weblog

‘Middelen, medicijnen en microplastics op één hoop’

De Raad voor de Leefomgeving bracht gisteren een advies uit aan het kabinet over betere greep op gevaarlijke stoffen, waaronder ook gewasbeschermingsmiddelen.

De kern van het 88 pagina’s dikke rapport is dat er onvoldoende samenhang is in de kritische kijk zoals die door de overheid is georganiseerd op productie en gebruik van stoffen als gewasbeschermingsmiddelen, maar ook onder meer medicijnen en microplastics. Niet alleen voor elk gewasbeschermingsmiddel wordt apart gekeken naar gevaar voor mens en milieu, maar ook de samenhang met al die andere potentieel gevaarlijke stoffen is in het overheidsbeleid onderbelicht.

Opeenstapeling van effecten

De raad constateert dat bij met name medicijnen, maar ook microplastics er wel naar veiligheid voor de mens, maar niet of nauwelijks naar effect op het milieu wordt gekeken. Maar dus ook dat er beter naar de opeenstapeling van effecten voor mens en milieu moet worden gekeken voor én de gewasbeschermingsmiddelen én al die andere gevaarlijke stoffen.

Lees verder onder foto

De Raad voor de Leefomgeving constateert dat bij met name medicijnen te weinig op het milieu wordt gelet. - Foto: ANP
De Raad voor de Leefomgeving constateert dat bij met name medicijnen te weinig op het milieu wordt gelet. - Foto: ANP

Voor de hand liggend: meer controle

Het voor de hand liggende advies daarbij is om de handhaving te versterken. “… opdat overheden adequaat kunnen toetsen of bedrijven genoeg doen om de impact van hun emissies op de leefomgeving te minimaliseren. Dit vereist extra geld.”

Laat die burger zich ook bewust zijn van de gevolgen van zijn eigen consumentisme

Tja, en niet alleen extra geld. Het vereist vooral meer organisatie. En dan liefst niet op de manier waarop dat in alleen al het domein van het voedsel is gegaan. Daar zijn voorheen los van elkaar opererende instanties als de Plantenziektekundige Dienst en de Keuringsdienst van Waren (en allerlei andere gespecialiseerde inspecties in agrarische deelsectoren en delen van de voedselketen) op één hoop geveegd in de NVWA.

Autoriteit is ver te zoeken

De A daarvan staat voor autoriteit, maar de optelsom van al de erin opgegane diensten heeft voor wat betreft de zwaarte van de autoriteit niet tot zoiets als 1+1=3 geleid. Veelbetekenend dat op dezelfde dag dat dit advies uitkwam de inspecteur-generaal van de NVWA is opgestapt, erkennend dat zijn eigen autoriteit alvast onder de maat was om de wankele autoriteit van zijn organisatie weer steviger op poten te zetten.

Burger dan maar mee laten praten

Ook adviseert de Raad voor de Leefomgeving aan milieuminister Stientje van Veldhoven om burgers een actievere rol te geven. “Bevorder de mogelijkheden voor burgers en maatschappelijke partijen om druk uit te oefenen ter vermindering van het gebruik van gevaarlijke stoffen in producten. Zorg voor meer transparantie bij bedrijven over hun omgang met en het gebruik van stoffen. Burgers en investeerders kunnen daarmee beter afgewogen keuzes maken bij aankoop- of investeringsbeslissingen.”

Dan zou je kunnen vrezen dat we ons kennelijk mede willen laten regeren door emotie. Maar wat alleen de zakelijke kijk van de bureaucratie ons brengt, daar kunnen boeren en tuinders toch over meepraten. Dus laat de burger maar meekijken en meepraten.

Aan de beurt voor maatregelen

Maar laat die burger zich dan ook bewust zijn van de gevolgen van zijn eigen consumentisme. Want moord en brand schreeuwen als er een duizendste microgram ‘landbouwgif’ in een babyluier wordt gemeten, terwijl papa en mama zonder nadenken billencrème met – jazeker – microplastics erin op diezelfde babybilletjes smeren, daar zit iets scheef. Als door het stapeleffect de positieve gevolgen van de vermindering van middelengebruik in de land- en tuinbouw meer dan teniet worden gedaan door de toename van emissies door wat de burger aan farmacie en cosmetica wordt aangesmeerd en wat ‘ach nou ja’ via vuilnis en riool het milieu in lekt, wie is er dan aan de beurt voor maatregelen?

Of registreer je om te kunnen reageren.