Home

Achtergrond

Marijtje Mulder: ‘Boer en consument op één lijn in gemeenschapslandbouw’

Welke trends spelen in de agrifoodsector? Diverse wetenschappers en trendwatchers geven antwoord op deze vraag. Marijtje Mulder zet zich al ruim tien jaar in voor de gemeenschapslandbouw en ziet dit als een belangrijke trend. “Daarvan zijn in Nederland al honderd initiatieven.”

De Delftse proeftuin, stadstuinderij Het Zoete Land in Leiden en Land van Ons: drie van de talloze projecten waarbij Marijtje Mulder de afgelopen jaren betrokken was als adviseur, projectleider of voorzitter. Het laat zien dat de beleidsadviseur bij de gemeente Nieuwegein de stads- en vooral gemeenschapslandbouw een warm hart toedraagt.

Hoe omschrijf je gemeenschapslandbouw?

“De internationale naam is Community Supported Agriculture (CSA). In Nederland gebruiken we ook wel de term gemeenschapslandbouw. Het is een vorm van directe samenwerking tussen burgers en boeren om de landbouw duurzamer te maken. Consumenten betalen jaarlijks een bijdrage om de productiekosten van het landbouwbedrijf te kunnen dekken. In ruil krijgen ze een deel van de oogst. Er zijn veel verschillende samenwerkingsverbanden mogelijk, maar feit is dat het aantal initiatieven de afgelopen tien jaar is gegroeid tot over de honderd.”

CV Marijtje Mulder

Marijtje Mulder (51) is sinds maart 2021 beleidsadviseur Groen en Ecologie bij de gemeente Nieuwegein. Zowel als zzp’er als vrijwilliger is ze al ruim tien jaar actief in de beweging voor stads- en gemeenschapslandbouw. Zo is ze medeoprichter van stadstuinderij Het Zoete Land in Leiden en verbonden aan stichting Duurzame Horeca Leiden. Ook was ze betrokken bij de coöperatie Land van Ons en was ze projectleider Voedseltransitie bij NMCX, het Centrum voor duurzaamheid in de Haarlemmermeer. Marijtje volgde onder andere een training Stadslandbouw aan de Warmonderhof en de Postacademische training Voedsel en Stedelijke Ontwikkeling aan Wageningen Business School.

Vanwaar die voorliefde voor gemeenschapslandbouw?

“Interesse voor de natuur en voeding heb ik van huis uit meegekregen. Beroepsmatig werd het zaadje geplant toen ik in 2009 bij de gemeente Haarlem werkte, waar toen een aantal stadslandbouwinitiatieven waren. Tijdens een cursus Voedsel en Stedelijke Ontwikkeling luidde een van de opdrachten: wat ga je in de praktijk doen met wat je hebt geleerd. Dat zette me aan het denken. Ik ben het jaar erop weggegaan bij de gemeente en mijn eerste project begonnen, Het Zoete Land. Samen met een biologisch-dynamische groenteteler heb ik deze tuinderij in Leiden op gemeentegrond opgezet. Na de start in 2015 ben ik nog twee jaar bestuurslid gebleven. Je moet het zien als een educatief participatieproject, maar dan zelfbedruipend. Er komt geen subsidie aan te pas; de tuinderij wordt bekostigd door ruim 100 oogstdeelnemers en bloemenplukkers, die jaarlijks een donatie doen. Van dat geld betaalt de stichting de teler. Vrijwilligers halen zelf de groente van het land, leren over voedsel van de tuinder. De rode draad is participatie, de directe betrokkenheid van burgers.”

Gemeenschapslandbouw is toch vooral een kleinschalige samenwerking tussen boeren en burgers?

“Niet per se. Van gemeenschapslandbouw zijn in Nederland wel 100 voorbeelden. De meeste zijn vrij klein qua oppervlakte, omdat ze hoogproductief zijn en een goede prijs krijgen voor hun product. Er zitten echter ook grote jongens tussen. Neem coöperatie Land van Ons, waar ik vorig jaar als vrijwilliger bij betrokken was. Dit is een burgerinitiatief dat landbouwgrond koopt voor herstel van biodiversiteit en landschap met ruim 15.000 leden. Een van de grootste CSA’s in de Verenigde Staten heeft maar liefst 13.000 leden. Er zijn zo veel coöperatieve vormen mogelijk, dat is het mooie. Zo zijn bij Herenboeren de burgers eigenaar en huren de boer in. Een ander mooi voorbeeld is Oregional in Arnhem/Nijmegen. Dit is een coöperatie van boeren, telers en verwerkers waarbij streekproducten aan horeca en instellingen worden geleverd.”

Zie je dit als een trend, andere manieren van samenwerken voor boeren?

“Jazeker. Er wordt vaak een beeld geschetst dat boeren en burgers tegenover elkaar staan. Dat is volgens mij een gecreëerd beeld, dat niet klopt. Er is veel framing gaande die beide partijen tegen elkaar uitspeelt. Boeren noch burgers zitten daar achter. Volgens mij willen ze in grote lijn hetzelfde: een oplossing voor een systeem van voedsel produceren dat tegen zijn grenzen aanloopt. Ik zie veel voorbeelden waarbij boer en burger prima samenwerken. Burgers willen hun verantwoordelijkheid ook nemen en boeren zijn over het algemeen wel blij met die samenwerking. Nemen ook zelf het initiatief. Een prachtig voorbeeld: zelfoogstgroentekwekerij De Nieuwe Ronde in Wageningen. Twintig jaar geleden opgezet door tuinder Klaas Nijhof. Nu hebben ze 600 leden en een wachtlijst. Dat neemt niet weg dat zoiets natuurlijk niet voor iedere boer is weggelegd. Je moet ook niet iedereen in dezelfde mal willen gieten. Het is nou ook weer niet zo dat alle consumenten erop zitten te wachten om iedere week zelf groente te oogsten.”

Is de overheid actief genoeg?

“De overheid is vooral sterk in kennisuitwisseling en het faciliteren van, maar neemt geen directe maatregelen. Daar is het wel tijd voor. Landbouwgrond is steeds minder beschikbaar voor bijvoorbeeld startende boeren. De overheid zou een veel actiever grondbeleid kunnen voeren. Of denk aan belastingvoordeel, zoals een lager btw-tarief op lokale producten, ik verzin maar wat … Laat de beleidsmedewerkers van LNV daar hun tanden maar in zetten. Iedereen weet wel welke kant het op moet. De aanbevelingen stapelen zich op, zie het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Wat mij betreft is de tijd van verbinden en faciliteren voorbij. Het is tijd voor actie!”

Of registreer je om te kunnen reageren.