Home

Achtergrond 3 reacties

Gangbaar en bio zoeken elkaar op

Huib Rijk en Peter Verschuren kruisten via internet al eens de degens. Aanleiding was een column van Verschuren dit voorjaar in Groenten & Fruit. De redactie nam bij beide telers de iets rustigere winterperiode te baat om de twee oog in oog tegenover elkaar zetten, en samen dieper in te gaan op de kwestie bio versus gangbaar.

“Het waait hier nogal wat harder dan bij ons”, merkt Peter Verschuren meteen op als hij uit zijn auto stapt. Ruim een uur eerder vertrok hij vanuit het Brabantse Raamsdonk, waar hij met zijn broer een gangbaar teeltbedrijf voor broccoli heeft, op weg naar biologisch groenteler en akkerbouwer Huib Rijk in Biddinghuizen (Fl.). Rijk is duidelijk voorbereid op het typische najaarsweer. Zijn kuif waait ongehinderd alle kanten uit en zijn wollen vest fungeert als een prima windstopper. Veel wind is bovendien handig als je zoals Rijk samen met collega’s van plan bent een aantal windmolens (‘een windmolenlijn’) te plaatsen. Net als bij Verschuren ligt zijn werk grotendeels buiten met de biologische teelt van onder andere spitskool, Chinese en rodekool.


  • Huib Rijk - Foto: Ton Kastermans

    Huib Rijk - Foto: Ton Kastermans

  • Peter Verschuren - Foto: Peter Roek

    Peter Verschuren - Foto: Peter Roek

Kritiek en tegengas

Verschuren en Rijk ontmoeten elkaar vandaag voor het eerst in het echt, maar kennen elkaar al wat langer. In zijn columns voor Groenten & Fruit hanteert Verschuren vaak een kritische pen als het gaat over hoe duurzaamheid en telen met minder milieu-impact worden ingevuld. De koppen boven de columns van Verschuren maken zijn opstelling vaak al duidelijk.

Bijvoorbeeld: Natuurinclusief telen is een onbegaanbaar pad in september 2019, daarbij wijzend op de noodzaak van produceren voor 7 miljard mensen. ‘Voor natuurinclusief is zo veel grond nodig, dat dit ook ten koste gaat van gebieden die nu ongerept zijn. Dat is niet realistisch’, was toen zijn conclusie.

Of: Bio-nonsens en de fundamentele fout in de biosector in april 2020. De moraal van deze column is dat biologische telers zich vooral niet moeten inbeelden ‘zo goed bezig te zijn’. Volgens Verschuren kan de biologische teelt alleen bestaan dankzij van kunstmest gebruikmakende gangbare telers.

Biologisch telen is niet efficiënt

Kunstmest houdt de mineralenvoorraad in de bodem op peil als die afneemt door de oogst van producten. Daardoor blijven voldoende organische meststoffen beschikbaar waarvan biologisch telers wél afhankelijk zijn. Daarom, en omdat de biosector inefficiënt is omdat ze (per hectare) minder produceert dan haalbaar, zit de biosector op een verkeerd spoor, aldus Verschuren. “Omdat bijna niemand die fundamentele systeemfout ziet, lukt het de biosector een hogere prijs te vragen voor zijn producten, terwijl gangbaar telers, die de biologische teelt mogelijk maken, voor hun inspanningen, als voor PlanetProof, geen cent extra betaald krijgen.

Deze laatste bijdrage van Verschuren was dit voorjaar reden voor Huib Rijk in de pen te klimmen voor een inhoudelijke reactie. “Wat is (in)efficiënt en hoe meet je dat? Alleen in kilogrammen productie?”, vraagt hij zich af. Zijn antwoord: “Uiteindelijk is efficiëntie niet het sturende mechanisme in de markt. Ieder produceert waar vraag naar is en het is goed dat de consument niet alleen het meest efficiënt geteelde product koopt.”

Boerenparadijs blijkt kwetsbaar

Een live-ontmoeting op deze winderige dag kan interessant zijn om standpunten verder uit te diepen en om te zien of er wellicht ook raakvlakken zijn tussen gangbaar en bio, in dit geval tussen Verschuren en Rijk. Het gesprek heeft plaats in de kantine van het bedrijf dat Rijk in 1984 van zijn vader overnam en dat hij bijna tien jaar later, geconfronteerd als gangbaar teler met Rhizomanie in zijn bieten en met aardappelmoeheid, omsmeedde tot een biologisch bedrijf.

