Home

Achtergrond

Van Assen: ‘Middelen voor kleine teelten blijft lastig’

Maritza van Assen, directeur Nefyto, geeft toe dat fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen voor kleine teelten minder inspanningen doen dan voor grote. “Ook logisch gezien de investeringen die ermee gepaard gaan. Dan is het jammer dat wat qua teelt groot is in Nederland, klein is in Europa.”

Op 1 juni is Maritza van Assen niet langer directeur van Nefyto, de belangenbehartiger van Nederlandse gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten. Een logisch afscheidsmoment, omdat Nefyto dan 50 jaar bestaat en Van Assen 25 jaar directeur is geweest. Bovendien grijpt Nefyto het jubileum aan om te kijken waar ze staat en hoe ze haar toekomst ziet. Leiding geven aan deze nieuwe koers laat Van Assen over aan haar opvolger Jan Verschoor.

Maritza van Assen: "Jammer is dat barrières met sommige mensen niet zijn te doorbreken. Dat zij hoe dan ook blijven vasthouden aan de dogma’s van gewasbeschermingsmiddelen."
Maritza van Assen: "Jammer is dat barrières met sommige mensen niet zijn te doorbreken. Dat zij hoe dan ook blijven vasthouden aan de dogma’s van gewasbeschermingsmiddelen."

U werkt zelfs al 35 jaar voor Nefyto. Welke ontwikkeling staat u in die periode vooral bij?

“Als ik terugblik op 35 jaar noem ik andere ontwikkelingen eerder dan de tendens van chemische naar groene gewasbeschermingsmiddelen. De hele stap naar globalisering en internationalisering is groot geweest wat zich in onze branche heeft geuit in fusies en schaalgrootte van bedrijven. Er is geen enkele puur Nederlandse fabrikant van gewasbeschermingsmiddelen meer over. Verder het enorme verschil in wetgeving tussen toen en nu en dan met name de harmonisatie van middelenwetgeving in Europa.”

“En niet te vergeten de maatschappelijke ontwikkelingen. Hadden we voorheen vooral met de overheid te maken. In de loop van de tijd zijn we meer gaan samenwerken met maatschappelijke organisaties uit alle hoeken: van de gehele keten tot waterbedrijven, vakbonden en milieuorganisaties af en toe. En sinds enkele jaren zelfs met individuele burgers via sociale mediakanalen.”

Heeft schaalvergroting van agrochemische bedrijven gunstig uitgepakt voor kleine tuinbouwsectoren?

“Wat niet gunstig is geweest voor kleinere nicheteelten is dat het eisenpakket voor de toelating van middelen steeds verder gegroeid. De investeringen die daarmee gepaard gaan, zijn steeds groter geworden. De schaalvergroting van de agrochemische bedrijven is daar een gevolg van. Als je dus hele specifieke eisen hebt voor bepaalde gewassen dan is het logisch dat het niet uit kan. Het probleem van de kleine toepassingen is gegroeid. De bedoeling was dat met de Europese harmonisatie dat voor een deel zou worden opgelost, omdat het onderzoek wat je in het ene land doet in het andere geaccepteerd wordt. Dat schaalvoordeel krijg je echter niet in kleine teelten, met name sierteelt, die in Nederland weliswaar groot zijn maar niet of nauwelijks in Europa.”

Dus u begrijpt het gevoel in de praktijk hoe kleiner de teelt hoe minder interessant voor Nefyto-bedrijven?

“Ja, dat begrijp ik wel. Aan de andere kant: als schaalvergroting onder Nefyto-bedrijven niet had plaatsgevonden dan had de situatie voor kleine teelten er nog slechter voor gestaan. Grotere bedrijven hebben wel meer power om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen.”

Is de afbakening van de terreinen van chemie versus biologisch, gewasbescherming of plantgezondheid, weerbare of hoogproductieve planten, bestrijden of minder vatbare rassen nog wel houdbaar?

