Home

Achtergrond

‘Nederland raakt uit de gratie bij arbeidsmigranten’

“Je zou de vraag moeten stellen of een sector die bijna volledig drijft op buitenlandse arbeidskrachten voldoende toegevoegde waarde heeft voor de brede welvaart van Nederland.” Dat zegt voorzitter Monique Kremer van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.

Voor het noodzakelijke brede maatschappelijke draagvlak voor arbeidsmigratie moet de bijdrage aan brede welvaart centraal staan. Tot deze aanbeveling komt de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). Alleen maar kijken naar de behoeften aan arbeidskrachten van werkgevers in het migratiebeleid, is volgens de ACVZ niet toekomstbestendig. Tijd voor een interview met voorzitter Monique Kremer.

De brede welvaartsbenadering betekent dat gekeken wordt welke kansen arbeidsmigratie van buiten de EU biedt voor de huidige en toekomstige samenleving. Een afweging dient te worden gemaakt van alle belangen, die in het geding zijn: belangen van werkgevers, werknemers, migranten én de ontvangende samenleving.

We verwachten dat arbeidsmigratie van buiten de EU belangrijker wordt, omdat het aanbod vanuit de EU zal afnemen

Waarom schiet het huidige beleid rond arbeidsmigratie tekort?

“Als we het hebben over arbeidsmigranten in Nederland, dan gaat het eigenlijk over drie verschillende groepen. In de eerste plaats gaat het over arbeidsmigranten uit de EU die vrij toegang hebben, ten tweede kennismigranten buiten de EU en ten derde arbeidsmigranten in het middensegment van de arbeidsmarkt. De eerste groep verricht vaak laaggeschoolde arbeid in onder meer de land- en tuinbouw. We denken te weinig na of dat wenselijk is, als er in Nederland geen mensen zijn die dat werk willen of kunnen doen.

“Nu moeten arbeidsmigranten worden geworven die huisvesting nodig hebben en die een beroep doen op gezondheidszorg, welzijnsorganisaties, onderwijs en dergelijke. Je zou je de vraag moeten stellen of een sector die bijna volledig drijft op buitenlandse arbeidskrachten voldoende toegevoegde waarde heeft voor de brede welvaart van Nederland. Als dat zo is, dan moeten we ervoor zorgen dat die migranten ook in goede omstandigheden hier kunnen wonen en werken, dat is in het belang van zowel de migrant als van de buurt waarin ze terechtkomen. Ook dat gebeurt nu nog te weinig, zoals het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten eerder al aantoonde.”

Monique Kremer (ACVZ): "Nederland heeft niet meer zo'n goede reputatie bij arbeidsmigranten." - Foto: Peter van Leth
Monique Kremer (ACVZ): "Nederland heeft niet meer zo'n goede reputatie bij arbeidsmigranten." - Foto: Peter van Leth

Profiel

Monique Kremer (52 jaar) studeerde Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Naast werk als onderzoekers aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam was ze van 2004 tot 2020 ook senior wetenschappelijke medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid van 2004-2020. In 2020 werd ze voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. Tevens is ze Bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam, lid van de raad van advies Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en lid van de raad van toezicht Verwey-Jonker Instituut.

Zijn de andere twee groepen interessant voor tuinbouw?

“Vooralsnog minder. Kennismigranten komen via de kennismigrantenregeling van buiten de EU naar Nederland. Het migratiebeleid voor hen is uitnodigend, omdat Nederland de kenniseconomie wil versterken. Toch trekt Nederland relatief weinig kennismigranten aan omdat andere aspecten niet zo goed geregeld zijn, zoals internationale scholen voor de kinderen. Bovendien slaagt Nederland er niet zo goed in om de kennismigranten vast te houden: binnen tien jaar is 80% weer vertrokken.

Voor arbeidsmigranten in het middensegment van de arbeidsmarkt is geen goed afgestemd arbeidsmigratiebeleid; het is eigenlijk een blinde vlek. Er zijn in toenemende mate tekorten voor beroepen op mbo-niveau, maar het is heel moeilijk om een werkvergunning voor iemand van buiten de EU te krijgen voor werk in bijvoorbeeld de ICT, de bouw of de zorg, maar ook eventueel de tuinbouw.”

Is structureel advies over arbeidsmigratie wenselijk?

“Zeker. Wij pleiten ervoor dat er een instantie komt die de regering op structurele wijze adviseert over arbeidsmigratie. Nederland kan daarbij leren van andere landen zoals Canada, die al langer zo’n systeem hebben.”

Hoe moet ik dat voor me zien?

“De organisatie die het advies gaat uitbrengen consulteert daarvoor sociale partners, onafhankelijke deskundigen, beroepsverenigingen, uitvoeringsorganisaties, gemeenten en provincies. Ook kunnen burgers worden betrokken, bijvoorbeeld door middel van enquêtes en focusgroepen. Uiteindelijk kan er dan een advies aan de regering komen over wat voor en hoeveel arbeidskrachten de komende jaren geworven kunnen worden in het buitenland.”

