Home

Achtergrond

‘Duurzame teler kan verdienen aan bonus-malussysteem’

Volkert Engelsman noemt zichzelf ‘maar een eenvoudige groenteboer uit Waddinxveen’. Maar dan wel eentje die in biologische groente en fruit doet. En eentje die vorig jaar een prachtig nieuw bedrijfsgebouw neer liet zetten. Je kunt wel degelijk groen doen zonder rood te staan.

‘Je kunt niet groen doen als je rood staat’. Het is voor boeren een gevleugeld woord geworden, in antwoord op kostenverhogende duurzaamheidseisen aan hun productieproces. Geconfronteerd met eerst de goede voornemens van Carola Schouten en haar kringlooplandbouw en daarna de stikstofcrisis kwam dat dilemma tijdens de boerenprotesten duidelijk op de kaart.

Daarop zijn twee antwoorden mogelijk: dan maar niet groen doen. Of telers weer zodanig betalen dat ze niet meer rood staan. Groentehandelaar Volkert Engelsman maakt deel uit van een keten waarin telers en handelaren wel degelijk groen doen en voor hun inspanningen worden beloond om ook groen te kunnen staan. Alleen maar een kwestie van vraag en aanbod op de biologische nichemarkt? Of de opmaat voor het toekomstig agrarisch verdienmodel, waar niet alleen de markt maar ook de politiek en de financiële wereld op aansturen?

Lees verder onder de foto.

Volkert Engelsman (midden): "Alle externe maatschappelijke kosten bij de voedselproductie volledig zichtbaar, gemonetariseerd en verrekend in de kostprijs." - Foto: Groenten & Fruit/Frans Lindenkamp
Volkert Engelsman (midden): "Alle externe maatschappelijke kosten bij de voedselproductie volledig zichtbaar, gemonetariseerd en verrekend in de kostprijs." - Foto: Groenten & Fruit/Frans Lindenkamp

‘Vervuiler komt weg met concurrentievoordeel’

Volkert Engelsman: “We praten al tientallen jaren over People en Planet, maar we rekenden elkaar tot op heden af op een Profit-definitie van gisteren, die het mogelijk maakt dat de vervuiler weg komt met een concurrentievoordeel. Als ik als teler de boel wat minder oppomp met kunstmest en wat minder kilo’s per vierkante meter haal en wat meer werk maak van groene diensten, dan laat ik wel een mooiere planeet achter, maar de bank zei dan altijd: zeg, waar zijn we mee bezig?”

Risk Adjusted Return On Capital.

Maar daar is verandering in aan het komen, schetst Engelsman. Want, aangejaagd door De Nederlandse Bank verwerken banken steeds meer duurzaamheidsindicatoren in hun Raroc’s: de Risk Adjusted Return On Capital.

“Daardoor liggen bedrijven niet alleen langs een ouderwetse financiële meetlat, maar moeten ze ook door een klimaatstresstest, een biodiversiteitsstresstest en een gezondheidsstresstest heen. En je ‘voetafdruk’ op die gebieden gaat af van je winst of ondernemingswaardering. Dat zijn ook de nieuwe criteria van kredietbeoordelaars. Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn achter de schermen allemaal bezig met een afwaardering van bedrijven, die nog wat te veel aan het oude normaal hangen.”

De Unilevers en Rabobanken van deze wereld zouden ‘too big to fail’ zijn, die zitten met tientallen miljarden in de oude economie geïnvesteerd

Rekenen met de werkelijke kosten

Engelsman en Eosta zaten de laatste vijf jaar boven op deze ontwikkeling, als pioniers van het zogeheten True Cost Accounting, oftewel rekenschap geven van de werkelijke kosten.