Rijk: “Biologische landbouw had altijd al wel mijn sympathie, maar met het idee dat je er nooit zelf aan moest beginnen. Door die gewasbesmettingen begon dat idee te kantelen, omdat me duidelijk werd dat de ongeëvenaard vruchtbaar geachte grond in boerenparadijs ‘De Flevopolder’ kwetsbaar bleek. In het laatste gangbare jaar heb ik nog groenten geteeld voor de veiling, aan het eind van dat seizoen hoefde ik nog net niet bij te betalen. Wil je gangbaar telen, dan moet je dat direct grootschalig aanpakken, concludeerde ik. Mijn animo was meteen weg.”

Efficiëntie is niet het sturende mechanisme in de markt

Huib Rijk is ook actief voor de PvdA-afdeling Dronten. PvdA-landbouwminister Sicco Mansholt (1945–1956) noemt hij ‘mijn tragische held’. “Mansholt had meerdere idealen: hij wilde én zorgen voor voldoende voedsel voor redelijke prijzen én zorgen dat de boereninkomens gelijk opgingen met die van de rest van de samenleving. Toen bleek dat dit ten koste ging van het milieu en dat het alleen kon door overschotten met subsidiesteun naar de markten van arme boeren te verplaatsen. Ofwel, Mansholt moest vaststellen dat zijn idealen toch niet zo ideaal bleken. Zijn collega’s bij de, toen nog, EEG vroegen: “Sicco, ben je hippie geworden?”

‘Biologisch is duurzaam?’

Verschuren trapt af met een vraag waar hij al lang mee zit. “Als biologisch zo duurzaam is, waarom hebben kunstmest en chemische gewasbescherming dan zo’n opgang gemaakt?” Hij motiveert: “Duurzame voedselproductie bestaat niet, duurzamere voedselproductie is wel mogelijk. Daar kun je naar streven en aan werken, maar wel in een wereld die continu verandert. In 1900 telde Nederland 2 miljoen inwoners, nu 17 miljoen. Met de toename van de bevolkingsomvang moest de voedselproductie omhoog.

Veel gangbare landbouw is bovenoptimaal

Het lukte op een zeker moment niet meer de benodigde hoeveelheid voedsel te telen zonder kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Mijn bezwaar is dat de biologische sector juist terugkijkt, met productiewijzen die achterblijven bij wat nodig is. Dan ben je niet optimaal bezig. Zelfs met een veelvoud van de huidige oppervlakte voor bioproductie red je het nog niet. Biologisch telen was duurzaam toen dat nog kon, tot het moment dat het niet meer duurzaam was. Oplossingen voor verdere verduurzaming liggen in de toekomst en niet in het verleden.”

‘Biologisch is geen synoniem van duurzaam’

Rijk: “Ik heb twee kleinkinderen, Gijs en Lotte. Beiden gaan wellicht de volgende eeuwwisseling halen. Deze eeuw wordt hun eeuw. Ik noem het ‘de eeuw van generatie-Gijs’. Ik definieer duurzaam als verlopend zonder rampen waaraan wij schuldig zijn. Denk aan klimaatverschuiving, het gebrek aan zoet water of de krimp van de biodiversiteit met genetische problemen tot gevolg. In de tijd en in het denksysteem van Mansholt waren begrippen als milieu en duurzaamheid nog ondergeschikt. Ook nog toen de eerste uitwassen zich manifesteerden, zoals de tomeloze groei van de vraag naar energie en natuurlijke grondstoffen en lucht- en watervervuiling.”

“Wat wij doen wreekt zich voor ons nog niet echt merkbaar, maar wellicht wel in 2050. Het is niet relevant wat wij hiervan vinden, maar wat volgende generaties ervan vinden. Gijs zal zich straks de vraag stellen waarom onze generatie leefde op de manier zoals we nu doen, ten koste van de volgende generaties. Kijkend naar onze sector: ja, door een gangbare bril bekeken produceer ik als biologisch teler suboptimaal, maar veel toepassingen in de gangbare landbouw zijn wat ik aanduid als te supra- of bovenoptimaal. Zo is het beter dat wij hier minder grondstoffen als fosfaat gebruiken en in Afrika meer, en meer overhouden voor in de toekomst. Vanuit de huidige optiek denken we dat we met minder bemesten gewassen al gauw tekortdoen, maar vanuit fosfaatefficiëntie boeken we zeker winst.”

