Home

Achtergrond

‘Initiatief van innovatie ligt bij telers zelf’

Kabinet Rutte III wil meer grip op innovatiegeld dat naar Topsector Tuinbouw & Uitgangsmateriaal gaat. Kees van Ast legt uit wat dat voor gevolgen heeft.

Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (T&U) gaat op een andere wijze innovatie aanjagen bij ondernemers, aangespoord door een overheid die iets meer invloed wil op besteding publieke gelden. “Maar of het nu publiek of privaat geld betreft, innovatie moet van telers zelf komen”, meent Kees van Ast, voorzitter Topconsortium T&U.

9 topsectoren

In 2012 heeft de overheid het Topsectorenbeleid geïntroduceerd en 9 topsectoren benoemd, waaronder Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (TU) en Food & Agri. Kabinet Rutte III staat nog steeds achter deze ingezette koers, maar wenst toch iets directere invloed op besteding van publieke gelden. Geld dat bedoeld is voor het regelen en financiering van noodzakelijk onderzoek. Uitvoeringsinstanties voor de topsectoren zijn de zogenoemde Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI).

Versterking Nederlandse economie

Het huidige kabinet wenst een zogenoemd missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid om de Nederlandse economie te versterken binnen maatschappelijke thema’s. Kees van Ast, voorzitter TKI TU, doet uit de doeken wat telers hieronder moeten verstaan en wat het voor hen betekent.

Waarom wenst kabinet vernieuwing innovatiebeleid?

“Het kabinet wil het Topsectorenbeleid continueren omdat het werkt en zinvol is. De maatschappij wordt echter mondiger en veeleisender, ook ten aanzien van de land- en tuinbouw. Daarom wil het kabinet dat maatschappelijke uitdagingen vertaald worden in het Topsectorenbeleid en daar meer richting aan geven. Dat het niet bij loze kreten blijft, maar dat er ook daden volgen zonder daarbij het ondernemersbelang uit het oog te verliezen.”

Lees verder onder de foto.

Kees van Ast is voorzitter van Topconsortium Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. - Foto: Vakblad voor de Bloemisterij
Kees van Ast is voorzitter van Topconsortium Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. - Foto: Vakblad voor de Bloemisterij

Wat is een missiegedreven innovatiebeleid?

“Missie, thema’s, het is om het even. De lopende innovatieagenda 2018-2021 kent 4 thema’s:

  1. duurzame plantaardige productie,
  2. energie & water,
  3. hightech & digitale transformatie,
  4. consument, markt & maatschappij.

De nog nieuwe in te vullen innovatieagenda heeft 6 missies, waaronder kringlooplandbouw, klimaatneutrale landbouw, klimaatbestendig landelijk en stedelijk gebied en veilige binnenwateren. In de nieuwe missies komen duidelijk de maatschappelijke uitdagingen tot uiting in vergelijking met de huidige thema’s.”

Wat is het budget?

“Jaarlijks is voor de topsectoren Tuinbouw & Uitgangsmateriaal en Agri & Food € 25 miljoen beschikbaar: € 20 miljoen in te vullen door Wageningen UR en een toeslag van € 5 miljoen voor publiek-private projecten. Het bedrag is meer dan in voorgaande jaren, omdat de overheid het belang ervan erkent en er meer op wil inzetten. Met de opheffing van het Productschap Tuinbouw is wel jaarlijks € 10 tot € 12 miljoen weggevallen voor praktijkonderzoek. ”

Mij hoor je niet spreken over beter of slechter dan voorheen.

Was de sector dus verder geweest als PT nog had bestaan?

“Deze vraag vind ik moeilijk te beantwoorden. Tijden veranderen, keuzes zijn gemaakt en dan moet men niet te lang stilstaan bij wat is geweest. Praktijkonderzoek wordt nu anders aangestuurd. Mij hoor je niet spreken over beter of slechter dan voorheen. Bedrijven moeten zelf het initiatief nemen tot innovatie zowel door inzet eigen middelen of ondersteund met publieke geld. En de tuinbouw staat bekend om die innovatiekracht. Die blijft ook behouden.”

Welke invloed hebben ondernemers op besteding budget?

“Voor privaatpublieke projecten is invloed van ondernemers duidelijk; ze moeten immers 50% cofinancieren. Wageningen UR luistert heel goed naar wensen uit de praktijk en via brancheorganisaties is inbreng uit de praktijk goed geregeld. Telers vinden fundamenteel onderzoek vaak te abstract, maar onderschatten soms het belang. Fundamenteel onderzoek staat regelmatig aan de basis van praktijkgerichte innovaties.”

