in de tuinbouw verdwenen zijn en is dan het tijdperk van de robot definitief aangebroken? Ik vermoed een combinatie van die twee.

Of registreer je om te kunnen reageren.