“Op aangeven van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de Natural and Social Capital Coalition, de World Business Coalition for Sustainable Development), toen voorgezeten door topman Paul Polman van Unilever hebben de vier grote accountantskantoren van de wereld protocollen ontwikkeld voor het berekenen van de zogeheten geëxternaliseerde maatschappelijke kosten. Dat zijn bijvoorbeeld de kosten van de bodemverarming, klimaatschade, wat het kost om het water weer schoon te krijgen, om biodiversiteit weer op peil te krijgen. En dat zijn wij vanuit Eosta toen in kaart gaan brengen voor al onze producten. Want de Unilevers, Nestle’s en Rabobanken van deze wereld zouden ‘too big to fail’ zijn. Die zitten met tientallen miljarden in de oude economie geïnvesteerd, begrijpelijk dat die niet voorop lopen. Wij waren klein genoeg om vooruit te kunnen stormen maar groot genoeg om serieus te worden genomen. Nu krijgen wij het applaus van de Klaas Knots, de Carola Schoutens en de Maxima’s. Maar dat soort grote consortia verdienen eigenlijk de credits.”

Klinkt toch nog niet als iets waar boeren en tuinders vandaag al de energierekening of de boodschappen van kunnen betalen.

“True Cost Accounting laat zien hoe je de teler beloont voor wat goed is voor de planeet waarin niet alleen hij maar ook zijn kinderen nog een boterham kunnen verdienen. Het is bovendien het vertrekpunt voor een nieuw fiscaal bonus-malusstelsel, dat de vervuiler laat betalen en dat degene die bijdraagt aan bodemvruchtbaarheid, schoon water en biodiversiteit beloont. Dat is geen verdienmodel voor de grote kunstmest- of agrochemie inputleveranciers, wel voor de boer en tuinder.”

Geven we daar niet onze kracht mee uit handen? Zo veel mogelijk produceren per hectare tegen zo laag mogelijke kosten?

“Ja, dat is de kant die boeren en tuinders de afgelopen 75 jaar zijn opgestuurd. De driehoek politiek, wetenschap en agribusiness is daarin een buitengewoon succesvol draaideur- en verdienmodel gebleken. Met wonderlijke combi’s. Zoals Aalt Dijkhuizen, die zich als woordvoerder van de Farmer Defence Force (FDF) naar voren schuift. Een voormalig topman van Wageningen UR, die zonder met zijn ogen te knipperen zegt: we hebben de bijen niet nodig en plofkippen gaan de wereld voeden, want die hebben zo’n kleine voetafdruk. Dat zijn relicten. Daarmee isoleert Nederland zich steeds meer in een soort denken dat een tijdje terug nog geavanceerd was, maar waarvan we nu de ongewenste keerzijde zien.”

Maar is niet toch weer die teler de pineut als ‘de vervuiler betaalt’. Terwijl het toch een hele keten is die vervuilt?

“Het idee achter een gelijk speelveld in de markt is dat de teler juist betaald wordt voor zijn ecosysteemdiensten in plaats van bestraft. Het gaat eigenlijk om het toepassen van een breed geaccepteerd aansprakelijkheidsbeginsel dat degene die milieuschade veroorzaakt belast wordt en degene die bijdraagt aan vruchtbare landbouwgrond, schoon water en biodiversiteit beloond wordt. Dan kunnen boeren weer dat doen wat ze graag doen in plaats van verstrikt raken in een prijsrace to the bottom ten koste van people & planet.”

Getuige de geluiden op het Malieveld vertrouwen boeren en tuinders voor hun inkomen de overheid nog minder dan de markt.

“Het is niet óf markt óf overheid, maar en en. Kijk naar de biologische markt. En dan niet die 4% marktaandeel in Nederland, tenslotte gaat 80% van wat wij hier telen naar het buitenland en daar is het marktaandeel alles tussen 15 en 25%. Op die Europese markt kan de prijs voor biologisch drie of vier keer de gangbare prijs zijn. Dat is vanwege de vraag die al tientallen jaren harder groeit dan het aanbod. Maar dat is ook een ‘premie’ voor de ecosysteemdiensten en omdat het bio-keurmerk het meest vertrouwde keurmerk in Europa is. Het is ook een premie voor zekerheid. Klanten zullen steeds vaker zeggen: Nou doe maar bio, want dan weet ik zeker dat het goed zit!’ Die redenering.”

