Home

Achtergrond

Europa dicteert vanaf nu plaagbestrijding

Europa is vanaf nu dwingend in de aanpak van gevaarlijke plagen op teeltbedrijven; lidstaten voeren vooral uit. Dit is een risico voor de Nederlandse handelspositie. Met de nieuwe plantgezondheidsregels worden ziektes als clavibacter afgeschaald. Andere komen dreigend dichterbij met strikte bestrijdingsprotocollen.

Een nieuwe Plantgezondheidswet moet de oude Plantenziektenwet vervangen in Nederland. Zo’n wijziging lijkt op het eerste gezicht een ambtelijke kwestie. Als je dieper kijkt, heeft het echter belangrijke gevolgen voor telers. Voor sommige plagen wordt de aanpak namelijk strenger, komen er inspecteurs kijken en kan een boete opgelegd worden voor het niet-melden van vondsten. De teugels worden eigenlijk aangehaald op bijna alle punten. De NVWA moet bijvoorbeeld forse bestrijdingsprotocollen gaan oefenen rond teeltbedrijven.

Dwingendere wetgeving

De Europese Commissie neemt feitelijk de controle over van lidstaten op gebied van plantgezondheid. Dat is bijzonder, omdat de Europese Commissie op andere terreinen niet zoveel invloed heeft. De nieuwe wetgeving is dwingender. De regels zijn sinds 14 december in een verordening vervat en niet in een richtlijn. Landen kunnen dus niet meer eigen interpretaties maken en moeten nu allemaal dezelfde lijn volgen van de Europese Commissie.

Nederland tegen

Nederland was geen voorstander van deze aanscherping. In 2015 stemde Nederland tegen de Europese plannen voor plantgezondheid die de Zuid-Europese landen zo graag wilden. Dat standpunt van zuidelijke lidstaten was niet zonder reden. In die landen werden monsterachtige bacteriën als Xylella gevonden door import van plantmateriaal uit Midden-Amerika. Xylella veroorzaakt een potentiële schade aan de Europese landbouw van € 5,5 miljard.

Handelspositie in uitgangsmateriaal

Nederland was tegen de aanscherping vanwege haar handelspositie in uitgangsmateriaal. De importcontrole wordt namelijk ook strenger. Nederland heeft een enorme in- en uitvoer van plantaardig materiaal. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) heeft dan ook veertig mensen aangenomen voor extra toezicht op deze stroom van jaarlijks 500.000 zendingen. Qua omvang van grensoverschrijdende handel in plantmateriaal is het tweede land in de EU (nu nog) het Verenigd Koninkrijk, met 100.000 zendingen.

Nieuw beleid ToBRFV

Tomatentelers kregen in 2019 te maken met de plantenziekte ToBRFV. De aanpak geeft een goed voorbeeld van hoe de EU steviger wil optreden. Een nieuw virus (of bacterie of insect) zal bij constatering en melding via een noodprocedure sneller een risicostatus krijgen. Dat zegt een woordvoerder van Eurocommissaris voor Voedselveiligheid Stella Kyriakidou. “Met zo’n quarantainestatus zijn de bestrijdingsmaatregelen helder. Deze kunnen niet meer bediscussieerd worden omdat ze vastliggen. Dus met de nieuwe wet is sneller actie te verwachten. Ook wordt er meer toezicht gehouden op de verplichting van plantgezondheidsdiensten om uitbraken te melden. Dit maakt het mogelijk om sneller te handelen.”

Eigen telers monitoren

De NVWA zegt dat de Europese aanpak van ToBRFV eigenlijk al volgens de nieuwe regels is gegaan. De landen moeten eigen telers monitoren. Dit wordt standaard bij nieuwe plagen. Daarbij zal er nu minder discussie zijn tussen landen dan voorheen. Nederland zal bovendien niet meer makkelijk invloed krijgen op wat de Europese Commissie besluit over de aanpak van een plaag of ziekte, stelt de NVWA op vragen. “De Europese Commissie kan onder de nieuwe regels nog voortvarender een EU-harmonisatiebesluit opstellen. Nu was de eerste vondst in Duitsland in najaar 2018 en kwam een EU-besluit in juli 2019 tot stand, mede vanwege bezwaren vanuit Nederland. Onder de nieuwe verordening zou dit mogelijk sneller hebben plaatsgevonden.”