Niet te snel roepen dat kringlooplandbouw niet haalbaar is

Wat zijn voor topsector T&U de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen?

“Veel uitdagingen hebben te maken met plantgezondheid als het weerbaarder maken van gewassen zodat ze minder afhankelijk worden van chemische gewasbeschermingsmiddelen. En uitgaan van schoon uitgangsmateriaal met inzet van de modernste veredelingstechnieken. Waarvan ik denk dat daarover het laatste woord nog niet is gezegd. Verder de noodzaak te komen tot kringlooplandbouw. Laten we hiervan niet te gauw roepen dat het niet haalbaar is. Als er een sector is die al grote stappen in een circulaire economie heeft gezet dan is het wel de glastuinbouw.”

Zijn die goed te combineren met economische groei?

“Als ik kort door de bocht reageer dan moeten telers wel handen en voeten geven aan wat de maatschappij van hen vraagt en daarbij hun hoofd boven water zien te houden. Dat hoort bij het ondernemerschap. Dat is altijd zo geweest. De soep wordt echter nooit zo heet gegeten als opgediend. Telers krijgen vaak de tijd om aan strengere randvoorwaarden betreffende hun bedrijfsvoering te voldoen. De een zal daar in slagen, de ander niet. Gewoonweg omdat andere ondernemerskeuzes worden gemaakt waarbij onder meer leeftijd en bedrijfscontinuïteit een rol spelen.”

Lees verder onder het kader.

Profiel Kees van Ast

Kees van Ast (1951) studeerde af in Wageningen op tuinbouwplantenteelt en agrarische bedrijfseconomie. Zijn werkervaring ligt in de wat grotere overheids- en semi-overheidsorganisaties. Hij doorloopt de lijn van onderzoeker naar leidinggevende, de laatste 20 jaar als bestuurder.
Naast zijn hoofdfunctie heeft hij voortdurend nevenactiviteiten gedaan. Zo is hij al vrij lang voorzitter van 2 stichtingen KCB en AQS. Verder is betrokken geweest bij enkele start-ups en het besturen van een holding met jonge startende bedrijven.

Aan welke concrete voorbeelden moeten (glas)tuinders gaan werken?

“Inspelen op de energietransitie die gaande is; kortom technische oplossingen aanwenden om van gas af zien te komen. Verdere reductie van emissiestromen blijft een item, evenals weerbaardere en robuustere bloemen en planten te gaan telen. Immers, hoe gezonder het gewas des te minder afhankelijk telers zijn van met name chemische gewasbeschermingsmiddelen.”

Wat heeft TKI-TU tot dusver aan innovatie opgeleverd?

“Dat is een relevante vraag, waarop het antwoord is dat diverse projecten zijn gefinancierd waarmee innovaties in gang zijn gezet zowel teelttechnische, technische als technologische. Daarover wordt ook gerapporteerd. Innovaties die hopelijk leiden tot nieuwe of verbeterde afzetmogelijkheden. Ik ben terughoudender om over nieuwe verdienmodellen te spreken, want de praktijk leert dat ze vaak geen hogere prijzen voor productie opleveren.”

Wat valt te leren van andere sectoren betreffende innovatie?

“Ik ben eerder geneigd te zeggen wat kunnen andere sectoren van de tuinbouw leren. Het zit de tuinbouw in de genen om actief op zoek te gaan naar antwoorden op nieuwe ontwikkelingen, zowel als sector als individueel bedrijf. Uiteraard is daarbij ook te leren van andere sectoren met name wat betreft technologie en logistiek.”

Is collectiviteit in de sector inmiddels ver te zoeken?

“Collectiviteit is inderdaad afgenomen, maar dat heeft met de ontwikkelingen van bedrijven te maken. Vooral groter gegroeid. Tel daarbij op dat marketing en onderscheid belangrijker zijn geworden dan is die afname grotendeels verklaard. Tuinbouwbedrijven bewegen zich in een andere markt en krachtenveld. Maar nog steeds is mijn overtuiging dat bij een gelijk belang bedrijven elkaar toch weer opzoeken.”

Waar staat de tuinbouw over 5 jaar?

“De Nederlandse tuinbouw is en blijft koploper in het mondiale speelveld. Schaalvergroting zet door en de sector heeft een krachtigere positie verworven in de markt, mede door versterking van verticale ketensamenwerking. Dit is ook wel nodig om zich als kapitaalintensieve sector staande te houden. Bovendien heeft de sector een goede plaats in de maatschappij ingenomen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.