weblog

1 reactie

Handel in plaats van hulp

Er ligt 750 miljoen te wachten voor bedrijven die willen investeren in ontwikkelingslanden. De tuinbouw georganiseerd in Greenport Holland heeft er wel oren naar.

Minister Ploumen is er in de eerste maanden van haar bewind duidelijk over: handel en ontwikkelingssamenwerking moeten en kunnen hand in hand gaan. Het al zo’n veertig jaar geleden gelanceerde motto ’Trade, not aid’ is ook voor de tuinbouw een aantrekkelijk perspectief. Het in het regeerakkoord aangekondigde revolving fund van 750 miljoen euro is immers in de eerste plaats toegankelijk voor bedrijven uit de negen topsectoren.

Een van de criteria waaraan een bedrijf of sector moet voldoen om voor een paar van die miljoenen aan investeringssubsidie in aanmerking te komen is ‘ontwikkelingsrelevantie’. Het kabinet ziet het revolverend fonds als middel om de samenhang tussen handel en ontwikkelingssamenwerking te versterken. En ‘ontwikkelingsrelevant’ betekent in ieder geval dat het de lokale groei van werkgelegenheid stimuleert en het lokale MKB verstrekt.

Het doel van het revolverend fonds is om investeringen in ontwikkelingslanden te ondersteunen, ‘in het bijzonder die van het midden- en kleinbedrijf’. Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf, maar natuurlijk vooral het lokale midden- en kleinbedrijf.

Wat toch niet de bedoeling kan zijn is een activiteit in een ontwikkelingsland, waarvan de winst voor het grootste deel naar de reserves van Nederlandse bedrijven stroomt. Dat is nu vaak nog wel het geval als er telers of handelaren uit Nederland in bijvoorbeeld Afrika aan de slag gaan. Wil zo’n activiteit voor Nederlandse begrippen rendabel en de moeite en het risico waard zijn, dan moet daar een flinke omzet en marge tegenover staan. Terwijl een lokale partner en de lokale medewerkers met relatief kleine geldbedragen aan winst of loon zich al heel aanmerkelijk kunnen verbeteren.

Wie kijkt naar de deels Nederlandse groente- en bloemenbedrijven in bijvoorbeeld Ethiopië en Kenia, die ziet daar een status quo van Nederlandse ondernemers die er redelijk tot goed van kunnen leven en lokale medewerkers die nog steeds blij mogen zijn als ze meer dan 1 euro per dag verdienen.

Voor een sector die hier in Nederland graag aandacht vraagt voor het feit dat ze niet eerlijk worden bejegend door die almachtige supermarkt, ligt hier de kans om eens voor te doen hoe het wél eerlijk moet. Trade, not aid? Oké. Maar dan wel fair trade.

Eén reactie

  • P Verschuren

    Het is een lastige. Het lijkt me voor het ontwikkelingsland stukken beter als er MKB bedrijven komen en geen multinationals. Maar om als mkb tuinbouwbedrijf de sprong te wagen moet je toch wel erg stevig in je schoenen staan. Het is al buitengewoon lastig gebleken om binnen de EU te ondernemen laat staan nog verder weg. Om vanuit hier te beoordelen wat Fair Trade is voor deze bedrijven lijkt mij behoorlijk onmogelijk.

Of registreer je om te kunnen reageren.