Home

Achtergrond

‘Rechter zet kleine zaadbedrijven op achterstand’

Keygene speurt tot op gen-niveau naar wat een komkommer extra lang houdbaar, een paprika mooi oranje of een aardappel resistent tegen phytophthora maakt. Dat de rechter nu een belangrijke techniek om die eigenschappen in nieuwe rassen te brengen achter een hoog hek heeft gezet, is erg jammer, vindt Arjen van Tunen, directeur van Keygene.

Het nieuws dat Crispr Cas 9 volgens de hoogste Europese rechter valt onder dezelfde strenge Europese regelgeving als genetische modificatie, kwam voor de hele veredelingswereld als een donderslag bij heldere hemel. Dat wil Arjen van Tunen, directeur van Keygene, wel bekennen. De aan de VU in Amsterdam afgestudeerde en gepromoveerde bioloog staat sinds 2004 aan het roer van het Wageningse onderzoeksbedrijf voor gewasinnovaties. Maar al sinds hij in 1991 ging werken bij het toenmalige CPRO-DLO, kent hij de gevoeligheden in het debat rond hoogtechnologische veredelingstechnieken.

Toch zag u dit niet aankomen?

“Nee. Het is een juridisch-politieke uitspraak die het Europees Hof heeft gedaan. Maar behalve dat wij vanuit onze inhoudelijk expertise niet hadden verwacht dat veredelingstechnieken die gebruikmaken van mutagenese gelijkgeschakeld zouden worden met genetische modificatie, waren ook onze juridische mensen vooraf toch niet al te bezorgd.”

Crispr Cas is juist een techniek die ook voor kleine zaadbedrijven toepasbaar is

Maar u kent de weerstanden tegen dit soort technieken.

“Zeker. De meest geharnaste tegenstanders die 30 jaar geleden ook al zo scherp waren op genetische modificatie zijn nog net zo zwart-wit tegen op Crispr Cas. Met nu nog steeds dezelfde argumenten rond veiligheid, terwijl 30 jaar genetische modificatie ook nog geen enkel bewijs van onveiligheid heeft gebracht. En ze houden nu weer vol dat ook met Crispr Cas de zaadveredeling gemonopoliseerd zou worden door de grote bedrijven. Dat is voor genetische modificatie misschien wel zo – ook overigens doordat het vanwege de strenge regels zo duur is – maar voor Crispr Cas juist níét. Dat is juist een techniek die ook voor kleine zaadbedrijven en zelfs voor individuen toepasbaar is. Die worden nu op achterstand gezet.”

Hoe nadelig is deze uitspraak voor boeren en tuinders?

“Het zet een rem op de snelheid waarmee we heel gericht eigenschappen in nieuwe rassen kunnen inbrengen. Als zich een nieuw probleem aandient, willen telers, supermarkten en consumenten zo snel mogelijk een daarop aangepast ras. Zaken als droogte en verzilting zijn ineens actueel voor Nederlandse telers. Daar kunnen we veel sneller mee aan de slag. Maar ook het vinden van een tomatenras dat geschikt is voor meerlaagse teelt in ledcellen en toch ook een goede productie haalt, goed smaakt en goed houdbaar is, loopt nu vertraging op. Om nog maar te zwijgen van tetraploïde planten die alleen vegetatief vermeerderbaar zijn, zoals de aardappel, maar ook fruitbomen. Succes boeken met op de klassieke manier inkruisen van een resistentie tegen phytophthora is veel bewerkelijker en trager.”

De tekst gaat verder onder de foto.

Een gemodificeerde aardappelplant (links) naast een niet gemodificeerde, zieke plant. Door genetische manipulatie wordt de aardappelplant resistent gemaakt tegen aardappelziekte phytophthora. - Foto: ANP
Een gemodificeerde aardappelplant (links) naast een niet gemodificeerde, zieke plant. Door genetische manipulatie wordt de aardappelplant resistent gemaakt tegen aardappelziekte phytophthora. - Foto: ANP

EU: Crispr Cas-ras moet traceerbaar zijn

Buiten Europa mag veel meer. Genetische modificatie was in de rest van de wereld al geen probleem. En Crispr Cas al helemaal niet. Europa wil de producten die via deze methoden zijn veredeld als een aparte en goed herkenbare stroom zichtbaar houden. Dat is in het geval van met Crispr Cas aangepaste rassen echter veel moeilijker.

“Je kunt aan een tomaat of een aardappel niet zien of de eigenschappen van het ras erin zijn gekomen via natuurlijke mutatie of via mutagenese. Dus ja, het is denkbaar dat er ‘cowboys’ zullen zijn die producten als klassiek veredeld Europa in proberen te krijgen, terwijl ze dat niet zijn. De enige manier om dat te controleren is via traceability. Een veredelaar moet kunnen aantonen hoe een ras tot stand is gekomen. Wij houden al sinds onze oprichting in 1989 van elk project gedetailleerde onderzoekslogboeken bij. Dit doen wij onder meer vanwege het Nagoya Protocol en voor dossiervorming in eventuele patentaanvragen. Die registratie wordt misschien nog omvangrijker en zal vaker uit de kast gehaald moeten worden.”

Keyzone Innovation Center opent met thema Blue Zone

Keygene opent op 20 september een geheel nieuw Innovation Center. “Daar spelen we onder meer in op de nieuwe teeltmogelijkheden. Welke eigenschappen maken een tomatenplant geschikt voor lagenteelt onder led-lampen? Maar ook veredelen om producten gezonder te maken. Dat is ook het thema van de open dagen bij de opening: de Blue Zone, oftewel hoe kunnen we leren van de plekken op aarde waar mensen gemiddeld opvallend veel ouder worden dan in de rest van de wereld, zoals op het Japanse eiland Okinawa of delen van het Italiaanse eiland Sardinië. Dat heeft eigenlijk altijd te maken met hun dieet. Hoe kunnen wij als veredelaars bijdragen aan het nog gezonder en tegelijkertijd lekkerder en aantrekkelijker maken van groente en fruit? Dat is een vraag die wij onszelf stellen.”

Welke eigenschappen maken een tomatenplant geschikt voor lagenteelt onder led?

Ook met de beperking die door het Europees Hof is opgelegd, kan die vraag nog steeds beantwoord worden?

“Ja, we kunnen in ons voorbereidend onderzoek nog steeds tot op gen-niveau kijken en eigenschappen vinden. Alleen de laatste stap van het met mutagenese-technieken tot stand brengen van precies de juiste plant met alle gewenste eigenschappen, die is nu veel moeilijker gemaakt.
Het is aan de politiek om ervoor te zorgen dat de regelgeving zo wordt aangepast dat mutagenese niet meer in dezelfde categorie valt als genetische modificatie. Of dat we hier in Europa net als in de Verenigde Staten en China eerst en vooral kijken naar de veiligheid van nieuwe producten. En niet dat we er hier aan blijven vasthouden dat de veiligheid van de methode moet worden bewezen. Dat traject is in mijn ogen ingewikkelder en langduriger dan alle gentechnieken bij elkaar. Maar ik denk dat de politiek gezien de opdrachten die ons de komende decennia te wachten staan op het gebied van voedselvoorziening en klimaat, wel moet bewegen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.