Home

Achtergrond

Uitpluizen stamboom sla maakt veredeling slimmer

Wageningse wetenschappers hebben aan de hand van het DNA van 445 soorten sla in hun genenbank de ontstaansgeschiedenis van de slateelt gereconstrueerd.

Dat deden ze samen met collega’s van het Chinese BGI (voorheen Beijing Genomics Institute, maar inmiddels niet meer in Beijing gevestigd). “Die zijn heel goed in sequensen en wij weten veel van sla en de fenotypische eigenschappen daarvan”, vat wetenschapper Theo van Hintum samen.

In een recent verschenen artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Genetics is in een nieuwe preciezere ‘stamboom’ en routekaart geschetst hoe onze slasoorten zijn terug te voeren op een wild plantje. Dat plantje werd 6.000 jaar geleden in de Kaukasus aangepast om verbouwd te worden. Die teelt – niet om het blad, maar om de zaden waaruit olie werd gewonnen – migreerde via Mesopotamië en Egypte, de oude Grieken en het Romeinse Rijk naar onze contreien. In al die eeuwen evolueerde die teelt van oliesla tot een eetbaar bladgewas.

Genenbank is een schatkamer, maar we hadden er de sleutel niet van

‘Stamboom sla’ maakt DNA overzichtelijker

Behalve dat dat een boeiende geschiedenis is, is het volgens Theo van Hintum, hoofd van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), ook een voorbeeld van hoe met moderne sequencing technieken de rijkdom aan genetisch materiaal in zadenbanken toegankelijk gemaakt kan worden voor meer gerichte veredeling van nieuwe rassen. “Bij het CGN bewaken we een schatkamer, maar we hadden er de sleutel niet van”, zegt Van Hintum.

Tekst gaat verder onder de foto

In Egypte viert men, naar verluidt al sinds de tijd van de farao's, de lente met vis en sla. Tegenwoordig heet dat festival Sam el-Nessim. - Foto: ANP
In Egypte viert men, naar verluidt al sinds de tijd van de farao's, de lente met vis en sla. Tegenwoordig heet dat festival Sam el-Nessim. - Foto: ANP

De voor dit onderzoek gebruikte slasoorten zijn minder dan een vijfde deel van de 2.500 soorten sla waarvan CGN zaden heeft. Zo’n 1.500 rassen die ooit ergens ter wereld door boeren verbouwd werden, en nog eens 1.000 populaties wilde slaplanten uit bermen en natuurgebieden. Het DNA van al die soorten vertelt het verhaal van die eerste slatelers in de vruchtbare dalen van het huidige Georgië en Azebeidzjan. Het voert van een plantje met doorns en stekels op de bladeren naar onze gladde botersla. Ook voert het naar de in de Verenigde Staten veredelde ijsbergsla met weer wat scherpere randjes en kuiltjes in het blad, zo gemaakt met DNA van die eerste wilde soorten.

Méér wilde soorten sla gebruiken

“We hebben in het artikel beschreven hoe onze moderne slasoorten verwant zijn aan bepaalde oude wilde soorten”, zegt Van Hintum. “Dat blijkt een vrij beperkte groep, terug te voeren naar die Lactuca serriola, die oeroude oliesla uit de Kaukasus. Maar om nieuwe en misschien wel betere selecties te maken, kunnen we ook andere groepen van wilde soorten gebruiken, die qua verwantschap wat verder af staan van onze moderne soorten.”

Tekst gaat verder onder de foto

De historische routekaart van zestig eeuwen slasoorten. - Illustratie: Wageningen UR
De historische routekaart van zestig eeuwen slasoorten. - Illustratie: Wageningen UR

Nuttige genen makkelijker terugvinden

Door de merkertechnologie en moleculaire veredeling van de laatste decennia is het veel makkelijker geworden om eigenschappen van verre verwanten in te kruisen. Met dit onderzoek is gedemonstreerd hoe eigenschappen, die in soms heel andere gewassen tot een bepaald gen zijn teruggevoerd, in het genoom van een van die 2.500 slasoorten uit genenbanken zijn terug te vinden.

Van Hintum: “Dit onderzoek vergroot de bruikbaarheid van onze genenbanken enorm, daar twijfel ik niet aan. Veredelaars willen voortdurend nieuwe slasoorten, met specifieke eigenschappen– of het nu is vanwege nieuwe consumentenvoorkeuren, of vanwege klimaatverandering of nieuwe teeltmethodes. Who you gonna call? De genenbank. We versturen per jaar inmiddels 5.000 à 6.000 monsters.”

Zuinig zijn op genetisch erfgoed

Dat genenbanken als bewaarplaats van genetische diversiteit een enorme economische waarde vertegenwoordigen, is ondertussen duidelijk. Van Hintum: “Maar ook de bioculturele aspecten verdienden wel eens wat aandacht. We vinden het heel normaal om oude gebouwen te bewaren, maar de smaak van oude groentesoorten?” Ook dat is erfgoed waarop we zuinig moeten zijn, wil Van Hintum daarmee zeggen. “Maar het belangrijkste is de genenbank als leverancier van de grondstof voor plantenveredeling, die onze gewassen kan aanpassen aan de veranderende wereld”, vindt Van Hintum.

Of registreer je om te kunnen reageren.