Home

Achtergrond laatste update:17 feb 2020

Ecomodernisme is het nieuwe groen

De ecomodernist gelooft in duurzame vooruitgang. Deze relatief nieuwe stroming in het duurzaamheidsdenken gaat in tegen het Greenpeace-denken als achterhaald en juist averechts voor milieu en biodiversiteit.

Je wist het misschien nog niet, maar vermoedelijk ben je – als tuinbouwprofessional – een ecomodernist. Een ecomodernist is iemand die niet warm wordt van het duurzaamheidsverhaal van de klassieke groenen, de mensen van Greenpeace en Milieudefensie die extensivering prediken en het afzweren van chemische middelen die de productie per hectare op onnatuurlijke wijze zouden opvijzelen. Liever combineren ze op zo biologisch mogelijke wijze landbouw en natuur, als de enige manier om de bedreigde biodiversiteit weer op peil te krijgen.

Hidde Boersma berekent biodiversiteit

Schrijver en documentairemaker Hidde Boersma is in Nederland ondertussen het jonge en hippe boegbeeld van een stroming, die stelt dat dat klassieke ‘groene’ verhaal niet de juiste benadering is. Nuchtere tellingen van bijvoorbeeld biodiversiteit op alle continenten, in natuur- en in landbouwgebieden, van extensief tot intensief beteeld, leiden maar naar één conclusie: extensievere en biologische teelten en teeltmethodes leveren weliswaar op hun velden enige biodiversiteitswinst op ten opzichte van intensievere teelt. Maar het vergt voor dezelfde productie veel meer hectares. Dat gaat ten koste van ongestoorde natuurgebieden en dat leidt per saldo dan toch tot juist minder biodiversiteit.

Hidde Boersma laat zien dat er niet minder maar juist meer ruimte voor natuur kan komen. - Foto: Ton van der Scheer
Hidde Boersma laat zien dat er niet minder maar juist meer ruimte voor natuur kan komen. - Foto: Ton van der Scheer

Lonken naar extensivering

Boersma: “Het verontrustende is dat veel Europese landen in hun beleid voor verduurzaming van de agrarische sector lonken naar juist die extensievere vormen. Terwijl het voor klimaat, biodiversiteit én voedselzekerheid van al die miljarden die we gezond willen voeden, juist veel beter is om op een kleiner areaal veel intensiever te telen.”

Spek voor de bek van elke tuinder, om maar eens een veel te vlezige zegswijze te gebruiken. Te vlezig, want Boersma en zijn ecomodernistische kompanen zien op dat veel kleinere landbouwareaal dan we nu wereldwijd gebruiken ten eerste veel minder plek voor veehouderij en veevoerteelten. Ook de voor menselijke consumptie benodigde plantenteelt kan wereldwijd met veel minder hectares toe, mits maatschappij en politiek dan ook wel ruim baan maken voor de modernste technieken.

Ja tegen chemie en Crispr-Cas

Dus ja tegen chemie in mest en middelen, mits verantwoord gebruikt natuurlijk. Ja tegen Crispr-Cas als dé gentech-revolutie zonder gegoochel met soortvreemd DNA. En volmondig ja tegen alle zegeningen van de moderne bedekte teelt en van de gedigitaliseerde en gerobotiseerde precisielandbouw.

Nederlandse boeren en tuinders verzinnen niet zelf alle duurzame oplossingen, maar zijn wel sinds jaar en dag wereldkampioen in het razendsnel toepassen van alle laatste vindingen. Dat brengt ‘Wageninger’ Ernst van den Ende tot de conclusie dat we eens moeten ophouden met steeds maar te roepen dat we de tweede agrarische exporteur ter wereld zijn (wat alleen maar tot misverstanden leidt als zouden wij al dat spul ook daadwerkelijk telen in dat kleine landje van ons en vervolgens met veel foodmiles over heel de wereld slepen). “Laat ons benadrukken dat Nederland wereldkampioen duurzaam telen is. Wageningen heeft er de cijfers voor om dat ook hard te maken”, aldus Van den Ende, directeur van de Wageningse Plant Sciences Group. Hij noemt zich naar eigen zeggen geen ecomodernist maar liever ‘onderzoeker’. Maar de goede verstaander heeft aan een half woord genoeg.