Biologische kool oogsten bij Huib Rijk. - Foto: Huib Rijk
Biologische kool oogsten bij Huib Rijk. - Foto: Huib Rijk

“Tegen mijn kleinkinderen kan ik zeggen dat ik biologisch geteeld heb, maar dat is geen synoniem van ‘duurzaam’. Daarvoor moet je aan veel meer criteria voldoen. Op mijn loods liggen 120 zonnepanelen, maar ik heb toch fossiele brandstoffen nodig. Mijn bedrijf is ook geen kringloopbedrijf, zoals landbouwminister Schouten zich voorstelt. We hebben wel een rotondebedrijf. Er komt van alles binnen en er gaat weer van alles uit; we voldoen alleen aan de kringloopgedachte. Net als voor iedere vorm van landbouw is ‘geld verdienen’ de eerste drijfveer, niet alleen maar ‘duurzaam zijn’.”

Verschuren reageert op Rijks opmerking dat de gangbare sector vaak kiest voor bovenoptimale methodes, alleen gericht op een zo groot mogelijke productie.

“De fase van een maximale productie zonder oog te hebben voor de milieu-impact hebben we naar mijn idee al lang achter ons gelaten. Ook omdat de marges zo krap zijn dat knoeien met kunstmest en gewasbescherming niet uit kan. Ik zie nog wel veel verschil tussen gangbare telers die er meer en minder oog voor hebben. Het is korte- versus langetermijndenken. De bodem, ons belangrijkste kapitaal, moet fysisch, chemisch en biologisch in orde zijn. Met name de biologische conditie is bepalend voor de mate van duurzaamheid. Daaraan kun je prima werken, ook als je niet-biologisch teelt.

Daarmee kom ik bij mijn grootste bezwaar tegen de biologische propagandamachine. Een gangbaar teler is niet per definitie iemand die ‘rücksichtslos’ op jacht is naar de laatste kilo product, maar wordt door zijn bio-collega’s wel vaak zo weggezet. We moeten zien los te komen van deze tegenstelling. Ik denk dat dit voor de biologische sector lastig is, omdat hij hiermee de hogere prijsstelling voor zijn product kan rechtvaardigen.”

Gangbare broccoli oogsten bij Peter Verschuren. - Foto: Peter Roek
Gangbare broccoli oogsten bij Peter Verschuren. - Foto: Peter Roek

Onbegrip

Verschuren: “Ik definieer duurzaamheid in termen van ‘people, planet, profit’. Mensen moeten gevoed worden, op een manier die vol te houden is en verdienstelijk voor de teler. De biosector is te eenzijdig gericht op ‘planet’ en gaat eraan voorbij dat wereldwijd meer dan 7 miljard mensen gevoed moeten worden, en in de toekomst waarschijnlijk rond 10 miljard. Ik vind daarom ook dat overheden en instanties die het sprookjesimago van de biosector in stand houden en zelfs versterken, daarmee moeten stoppen en moeten inwisselen voor een realistischer beeld.”

Rijk: “Is dat nodig? Bezoekers vinden het prachtig als ik ze een perceel kool laat zien, maar ik vertel ook dat ons bedrijf geen kringloopbedrijf is en dat ik insecticiden gebruik. Die zijn van natuurlijke oorsprong, met hetzelfde effect als chemische insecticiden, alleen is de werking wat trager.”

Verschuren: “De gemiddelde consument weet dat niet, maar de mensen komen bij wijze van spreken wel naar me toe als ik op de spuitmachine zit om te vertellen dat ik moet ophouden ‘alles kapot te spuiten’.”

Klein aandeel bioteelt is nuttig als klankbord

Rijk: “Daar raak je volgens mij een essentieel punt. Veel gangbaar telers hebben het gevoel dat ze te pas en te onpas bekritiseerd worden, maar ze horen alleen degenen die voor of tegen biologisch telen zijn. Veel boeren die dit jaar met hun trekkers de straat op gingen, waren verwonderd over de steun die ze kregen. De meerderheid van de bevolking is juist heel positief over de boeren. Burgers hebben wel kritiek op productievormen, maar wat ze nooit doen is stoppen met eten. Dat betekent dat er verschuivingen kunnen zijn van gangbaar naar bio of van dierlijke naar plantaardige voeding. Zo’n ontwikkeling kan bedreigend zijn, maar biedt ook nieuwe kansen.”

