Home

Achtergrond

‘Geen goedkope producten maken in een duur land’

Tuinder Rob Baan was emotioneel, direct na de toekenning van de titel Agrarisch Ondernemer 2020. Van trots, maar ook omdat de coronacrisis zijn bedrijf Koppert Cress bijna de kop kostte.

“De prijs voor Agrarisch Ondernemer van het Jaar wilde ik heel graag hebben, juist omdat Nederland een van de beste landen is op het gebied van land- en tuinbouw”, vertelt Rob Baan trots direct na de bekendmaking. Het is een van de weinige prijzen die hij nog niet heeft gewonnen met zijn bedrijf. De titel komt bovendien op een moment dat zijn bedrijf de coronacrisis goed lijkt te doorstaan. Dat was begin maart wel anders: “Ik dacht echt dat ons bedrijf naar de knoppen zou gaan. Gelukkig zijn we er goed doorheen gekomen, dankzij onze medewerkers, de overheid en vooral ook het vertrouwen van onze afnemers.”

Hoe gaat het nu met het bedrijf?

“Onze omzet zit op ongeveer 80% van het niveau van voor de crisis. Daar zijn we ontzettend blij mee en dankbaar voor alle support die we hebben gehad. De eerste dagen toen de afzet in elkaar klapte, heb ik echt staan janken als we weer producten moesten weggooien. Dat was verschrikkelijk. Gelukkig ligt dat achter ons. Dat schiet toch even door je heen als je zo’n prijs uitgereikt krijgt.”

Waarom is deze prijs belangrijk?

“Voor mij is het belangrijk om deze prijs te winnen, juist omdat Nederland een van de beste landen is op het gebied van land- en tuinbouw. Alleen we vertellen het zo slecht. Er wordt zoveel over ons gepraat in plaats van met ons. We zijn veel te bescheiden met ons allen. Dat moet echt anders.”

Hoe dan?

“Zorg dat je een onderscheidend product hebt. Vertel je verhaal over de kwaliteit van je product, waar je maar kunt. En zorg dat je verhaal bekend is bij je afnemers. Dat hebben wij gedaan door ons te richten op de chef-koks die onze producten gebruiken. Die moeten we overtuigen zodat zij het gaan gebruiken in gerechten. Daar steken we veel tijd en geld in en dat heeft ons er in de afgelopen tijd ook doorgesleept. Eten is beleving en dat moet je proeven. Als de smaak en het verhaal goed zijn, kun je betere prijzen vragen en krijgen voor je product.”

Lees verder onder de foto.

Rob Baan (links), Agrarisch Ondernemer van het Jaar 2020, laat een van zijn producten zien in de keuken van Villa Ruimzicht in Doetinchem. - Foto: Koos Groenewold
Rob Baan (links), Agrarisch Ondernemer van het Jaar 2020, laat een van zijn producten zien in de keuken van Villa Ruimzicht in Doetinchem. - Foto: Koos Groenewold

Zijn er wel genoeg consumenten die dat willen en kunnen betalen?

“Dat is de dooddoener die elke ontwikkeling naar beter en vooral gezonder eten en drinken doodslaat. We hebben in Nederland zo ongeveer het goedkoopste supermarktaanbod op het gebied van voedsel. Terwijl we in een ontzettend duur land produceren. We kunnen niet doorgaan met zo goedkoop mogelijk produceren in een land waar de productie hartstikke duur is, dat werkt niet op den duur. Maar dan moet er wel bij verteld worden dat er een prijskaartje hangt aan anders produceren. Geen wonder dat boeren boos worden als iemand roept dat de veestapel moet halveren. En het gevolg is dat je inkomen halveert.”

Veel producten zijn anoniem geworden

Hoe doorbreek je dat?

“Het grote probleem in de land- en tuinbouw is dat veel producten anoniem zijn geworden. Ik dacht echt dat ElkeMelk van melkveehouder Baan zou winnen. Daar gaat het om. Van een anoniem iets als melk een product maken met smoel dat herkenbaar is. In zijn geval gaat dat terug naar de koe en dag van melken aan toe. Bij wijn worden hele verhalen verteld over de berghelling en grond waar de druif is gegroeid, Nederlandse melk smaakt nu overal hetzelfde. Liever terug naar echt voedsel met zo weinig mogelijk tussenstappen in fabrieken. Alle melk biologisch in Nederland zou mooi zijn, maar dan moet de prijs ook omhoog naar € 2 per liter om maar wat te noemen. Als mensen het niet kunnen betalen, ligt daar het probleem, niet bij de producent.”

Moet de overheid dan ingrijpen?

“Dat zou een consequentie kunnen zijn, maar niet realistisch. Ik pleit ook niet voor Nederland als duurzaamheidseiland, dat is niet haalbaar. Wij exporteren een groot deel van onze producten, de meest omzet halen we buiten Nederland. Maar dan wel zo duurzaam mogelijk. En daar loop je soms keihard tegen tegenstrijdige regels aan. Een overheid die aan de ene kant roept dat het duurzaam moet en vervolgens aan de andere kant keiharde heffingen oplegt.”

Wat bedoelt u daarmee?

“We liepen zelf tegen een energieheffing aan van € 170.000 die nota bene bedoeld om energiegebruik te verduurzamen. We hebben fors geïnvesteerd in een installatie om groene stroom uit Noorwegen te gebruiken voor warmtepompen. In de zomer warmte opslaan in de grond, en die in de winter gebruiken. Hartstikke duurzaam en groen. Hebben we zelfs een prijs voor gekregen uit handen van Koningin Maxima. Maar door die energieheffing kregen we juist een forse kostenverhoging voor onze kiezen. Ik heb zelfs overwogen om die prijs terug te sturen.”

Maak van de dierlijke producten die je eet wel een feest

Moeten we dan naar een soort stadslandbouw?

“Nee helemaal niet, van die termen als urban farming word ik helemaal gestoord van. Totaal niet reëel. Dat levert veel te weinig op. We moeten wel anders gaan eten en dan bedoel ik meer gezonde producten, veel meer groente en fruit en minder vlees dan nu. Maar dan wel een heel lekker stuk vlees waar een goede prijs aan hangt. Daar zijn de topkoks waar onze producten naar toe gaan ook mee bezig. In de kookgroep Dutch Cuisine is de verhouding 80% plant en 20% dierlijk. Eigenlijk zijn we planteneters. Maar maak dan van de dierlijke producten die je eet wel een feest.”

Dokter rijk en groenteboer arm

Hoe verder?

“Ons bedrijf komt uit deze crisis, daar ben ik zeker van. Daar werken we hard aan. Zelf maak ik me nu vooral sterk voor gezondere voeding. Daar krijg je de handen voor op elkaar. We zitten nu in de situatie dat we € 100 miljard uitgeven aan de gezondheidszorg en relatief heel weinig aan ons voedsel. Dokter rijk en groenteboer arm zeg ik dan. We moeten terug naar waar het echt om gaat. Gezondheid en geluk. Zonder stad geen landbouw, maar zonder landbouw ook geen stad. We hebben elkaar nodig. En dan kan voeding een grote rol spelen in het voorkomen van ziekten. Daar ben ik van overtuigd en dat draag ik ook uit.”

Of registreer je om te kunnen reageren.