Home

Achtergrond

Toezicht op biostimulanten schiet tekort

Leveranciers van biostimulanten hoeven nog geen klaarheid te geven over de gebruikte inhoudsstoffen. Echter, veroorzaakt een teler schade met dergelijke middelen, dan is híj verantwoordelijk. Want hij moet zelf de risico’s inschatten.

Telers moeten zelf inschatten of een biostimulant helpt om planten te versterken, en wat de mogelijke gevolgen en risico’s zijn. Leveranciers van biostimulanten zijn op dit moment nog niet verplicht te vermelden welke kruidenextracten, etherische oliën of micro-organismen zijn toegevoegd. Dat meldt landbouwminister Carola Schouten op Kamervragen van VVD-Kamerlid Helma Lodders.

Verantwoordelijkheid van producent en gebruiker

Volgens Schouten is het de verantwoordelijkheid van de producent om een veilig product te maken en de gebruiker goed te informeren. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om zich goed over het product te laten informeren, en dit mee te nemen in de afweging om het aan te schaffen en te gebruiken. Aanleiding voor de Kamervragen waren artikelen in Boerderij waarin diverse leveranciers claimen dat biostimulanten gewassen beschermen, en dat ze niet verplicht zijn de inhoudsstoffen te openbaren.

Op dit moment is de markt voor biostimulanten nog niet gereguleerd. De overheid stelt geen eisen aan het etiket. Conclusie: ook al meldt het etiket niets, als een teler met een bepaald product schade veroorzaakt, is híj verantwoordelijk.

Gebrek aan wetgeving

Het toezicht op biostimulanten schiet nog tekort. De NVWA houdt toezicht op bemestingsproducten en biostimulanten door te controleren of geen gewasbeschermingsmiddelen onder het mom van biostimulanten worden verhandeld. Handhaving blijkt door gebrek aan wetgeving echter lastig, zegt Schouten. Afgelopen drie jaar heeft de NVWA slechts eenmaal een schriftelijke waarschuwing gegeven vanwege het voeren van een niet-toegestane gewasbeschermingsclaim.

Toelatingsprocedure

Veel biostimulanten hebben bacteriepreparaten als basis, net als diverse groene gewasbeschermingsmiddelen. Laatstgenoemde hebben een toelatingsprocedure doorlopen bij het CTGB. Met andere woorden: de bacteriepreparaten in deze groene middelen zijn niet gevaarlijk voor mens, dier en milieu, en er bestaat geen gevaar op kruising en genoverdracht van antibioticaresistenties met bacteriën die gevaarlijk zijn voor mensen. De gebruikte bacteriepreparaten in biostimulanten daarentegen hoeven nu nog niet te worden getoetst op veiligheid. Dat verandert in de nabije toekomst. De EU werkt aan een richtsnoer voor de beoordeling van anti-microbiële resistentie bij biostimulanten. Daarmee komt er meer duidelijkheid over de informatie die aanvragers moeten aanleveren, en hoe risicobeoordelaars deze moeten wegen. Nederland heeft daarin een actieve bijdrage. Naar verwachting wordt dit richtsnoer dit jaar vastgesteld in het SCoPAFF, de Europese commissie die zicht richt op regelgeving voor gewasbescherming.

Nieuwe Europese Meststoffenverordening

Biostimulanten mogen geen inhoudsstoffen bevatten die door het CTGB moeten zijn getoetst. Maar omdat fabrikanten nog niet verplicht zijn volledige openheid te geven, kan de overheid niet uitsluiten dat er iets op de markt is met dergelijke inhoudsstoffen. Dit zal volgens Schouten veranderen wanneer de nieuwe Europese Meststoffenverordening geïmplementeerd en van kracht is. Dat is rond 2022.

Geen zicht op hoeveelheid

Toeleveranciers schatten dat in Nederland circa 1.000 biostimulanten op de markt zijn. Het is geen wettelijk omschreven term, en de markt wordt hier niet op gemonitord. Het ministerie van landbouw heeft er dan ook geen zicht op hoeveel producten onder deze noemer te koop zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.