Ernst van den Ende: “Laat ons benadrukken dat Nederland wereldkampioen duurzaam telen is. Wageningen heeft er de cijfers voor om dat ook hard te maken.” - Foto: Koos Groenewold
Ernst van den Ende: “Laat ons benadrukken dat Nederland wereldkampioen duurzaam telen is. Wageningen heeft er de cijfers voor om dat ook hard te maken.” - Foto: Koos Groenewold

Hij was vorig jaar een van de meest prominente wetenschappers die zich openlijk uitspraken voor Crispr-Cas en tegen de juridische uitleg van de Europese GMO-richtlijn die door deze techniek een streep zette. Die richtlijn past niet meer bij de technologie van vandaag en moet worden aangepast, stelt hij kort en goed.

Bayer-beleid ecomodernisme ten top

Boersma en Van den Ende spraken vorige week op hetzelfde symposium in Berlijn, georganiseerd door Bayer. De Duitse topman Frank Terhorst van de divisie Crop strategy & portfolio management van Bayer lanceerde de term Sustainable intensification. Duurzame – of zoals de hippe vertaling luidt ‘volhoudbare’ – intensivering. Ecomodernisme ten top.

Van den Ende toonde het publiek drie foto’s, waaronder die van Norman Borlaug. Deze Amerikaan ontketende met zijn veredelingswerk de zogeheten Groene Revolutie, redde naar schatting 1 miljard mensen van de hongerdood en kreeg daarvoor in 1971 de Nobelprijs voor de Vrede.

De Volkskrant drukte afgelopen weekend een interview af met zijn kleindochter, Julie Borlaug.

Zij zet het ecomodernistisch werk van opa Norman voort, als directeur van Inari, een Amerikaanse start-up met een onderzoeksfaciliteit in Gent. Met technieken als het al genoemde Crispr-Cas ontwikkelt Inari zaden op maat voor telers in allerlei regio’s met allerlei heel verschillende teeltomstandigheden – alleen nog niet voor Europa waar deze techniek in de ban zit.

‘Pas op met ophemelen biologisch’

De door de Volkskrant gestelde vragen weerspiegelen de kritiek van de klassieke groene ngo’s die liever zien dat boeren in Afrika en Azië op natuurlijke wijze blijven telen en niet de fouten van het westen maken. Borlaug: “Afrikanen snakken naar technologie die hen helpt in de landbouw, al is het maar een mobiele telefoon om het weer beter te kunnen voorspellen of de prijzen op de markt te volgen. Die geroemde natuurlijke manier van telen houdt boeren in ontwikkelingslanden gevangen in een spiraal van honger en armoede. Pas dus maar op als je biologische landbouw ophemelt of zelfs voorstelt als model voor de wereld.”

‘Niet boksen maar dansen’

Terug naar Ernst van den Ende die ook een foto liet zien van Simon Groot, de Nederlandse veredelaar die vorig najaar de World Food Prize kreeg, zeg maar de Nobelprijs voor voedselproductie. En eentje van Roy Steiner van de Rockefeller Foundation. Van den Ende is blij dat deze invloedrijke organisatie diep wil investeren in de technologie voor intensieve maar duurzame land- en tuinbouw, de Groene Revolutie anno 2020. “Het gaat er niet om dat we biologische teelt tegenover vertical farming zetten of smallholders in Afrika en Azië tegenover grote glastuinbouwbedrijven. Laten we van elkaar leren. In plaats van met elkaar in de boksring zouden we met elkaar moeten dansen.”

Vee in Ethiopië. Ook in Afrika is intensivering nodig. - Foto: Ton van der Scheer
Vee in Ethiopië. Ook in Afrika is intensivering nodig. - Foto: Ton van der Scheer

Ecomodernist wil vrijhandel beperken

Een voor menig tuinder misschien wat tegennatuurlijk aanvoelend standpunt der ecomodernisten: voorzichtig met vrijhandel. De nu her en der gesloten akkoorden, zoals die tussen Canada en de EU waar Nederland nu toch bedenkingen bij heeft, vormen geen goede prikkel voor ondernemers om te verduurzamen. Immers, als we in Nederland duurzamer gaan werken, dan zet dat de deur open voor (veel) minder schoon en veilig product van buiten Nederland en buiten de EU. Zeker de teler die met behoud van zijn moderne intensieve teeltmethodes ook verder verduurzaamt dan wat hier te lande wettelijk verplicht is, die prijst zich dan toch uit de markt. Daar moet volgens ecomodernisten regeringen bescherming tegen bieden.

Of registreer je om te kunnen reageren.