Zou een dergelijke benadering er voor kunnen zorgen dat Nederland niet uit de gratie raakt bij arbeidsmigranten? Is dat al aan de orde?

“Er zijn inderdaad geluiden dat het steeds moeilijker wordt om arbeidsmigranten te werven binnen de EU voor werk in onder meer land- en tuinbouw en de logistiek. Dit kan deels komen omdat Nederland vergeleken met andere landen niet zo’n goede reputatie (meer) heeft bij arbeidsmigranten. Maar het komt ook doordat de inkomensverschillen binnen Europa steeds kleiner worden en het dus minder loont om vanuit bijvoorbeeld Polen naar Nederland te komen voor werk. Bovendien gaat de vergrijzing in Oost-Europa nog sneller dan bij ons en zijn er ook daarom steeds minder arbeidskrachten beschikbaar binnen Europa.

Een brede welvaartsbenadering kan er voor zorgen dat Nederland aantrekkelijker wordt en blijft voor de arbeidsmigranten waar we behoefte aan hebben, omdat er dan meer wordt nagedacht over hun welzijn. Maar de benadering kan voor bepaalde sectoren ook tot de conclusie leiden dat de sector onvoldoende toegevoegde waarde heeft voor de economie, of te veel druk legt op het milieu en dat het daarom beter is om te innoveren, of te saneren, of om een bedrijf te verplaatsen naar het buitenland.”

Hoe belangrijk wordt arbeidsmigratie van buiten de EU?

“We verwachten dat arbeidsmigratie van buiten de EU belangrijker wordt dan nu omdat het aanbod vanuit de EU zal afnemen. Dit betekent dat we moeten nadenken over de vraag of en zo ja hoe en hoeveel arbeidsmigranten we van buiten de EU willen gaan werven voor laag- en middelbaar geschoolde arbeid. Beleid is nu ad-hoc. We moeten meer vooruitkijken.”

Arbeidsmigratie buiten de EU; betreft dit zowel lager als hoger geschoolde werknemers?

“Zeker. Op dit moment is het zo dat er alleen voor de kennismigranten een uitnodigend beleid is. De ACVZ vindt dat er meer aandacht moet komen voor mogelijkheden voor arbeidsmigratie van middelbaar en lager geschoold personeel die bijdragen aan de brede welvaart, en dat is dan waar die commissie over moet adviseren.”

Indien niet bestemd voor lager geschoold personeel. Hoe moeten sectoren die hier vooral gebruik van maken dan hun (toekomstige) personeelstekorten oplossen?

“Je kunt dan denken aan innovatie, investeringen in om- en bijscholing van mensen die nu in Nederland aan de kant staan, hogere lonen, betere arbeidsomstandigheden, minder deeltijdwerk, verhoging van de pensioenleeftijd, of verplaatsing naar een land waar wel voldoende aanbod van arbeidskrachten is.”

Komt er een einde in zicht van arbeidsmigratie van lager geschoold personeel van binnen de EU?

“Migratie is van alle tijden en een einde zal er dus zeker niet aan komen. Mensen kunnen allerlei redenen hebben om te migreren of om in een ander land een baan te zoeken. Alleen verwachten we wel dat het aanbod zal afnemen, omdat het financieel steeds minder aantrekkelijk wordt en dat is nu eenmaal de grootste drijfveer voor arbeidsmigratie.”

Zijn aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten een stap in de goede richting?

“Eerst moeten veel aanbevelingen nog uitgevoerd worden. Zoals het reguleren van de uitzendbranche. Daar is haast bij geboden. Dat is niet alleen belangrijk voor de mensen waar het om draait, de arbeidsmigranten, maar ook voor onze concurrentiepositie. Gelet op de competitie tussen lidstaten van de Europese Unie voor deze arbeidskrachten is het belangrijk om Nederland aantrekkelijker te maken voor arbeidsmigranten. Maar naast betere arbeidsomstandigheden zijn er meer investeringen nodig. Denk aan het aanbieden van (taal-)onderwijs, het vergroten van carrièrekansen, hoger salaris et cetera.

Verder kan Nederland nieuw beleid ontwikkelen voor arbeidsmigratie van buiten de EU. Als het vanuit het oogpunt van de brede welvaart wenselijk is dat arbeidsmigranten van buiten de EU de vacatures vullen die ontstaan doordat er minder EU-arbeidsmigranten komen, dan kan dat ook een oplossing zijn. De commissie gericht op de toekomst van arbeidsmigratie met oog voor brede welvaart zoals de ACVZ die voorstelt kan hierover adviseren.”

Heeft u nog aanbevelingen voor aantrekken van arbeidsmigranten voor lager geschoold werk?

“Het lijkt me vooral van belang dat het werk aantrekkelijker wordt gemaakt door de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Om te zorgen voor goed werk. Dit geldt zowel voor Nederlanders als voor arbeidsmigranten.”

Of registreer je om te kunnen reageren.