Uiteindelijk is het ook een positioneringsvraag voor je onderneming. Wil je de markt van vandaag bedienen, dan moet je vooral blijven doen wat je doet. Wil je de markt van morgen bedienen dan doe je er goed aan om natuurinclusievere landbouwsystemen te verkennen.”

Boeren en tuinders die erover klagen dat ze geen eerlijke prijs krijgen voor hun inspanning, die hebben gelijk

Maar nogmaals: met groene diensten verdient een teler het vandaag ook nog niet.

“Nee, dat klopt. Sterker nog, ook zonder die groene diensten rekent het eigenlijk al niet. Als je de bruto toegevoegde waarde van onze veelgeroemde agrarische export deelt door het aantal werkenden in die ketens hier in Nederland, dus het aantal monden dat daarvan gevoed moet worden, dan kom je uit op een derde van modaal. Dus dat kan sowieso al niet uit. En dan hebben we het nog niet eens over die geëxternaliseerde kosten. Dat is uitsluitend de afrekening op kilo’s per hectare. Daar is dus zelfs in het oude systeem geen droog brood mee te verdienen. Dus de boeren en tuinders die erover klagen dat ze geen eerlijke prijs krijgen voor hun inspanning, die hebben gelijk. We moeten dus hoe dan ook naar een systeem dat beter rekent. Niet alleen voor de samenleving en de planeet maar uiteraard ook voor de teler. ”

Hoe snel kan dat verdienen aan ecosysteemdiensten werkelijkheid worden?

“Dat kan snel gaan. De nieuwe Europese Green Deal blaast wind in de groene zeilen, banken en investeerders koersen af op groenere investeringen en je hoeft niet helderziend te zijn om te zien dat zelfs Rutte alvast voorsorteert om na de verkiezingen over links en groen te gaan regeren. En het CDA omarmt inmiddels ook al die bonus-malus gedachte van de TAPP Coalitie, waarin een BTW-verlaging voor groenten en fruit wordt bekostigd vanuit een vleestaks.”

Lees verder onder de foto.

Zichtbaar biologisch product, mag ook een transparante prijs hebben, vindt Volkert Engelsman van Eosta. - Foto: Eosta
Zichtbaar biologisch product, mag ook een transparante prijs hebben, vindt Volkert Engelsman van Eosta. - Foto: Eosta

Of is dit een biologische groenteboer die zich aan het rijk rekenen is?

“Haha goeie! Ach, wij doen hier ook maar wat we al jaren doen: kapitaliseren op maximale transparantie van onze producten en sturen op een positieve impact op gezondheid, sociale inclusiviteit en duurzaamheid. Met de VN en IDH prototypen we momenteel Leefbaar Loon-modellen, die niet alleen voor boeren maar ook voor hun medewerkers voor inkomensverbetering moeten zorgen. Het verschil tussen bio mango’s met of zonder eerlijk loon voor boer en medewerker is circa 40 cent per kilo. Met de Ekoplaza’s voeren we de Dr. Goodfood-campagne. Daarin gaat het over de proactieve gezondheidswerking van groente en fruit. Met grote vloerstickers ‘De weg naar de meeste weerstand’. En met onze True Cost Accounting voorlichtingscampagnes op de winkelvloer proberen we duidelijk te maken dat duurzame producten niet te duur, maar niet duurzame producten te goedkoop zijn. De gangbare supers in Nederland houden de boot nog af, maar in diverse flagship stores van Rewe, Carrefour en Sainsbury’s wordt volop geëxperimenteerd met consumenten informatie over de werkelijke kosten. In de rest van Europa lijkt dat kwartje al gevallen. Het zijn voorbeelden voor hoe het anders kan: gezonder, sociaal inclusiever en duurzamer. Mét een eerlijke prijs voor de boer.”

Of registreer je om te kunnen reageren.