1 reactie

Plantgezondheid hoezo?

Al een aantal jaren zijn er bedrijven die de slogan 'van gewasbescherming naar gewasgezondheid' voeren. Maar wat houdt dat dan in? Hoe ziet een gezonde plant er uit?

Er zijn duizenden publicaties, boeken en brochures met uitleg en foto's over plantenziekten en allerlei gebrekssymptomen. Hoe moet plantengezondheid worden omschreven? Wanneer kun je zien of meten hoe gezond een plant is? Met plantsapmetingen? Kan het via brix-metingen? Brixmetingen of refractometerwaarden in vruchten tonen aan dat een vrucht met een brixwaarde boven 12 niet wordt aangetast. Is deze vrucht dan gezonder? Is de plant waar de vrucht aan groeit gezonder? En hoeveel gezonder dan? Bij dieren is al wat meer onderzoek gedaan. Hieruit bleek dat biologisch gevoede dieren wat lichter bleven maar duidelijk een beter ontwikkeld immuunsysteem hadden. Zij genazen ook sneller nadat ze ziek werden gemaakt. Wetenschappelijk gesproken konden de dieren niet gezonder worden genoemd. De term gezondheid is niet wetenschappelijk gedefinieerd. 

Plantengezondheid is nooit een onderwerp voor diepgravende studie geweest, zoals wél wordt gezocht naar de oorzaak van plantenziekten. En dat terwijl gerust gesteld mag worden dat van alle bekende plantenziekten er niet één de oorzaak is: alle bekende plantenziekten zijn het gevolg van een of meerdere oorzaken waardoor de ziekte als zodanig op een plant tot uiting kan komen. Dat geldt voor meeldauw en voor bacterieziekten. De ziektedruk speelt hierin slechts een beperkte rol. Al decennia wordt onderscheid gemaakt tussen gezonde en ongezonde planten op basis van uiterlijke kenmerken. Toch kunnen de mooiste planten flink worden aangetast, terwijl een minder mooi ogende plant geen last heeft van de zelfde aantasting.

Wat is gezond?

In 1948 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO gezondheid gedefinieerd als een staat van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid van ziekten. Een werkgroep van medici, politici en wetenschappers heeft gezondheid omschreven als: het vermogen om aan te passen en zichzelf te managen. Kortom: gezondheid, dus ook de gezondheid van planten komt neer op veerkracht.

Onderzoekers over de hele wereld zoeken al vele jaren naar het ei van Columbus. Zij zoeken naar mineralen en toevoegingen in humane, dieren en plantenvoeding die de gezondheid positief beïnvloeden. Maar het is nog nooit iemand gelukt om tot een sluitende conclusie te komen. In de natuur werkt nu eenmaal niets op zichzelf. Alle natuursystemen zijn afhankelijk van allerlei factoren. Onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat de onderlinge interactie tussen mineralen en voedingsstoffen op vele zeer ingewikkelde manieren samenwerken..

Het is zaak dat er wordt gezocht naar iets dat we balans noemen. Aan de andere kant is balans in de natuur een onbekend fenomeen. Wat is een plant in balans? Als het de ene dag nat en koud is en de volgende dag droog en heet kan nauwelijks van balans worden gesproken. Maar de plant die het vermogen heeft om zich aan te passen en zijn eigen gezondheid te managen kan een dergelijke onbalans beter verwerken en sneller herstellen dan een plant die dit niet kan. Het is niet langer zinvol voor onderzoekers om zich bezig te houden met plantenziekten. Daarover is al voldoende bekend. Bovendien, zeg nou zelf: van alle plantenziekten die de laatste jaren zijn onderzocht, is er één onderzoek bij dat de plantgezondheid in ogenschouw heeft genomen? En welke oplossingen zijn er geboden voor deze ziekten behalve het gebruik van bestrijdingsmiddelen?

Het is van het allergrootste belang dat het onderzoek zich gaat richten op plantgezondheid. LTO, NFO, PT, WUR, PPO, DLV en alle andere organisaties die zich richten op planten, gooi het roer om. Ga zoeken naar manieren om plantengezondheid in kaart te brengen. Ga op zoek naar teeltmethoden waarin het gebruik van bestrijdingsmiddelen uitzondering is in plaats van regel. Ga op zoek naar wat planten gezond houdt in plaats van wat ze ziek maakt. 95 procent van de kosten in de teeltsector wordt besteed aan het bestrijden van plantenziekten. Dat is echt niet meer van deze tijd.

Dijksma en de RUB

Zelfs het kabinet weet dit. Staatssecretaris Sharon Dijksma heeft onlangs besloten (1 juli 2013)  om de zeer omstreden opheffing van de RUB (regeling Uitzondering bestrijdingsmiddelen) ongedaan te maken. Op dezelfde datum is de Tweede nota duurzame gewasbescherming in de Tweede Kamer behandeld. Hier werd ook weer overduidelijk dat onze overheid de essentie mist van het besef ‘Duurzame teelt’. Elke nota van de overheid, ingegeven door instituten als de WUR met betrekking tot duurzame teelten gaat mank zolang de overheid zelf de allergrootste rem zet op duurzame ontwikkeling van de agrarische sector. Op het moment dat gesproken gaat worden over de inhoud van plantgezondheid kan ook worden gesproken over de rol van plantversterkers. Pas daarna zal de praktijk kunnen aantonen dat het gebruik van chemische gewasbescherming drastisch omlaag kan.

De hele agrarische sector zit al vele jaren te wachten op richtlijnen voor plantversterkende middelen en bodemverbeterende middelen. Simpelweg omdat er geen teler, kweker of akkerbouwer is die voor zijn plezier gewassen bespuit met chemische middelen. Zij zien dagelijks met eigen ogen wat de nadelen voor het gewas zijn. Verandering van gedrag is niet mogelijk zolang de overheid (de EU) blijft aarzelen om regels te maken voor plantversterkende middelen. Een mens zou bijna gaan denken dat er multinationals zijn met een zware lobby in Den Haag en Brussel die willen voorkomen dat de agrarische sector minder chemische middelen en minder kunstmest gaat inzetten. Aan plantenziekten wordt alleen een door beperkte groep bedrijven verdiend. Aan plantengezondheid kan iedereen verdienen. De maatschappij, burgers,  leveranciers en telers of kwekers. Waar wachten we nog op?

Met dank aan Dr. Machteld Huber van het Louis Bolk instituut voor haar inspiratie.

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.