“Onze bedrijven zijn zich breder gaan opstellen op het gebied van plantwetenschappen en dat benadert breder de opstelling naar plantgezondheid en gewasbescherming. Het is niet alleen meer het product in het flesje wat er toe doet, maar ook de kennis die er achter zit en de beste moment en wijze van toepassing. Bij alle Nefyto-bedrijven leeft het gevoel voor geïntegreerde gewasbescherming met hier en daar wat accentverschillen. Gewasbescherming kortom als geheel zien waarbij alle terreinen moet worden bestreken. Dus ook oog hebben voor groene middelen, maar net zo goed de inpasbaarheid met natuurlijke bestrijders en bestuivers, de afbraaksnelheid van middelen, emissies en residu-eisen. Allemaal zodat gewasbescherming kan plaatsvinden binnen de maatschappelijke randvoorwaarden.”

Het is niet alleen meer het product in het flesje wat er toe doet, maar ook de kennis die er achter zit

Ligt een fusie met Artemis, de belangenvereniging voor biologische middelen en bestrijders, niet voor de hand?

“In het kader van bepalen nieuwe strategie hebben we ook zogenoemde luistersessies gehouden met stakeholders. En heel vaak is deze suggestie gedaan. Persoonlijk vind ik een fusie op termijn logisch om tot één organisatie te komen. Anno 2021 is het verschil in het bedrijfsprofiel tussen de organisaties nog te groot. Gezien efficiëntie, slagkracht en breedte van de portfolio van Nefyto-bedrijven ligt op termijn een fusie voor de hand tussen Nefyto, Artemis en wellicht ook Agrodis. Als Nefyto haar 75-jarig bestaan viert, ga ik er van uit dat er één club is. Het is niet de nieuwe koers die Nefyto dit najaar bekend maakt.”

Wat houdt die koers dan wel in?

“Dat is aan mijn opvolger om op in te gaan.”

Wordt de belangenbehartiging van Nefyto niet langzaam naar de periferie gedrongen als telers, retailers en milieuclubs samen tot nieuwe afspraken en strategieën komen?

“Het klopt dat ketenpartijen en milieuclubs zich steeds meer zijn gaan bemoeien met gewasbeschermingsmiddelen, evenals eerder gezegd in toenemende mate individuele burgers. Dit doet geen afbreuk aan onze belangenbehartiging, maar juist een extra beroep erop. Zo zetten wij ons ervoor in dat certificeringssystemen eerlijk en transparant zijn en haalbaar voor zijn telers.”

Groene middelen bereiken erg traag de markt. Toch?

“Is ook zo. Dat komt ook doordat qua beoordeling geen onderscheid wordt gemaakt tussen chemische en groene middelen. Sowieso is de vraag wat is een groen middel al een hele discussie. Afgezien daarvan wordt er gewerkt aan andere dossiereisen voor groene middelen, want sommige huidige eisen zijn zwaar en te veel gericht op chemische middelen. Blijft een punt dat pas bij de beoordeling duidelijk wordt of een middel groen is.”

“Verder zitten alle groene middelen in dezelfde wachtrij als chemische middelen. Dat vinden we ook eerlijk. First in first out. En dan kom je weer op de capaciteitsproblemen, want naast groene middelen moeten nieuwe chemische middelen worden beoordeeld of bestaande geherregistreerd.”

“Tenslotte: er zijn al wel groene middelen op de markt, maar ze worden in de praktijk nog niet of onvoldoende opgenomen, omdat ze soms duurder zijn en niet de werking hebben die telers gewend zijn. Het conventionele alternatief is vaak een veilige keus is de redenering. Om stappen te maken met groene middelen moeten telers ook risico’s durven nemen door nog beter te kijken naar toepassingsmoment en -omstandigheden.”

Wat vindt u van het Europese toelatingsbeleid?

“De harmonisatie van Europese toelatingsbeleid van gewasbescherming levert zeker wat op met geharmoniseerde dossiereisen, een Europees toelatingstraject voor actieve stoffen, zonale beoordelingen en wederzijdse erkenning van middelen. Ik had nooit gedacht dat het zover zou komen. Daarentegen is het wel heel ingewikkeld geworden en zijn een aantal zaken nog niet goed geregeld. Bijvoorbeeld ontbreekt een goede regie over de werkverdeling en de beschikbare capaciteit tussen de lidstaten: wie doet wat met onvoldoende beoordelingscapaciteit tot gevolg.”