Telers moeten vondsten van gevaarljke plagen melden. In Hellevoetsluis is Raymond bezig met het uitrollen en ophangen van gele vanglinten. - Foto: Joep van der Pal
Telers moeten vondsten van gevaarljke plagen melden. In Hellevoetsluis is Raymond bezig met het uitrollen en ophangen van gele vanglinten. - Foto: Joep van der Pal

Opsporen van nieuwe schadelijke virussen en bacteriën

De NVWA gaat zelf meer doen aan het opsporen en traceren van nieuwe schadelijke virussen en bacteriën in de Europese Unie. Ook dat is een uitvloeisel van de nieuwe plantgezondheidsverordening. Een NVWA-laboratorium is daarvoor benoemd als Europees Referentielaboratorium (EURL). Dat laboratorium moet de kwaliteit van opsporing verbeteren in de EU. De focus ligt nadrukkelijk op nieuwe en grote risico’s, die direct bij aantreffen bestreden moeten worden. Bij zo’n vondst moeten landen dan sneller actie ondernemen met bijvoorbeeld monitoringsprogramma’s.

Pluspunten en gevaren

De Nederlandse sector ziet het als een voordeel dat landen niet meer kunnen wegduiken. “Er zal meer gereguleerd worden vanuit de EU. Wij hopen dat er op het vlak van surveys en handhaving meer harmonisatie in de EU gaat plaatsvinden”, stellen plantgezondheidsexpert Helma Verberkt van Glastuinbouw Nederland en beleidsmedewerker Wim Rodenburg van GroentenFruit Huis in een reactie in TuinbouwAlert. Het crisisplatform van de sector zal door de nieuwe regels geen andere taken krijgen. TuinbouwAlert wil ‘proactief reageren op mogelijke gevaren van Q-organismen en adequaat reageren bij vaststellingen’.

Gevolgen voor telers

Verberkt en Rodenburg zien dat het beleid duidelijke gevolgen heeft voor telers. Gevolgen die verdergaan dan een plantenpaspoort voor uitgangsmateriaal. “De verwachting is dat er striktere regels komen bij vaststelling van een Quarantaine Pest en dat er meer en meer regels komen bij de RNQP’s (de Europese lijst van minder schadelijke plagen, red.). Het beleid zal ook meer bepaald worden vanuit de EU met minder nationale invulling.”

Dit laatste kan een hinderpaal worden voor Nederland, met een risico voor haar handelspositie, waarschuwen Verberkt en Rodenburg. “Belangen lopen sterk uiteen binnen de EU. Dit kan belemmerend werken voor de Nederlandse (re)exportactiviteiten, maar ook voor de import van groenten, bloemen en uitgangsplantmateriaal.”

Snuitkever en fruitmot bij Most Wanted

De NVWA moet flink aan de bak met de nieuwe plantgezondheidsregelgeving. Er is een nieuwe lijst gepresenteerd met prioriteitsplagen. Dat is een soort Most Wanted-lijst, waarvoor draaiboeken klaar moeten liggen met oefeningen. Op die lijst van grote bedreigingen staat een bekende, de paprikasnuitkever. De NVWA moet voor deze dreiging een bestrijdingsaanpak op de plank hebben liggen. De EU schrijft voor hoe groot de cirkels zijn om de bedrijven waarbinnen de bestrijdingsmaatregelen gelden.

Ook staat Xylella op de prioriteitenlijst, de gevaarlijkste bacterie in de EU. Mocht het tot een uitbraak komen in bijvoorbeeld Boskoop, dan zijn de gevolgen van de EU-maatregelen niet te overzien, stelde LTO al eerder.

