weblog

‘Bonenburger en knakwortel wettelijk oké’

Vegaproducten mogen vleesachtige benamingen blijven voeren. Maar waarom zou je dat eigenlijk wíllen?

Het vorige week naar buiten komen van het Actieplan Etikettering van Levensmiddelen van minister van Volksgezondheid en Welzijn Bruno Bruins is mooi op tijd. Vlak voor de kerst laat Bruins weten dat er in Nederland geen verbod komt op vleesachtige benamingen voor vegetarische producten.

Dat daarover uberhaupt discussie is ontstaan, kan nauwelijks los worden gezien van de cultuurstrijd die de laatste jaren in toenemende hevigheid gaande is tussen traditionalisten en nieuwlichters. De traditionelen houden zaken graag bij het oude (Sinterklaas, vuurwerk, genderonderscheid, Formule 1, vliegvakanties en meer tradities waarop de verzuchting ‘we mogen ook niks meer’ toepasselijk dreigt te worden). De nieuwlichters in deze zijn de bedenkers, producenten en gebruikers van de vegaschijf, de plantaardige biefstuk, de bonenburger en de knakwortel.

Eerst nog weggegrinnikt

Toen de Vegetarische Slager de pionierende vleesvervangers een gezicht begon te geven, werd daar door de traditionalisten nog hoogstens een beetje schouderophalend over gegrinnikt. Maar naarmate er harder geroepen werd dat we, om de wereld te redden van de ondergang, met zijn allen minder vlees moeten eten, verging de traditionele vleeseters het grinniken.

Hun invoelbaar sentiment: als jullie zo’n hekel hebben aan de vleesindustrie – en daarmee eigenlijk ook aan alle vleeseters – waarom dan jullie producten met vleesachtige benamingen getooid? Waarna het een kleine stap was om hardop, en tot in de nationale en Europese parlementen aan toe, te roepen dat die vleesnamen voor vleesloze producten misschien wel in strijd waren en zijn met de wet.

Mag vegaworst wel worst heten?

Want mag worst zonder vlees wel worst genoemd worden? Schermen met het pseudo-juridische argument dat dit misleiding van de consument zou zijn, kan echter niet afleiden van de botsing der culturen waar dit een op de bekende hoge toon uitgevochten voorbeeld van is. Want in werkelijkheid is er geen kip die zich vergist in een bakje ‘gehakt’ van Vivera, met ‘100% Plantaardig’ erop. Net zoals er geen mens is die echt dacht dat ik het in de vorige zin over daadwerkelijke kippen had, die met hun boodschappenmandje bij de Jumbo voor het schap staan te zoeken naar ingrediënten voor hun avondmaaltijd.

Gyros, Nuggets en Bratwurst zonder vlees slaan een gastronomische brug tussen de vleeseter en de vegetariër. – Foto: Ton van der Scheer
Gyros, Nuggets en Bratwurst zonder vlees slaan een gastronomische brug tussen de vleeseter en de vegetariër. – Foto: Ton van der Scheer

Hypocriet of behulpzaam

Dat de nieuwlichtende vegafabrikanten zelf schermen met namen als Gyros, Nuggets en Bratwurst, dat kun je zien als hypocriet, want schaamteloos gratis meeliften op eeuwen en eeuwen van vleesmarketing. Of als behulpzaam voor de consument die anders niet zou weten wat hij met die brokjes en stukjes aan moet.

Handreiking naar de vleeseter

Ik zie het in het licht van de Kerst toch maar als een teken van saamhorigheid. Als handreiking naar de vleeseter. In alléén maar veranderlust hebben de meesten van ons immers ook geen trek. Met zijn allen aan de kerstdis kan er met veganuggets op sojabasis een bord worden versierd, dat er net zo uitziet als dat van het zusje of de vader die toch liever kippenvleesbevattende nuggets eet. En vrede zij op Aard’.

Of registreer je om te kunnen reageren.