Dilemma’s

Rijk noemt de huidige 21e eeuw ook ‘een eeuw van dilemma’s’. “Ik denk dat er een tijd komt dat we als consument niet meer eindeloos kunnen kiezen wat we op ons bord willen. Dat is het eerste dilemma. De EU wil er met de Green Deal op termijn naartoe dat een kwart van de Europese voedselproductie biologisch gebeurt. Dat zou kunnen, maar dan moet de consument daar ook voor kiezen. Valt met biologisch telen niets te verdienen, dan krimpt de productie. Dat zou ik spijtig vinden, maar dat is dan zo. Uiteindelijk denk ik dat er plaats is voor zowel biologisch als gangbaar telen.”

Verschuren: “Met grootschalig biologisch telen span je het paard achter de wagen, omdat je dan niet alle mensen kunt voeden. Een beperkt aandeel biologische teelt is wel nuttig, als klankbord voor gangbaar.”

“Gangbaar telen blijft de norm, dat moet wel duurzamer. Daar zijn ook mogelijkheden als groene elektriciteit voor de productie van stikstof in kunstmest en hergebruik van mineralen voor. De ultieme kringloop is het terugwinnen van mineralen uit menselijke uitwerpselen, zoals dat al met fosfaat gebeurt op een waterzuivering in Amsterdam. Dat is nu nog veel duurder dan fosfaat importeren uit Marokkaanse mijnen, en is niet snel te veranderen, maar daar ligt wel een taak voor de overheid. Dit zijn twee voorbeelden van ontwikkelingen die we moeten aangrijpen. Doen we dat niet, dan zou onze huidige welvaart ten koste kunnen gaan van volgende generaties. Wat dat betreft ben ik het wel eens met Huib. Voedsel produceren moet en kan duurzamer, maar je blijft zitten met het gegeven dat je voldoende moet produceren voor steeds meer monden. Waar het om gaat, is de keuze voor de te volgen route om dat te bereiken. Misschien wat minder streng biologisch en binnen gangbaar met meer oog voor teeltonderdelen die zich in de biologische teeltaanpak bewezen hebben.”

Laatste reacties

  • P. Verschuren

    Beste mensen, Het was een enerverende middag en een intensief gesprek. Toch is dit nog maar een klein stukje van het hele terrein wat besproken zou moeten worden om deze discussie af te werken. We hebben het bijvoorbeeld helemaal niet gehad over de gekunstelde constructie die de definitie van biologische landbouw eigenlijk is. We hebben het niet gehad over de in mijn ogen volkomen lekke borging in de keten van de zekerheid dat wat je koopt ook echt biologisch is, enzovoort. Je zit zo op 100 pagina's ,wie gaat dat lezen?

    Om het kort te houden de weg naar verduurzaming is eigenlijk niet zo ingewikkeld. Je moet meer produceren met evenveel milieubelasting (zo mogelijk minder maar dat zal niet meevallen) of evenveel produceren met minder milieubelasting. Minder produceren met minder milieubelasting is een volkomen zinloze exercitie want er komen steeds meer mensen.

    Huib en Joost bedankt :)

  • Huib Rijk

    "Tja, wat kan ik verwachten?" was mijn gedachte vooraf. Maar wat maar weer blijkt is dat menselijk contact bijna een garantie is voor relativering. En dat een gesprek met iemand met exact dezelfde mening saaier is dan met iemand met compleet andere invalshoeken. Het werd dus een gesprek met veel losse uiteinden -mooi om je eigen inzichten te verdiepen.

  • Huib Rijk

    "waarom hebben kunstmest en chemische gewasbescherming dan zo’n opgang gemaakt?” en "Met de toename van de bevolkingsomvang moest de voedselproductie omhoog. " Zo werkt het niet volgens mij. Het is niet zo dat eerst het probleem er is en dan de oplossing vanzelf komt. Mijn vader is van de generatie (gen. Mansholt) die de opgang van kunstmest en spuitmiddelen heeft meegemaakt. Die kwamen er door de ontwikkeling van de techniek. Voor kunstmest en spuitmiddelen gold "niet omdat het moet maar omdat het kan". En de ontwikkelingslijn is dan zo: er wordt iets nieuws ontwikkeld, dat blijkt grote voordelen te hebben. Dat wordt dan - met enige vertraging - ingevoerd. Met nog enige vertraging blijken er ook nadelen aan te zitten. En met nog wat vertraging gaat de overheid beleid daarop voeren. De benzine/diesel motoren waren eerst een verademing: geen stinkende paardepoep in de steden. En mijn vader vertelde dat in of net na de oorlog DDT een fantastische uitvinding was. Ogen dicht houden, met een spuitbus DDT op je gezicht spuiten en nul last van muggen.

Of registreer je om te kunnen reageren.