Lijst met gevaarlijkste plagen

Telers kunnen voor hun nachtrust de lijst met gevaarlijkste plagen beter niet doornemen. Maar de EU wil natuurlijk dat telers de gevaarlijke boorvliegen, motten, kevers en verschijnselen van de bacteriën wél herkennen. De Rhagoletis polmonella bijvoorbeeld is een boorvlieg die in de appelteelt tot grote problemen kan leiden. Op de prioriteitenlijst staan nog zeker drie boorvliegen die in fruit kunnen optreden en een kever (pruimencurculio) die ook gevaarlijk is.

Zeer bekende fruitmot

Een zeer bekende fruitmot staat er ook op. Nederland vinden honderden Afrikaanse fruitmotten per jaar in de importrozen uit Afrika. Steekproeven zijn al opgevoerd voor deze handel om motten te onderscheppen. In de paprikateelt lopen monitoringsprogramma’s om de export naar de VS overeind te houden. De mot werd in 2018 een quarantaine-organisme (Q-organisme), maar stoot nu door naar de lijst met allergevaarlijkste prioriteitsplagen. Nederland moet zich dus hard maken voor draaiboeken bij vondsten in Nederlandse teeltbedrijven. Eén geluk: de mot overleeft niet in de koude Nederlandse winters.

De fruitmot staat op de prioriteitenlijst van de Europese Plantgezondheidswet. - Foto: G&F
De fruitmot staat op de prioriteitenlijst van de Europese Plantgezondheidswet. - Foto: G&F

Af- en opgeschaalde plagen

Voorheen waren er verschillende categorieën Q-organismen in de Europese regelgeving rond plaagbestrijding. Dit leidde nog wel eens tot onduidelijkheid. Binnen de nieuwe Plantgezondheidswet voor heel de EU is de indeling van schadelijke organismen nu helderder. Er zijn ‘Quarantaine Pests’ (grotendeels de oude Q-organismen) en de nieuwe ‘Regulated Non-Quarantaine Pests’ (RNQP). Daarboven is nog de nieuwe lijst prioriteitenplagen, die qua potentiële schade hoog scoren.

Geen uitroeiingsmaatregelen

Bij de nieuwe categorie RNQP-plagen hoeven toezichthouders geen uitroeiingsmaatregelen te nemen bij het aantreffen in uitgangsmateriaal. Ook komen er geen zware maatregelen op een bedrijf na een vondst. Dat is goed nieuws voor de aanpak van clavibacter in tomaat. Het hoeft nu niet meer gemeld te worden aan de NVWA, omdat het op de RNQP-lijst staat. Dat geldt ook voor het Tomato Yellow Leaf Curl Virus (TYLCY). De eisen zijn afgezwakt via de lijst RNQP.

Andere plagen zwaarder ingedeeld

Andere plagen zijn juist zwaarder ingedeeld en zullen dus bestreden moeten worden. Zo is bijvoorbeeld het plaagorganisme Scritothrips dorsalis al langere tijd Q-waardig onder alle omstandigheden in Nederland, vanwege dreiging in de fruitteelt. Met de nieuwe verordening is dit organisme binnen de EU-regelgeving nu ook een breed Q-organisme (Quarantaine Pest) geworden.

Alle organismen uit de nieuwe lijst voor prioriteitenplagen zijn feitelijk zwaarder gereguleerd. De NVWA moet jaarlijks onderzoek doen of ze voorkomen in Nederland. Ook moet de NVWA draaiboeken opstellen voor bestrijding en dit steeds weer oefenen met de sector.

Kennis snel delen via FytoCompass

Om kennis snel te delen is in maart van dit jaar FytoCompass gelanceerd. Land- en tuinbouworganisaties hebben met hulp van de overheid gewerkt aan een plek waar ondernemers informatie kunnen vinden en voor hun eigen bedrijf een fytosanitaire risico-inventarisatie en -evaluatie (F-RIE) kunnen maken. Dat leidt tot een betere bewustwording en mogelijke aanpassing van handelen op de bedrijven. Daardoor kan het risico op een incident voor de ondernemer en de hele keten worden verkleind.

Of registreer je om te kunnen reageren.