En het nationale?

“Het Ctgb behoort tot een van de beste toelatingsinstanties in Europa. Streng, maar grondig en inhoudelijk gedegen. Nationaal gelden nog wel specifieke eisen, zowel milieueisen als landbouwkundige eisen. Als voorbeeld: vroeger stond op het etiket ’herhalen indien nodig’; nu is de toepassingsfrequentie expliciet bepaald. Ook wordt de teeltfrequentie meegenomen, dat is wel een relevant gegeven voor de glastuinbouw. Dit brengt sommige teelten in de problemen.”

Het Ctgb behoort tot een van de beste toelatingsinstanties in Europa. Streng, maar grondig en inhoudelijk gedegen

Is er wel sprake van een gelijk speelveld?

“Moeilijk te zeggen. Ik weet niet of de buitenlandse concurrenten van Nederlandse siertelers meer middelen tot hun beschikking hebben. Ik verwacht eerlijk gezegd van niet. Het speelveld is wel degelijk gelijker geworden. Echter, de beoordeling van middelen benadert steeds dichter de werkelijkheid. En naarmate Nederlandse teeltomstandigheden afwijken van die in andere landen dan gaat het toelatingsbeleid meer en meer afwijken.”

Wat heeft Nefyto bereikt voor boeren en tuinders?

“We zijn bij alle politieke en maatschappelijke discussies over gewasbeschermingsmiddelen altijd opgekomen voor het belang van gewasbescherming. En dat dit een kritische en cruciale rol speelt bij de kwaliteit en kwantiteit van oogsten. En daarmee hebben we ons ook voor de belangen van boeren en tuinders ingezet. Verder zijn door de inzet van Nefyto gewasbeschermingsmiddelen en de toepassing ervan beter en veiliger geworden.”

Ook Europees wordt een duurzamere bedrijfsvoering van tuinders verlangd. Is dit voor glastuinders moeilijker realiseerbaar dan voor vollegrondstelers?

“Ik denk het eigenlijk niet. Bovendien is van dat zogenoemde Farm-to-Fork nog niets concreet uitgewerkt. Alleen is in de strategie gezegd dat het gebruik en risico van gewasbeschermingsmiddelen met 50% moet dalen. Geldt dit alleen voor chemische middelen of ook voor groene? Immers, in sommige gevallen heb je van groene middelen juist meer volume nodig. Dat is in strijd met de gewenste gebruiksreductie. Verder is te hopen dat rekening wordt gehouden met stappen die reeds in landen zijn gezet. Met het Meerjarenplan Gewasbescherming was Nederland het eerste land die zich doelen heeft gesteld en grote resultaten heeft behaald in het verminderen van volume en emissie van middelen.”

Is dat een realistische koers?

“Of het haalbaar is, weet ik niet. Waar ik moeite mee heb, is dat er met dergelijke stippen op de horizon maar iets geroepen wordt zonder daar een impactassessment aan te koppelen. Van elk beleid moet nagegaan worden of het realiseerbaar is en in welke stappen. Het kan niet zo zijn dat sectoren er door geen overlevingskans hebben. Vooralsnog wil de Europese Commissie voor haar Green Deal, waarvan Farm to Fork de uitwerking is voor de land- en tuinbouw, niet de consequenties in beeld brengen. Dus hebben een aantal koepelorganisaties die handschoen opgepakt, waaronder onze Europese zusterorganisatie.”

Waar kijkt u positief en negatief op terug na 35 jaar werken bij deze Nefyto?

“Ik beantwoord de vraag liever met wat was mooi aan deze functie is en wat ik jammer vind niet te hebben bereikt. Het mooie zijn de vele contacten met mensen, hun bevlogenheid op welk werkterrein dan ook. Of dat nu iemand is die met tranen in zijn ogen vertelt over bijensterfte die hij toeschrijft aan gewasbeschermingsmiddelen of een teler met passie over zijn gewas. Dan merk je dat gewasbescherming een onderwerp is dat ergens over gaat. Jammer is dat barrières met sommige mensen niet zijn te doorbreken. Dat zij hoe dan ook blijven vasthouden aan de dogma’s van gewasbeschermingsmiddelen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.