Home

Achtergrond

Waarom het vertrouwen in GMO lastig is terug te winnen

Het GMO-stelsel is een hoofdpijndossier geworden en de pil die minister Carola Schouten de sector nu geeft, lijkt nog niet te helpen. De Europese subsidieregeling heeft de voedingstuinbouw de laatste decennia groot gemaakt en kan nog steeds modernisering aanjagen. Toch wordt de regeling bij een deel van de telers als een last ervaren.

Lees ook in dit artikel:
➤ € 80 miljoen aan GMO ging in gebouwen en koelcellen 
➤ De aantrekkelijke Vlaamse route sluit  

Ondanks intensieve afstemming tussen ministerie en afzetpartijen (de eerdergenoemde pil) lukt het niet de twijfel over Gemeenschappelijke Marktorderning (GMO) weg te nemen. Verbeteringen in de uitvoering en subsdievoorwaarden voor 2019 komen er na half juli, maar in ieder geval The Greenery, ZON en Veiling Zaltbommel zullen geen aanvraag doen voor het komende jaar.

Knelpunt

Martijn van Dam was de staatssecretaris die de huidige Nederlandse interpretatie van de GMO-regels heeft ontworpen (de Nationale Strategie voor toepassing van de Gemeenschappelijke Marktordening voor groenten en fruit in Nederland). En daar ligt een groot knelpunt voor veel afzetorganisaties, ondanks de beste bedoelingen van Van Dam om de sector vooruit te helpen.

Het woord ‘improvement’ uit de EU-verordening is in Nederland in 2015 eenzijdig geïnterpreteerd als vernieuwing

Michiel van Ginkel, voorzitter van koepel Dutch Produce Association (DPA), schetst een opvallend beeld van hoe Europees beleid in Nederland is geïnterpreteerd. Het woord ‘improvement’ uit de EU-verordening is in Nederland in 2015 eenzijdig geïnterpreteerd als vernieuwing. Voor veel zaken kon alleen nog subsidie aangevraagd worden als het vernieuwend was, dus enkel modernisering.

In de huidige onderhandelingen van het ministerie van landbouw wordt dat Brusselse woord ‘improvement’ breder geïnterpreteerd als verbetering (waaronder vernieuwing). Meer zaken worden daarmee weer subsidiabel, maar veel zaken blijven buiten bereik.

Verkeerde analyse

Van Dam had daarvoor overigens de beste bedoelingen, want hij concludeerde uit de evaluatie van GMO 2009-2014 dat de concurrentiepositie van de glasgroentesector was teruggelopen. Van Dam dacht dat Nederlandse telers dat konden verbeteren met hogere marges voor duurzamere en nieuwe producten. Veel meer inzet op duurzaamheid en innovatie dus. Uitgaven voor GlobalGap of voor oogstverzekeringen werden geschrapt.

De regeling werd zo veel onaantrekkelijker en de producentenorganisaties moesten met plannen hun vernieuwing steeds onderbouwen met rapporten, omdat de effecten van de regeling meetbaar gemaakt moesten worden.
Artikel gaat verder onder de foto‘s

Carola Schouten in gesprek met Europees landbouwcommissaris Phil Hogan. De minister is zich ervan bewust dat Nederland strengere eisen stelt aan GMO dan andere landen en overlegde met afzetpartijen over verbetering. Ook is zij ervan op de hoogte dat afzetpartijen GMO in Nederland nog steeds lastig vinden en zegt dat de uiteindelijke regeling verbeteringen bevat voor de Nederlandse sector. - Foto: ANP
Carola Schouten in gesprek met Europees landbouwcommissaris Phil Hogan. De minister is zich ervan bewust dat Nederland strengere eisen stelt aan GMO dan andere landen en overlegde met afzetpartijen over verbetering. Ook is zij ervan op de hoogte dat afzetpartijen GMO in Nederland nog steeds lastig vinden en zegt dat de uiteindelijke regeling verbeteringen bevat voor de Nederlandse sector. - Foto: ANP

Accountantsverklaring

DPA-voorzitter Van Ginkel, ook directeur van ZON, heeft met zijn bestuur recent besloten in 2019 geen GMO aan te vragen. De kosten en risico’s wegen niet op tegen de opbrengsten. ZON vraagt van haar telers bijvoorbeeld accountantsverklaringen om vast te stellen dat producten via de veiling zijn verkocht.

“Een deel van onze telers profiteert niet direct van GMO, terwijl we die daar toch mee lastig moeten vallen omdat ze aan dezelfde eisen moeten voldoen. Zo heeft iedere afzetorganisatie zijn eigen afweging te maken. En we waarderen enorm dat het ministerie ons betrekt bij verbeteringen in de uitvoering, maar ZON maakt hierin zijn eigen afweging.”

Overigens was ook het bedrijfsleven betrokken bij de totstandkoming van de laatste Nationale Strategie onder Van Dam.

€ 80 miljoen aan GMO ging in gebouwen en koelcellen

Na de invoering in 1996 heeft de GMO-regeling in Nederland minder dan 20 jaar echt goed gewerkt voor het meerendeel van de afzetorganisaties. Rond 2010 kwamen de eerste problemen.

Zo poogt de curator nu nog ruim € 50 miljoen terug te krijgen van oude FresQ GMO-terugvorderingen uit de subsidiejaren rond 2010. Recenter zijn nieuwe problemen ontstaan.

Meer telersverenigingen zijn afgehaakt door nieuwe uitvoeringsproblemen met meer terugvorderingen. Daarmee is GMO al een aantal jaren op retour. De GMO-uitgaven daalden van circa € 100 miljoen in 2009 naar circa € 35 miljoen euro in 2014.

In 2017 bedroegen de uitgaven € 41,4 miljoen, maar dat had ook te maken met betere prijzen. De subsidie is omzetgedreven; dalen de prijzen, dan daalt ook de beschikbare subsidie uit de regeling.

Uit de GMO-pot werd in 2009 tot 2014 naar schatting € 80 miljoen besteed aan vaste activa (vooral gebouwen) - Foto: Van Assendelft Fotografie
Uit de GMO-pot werd in 2009 tot 2014 naar schatting € 80 miljoen besteed aan vaste activa (vooral gebouwen) - Foto: Van Assendelft Fotografie

Een euro uit Brussel, een euro van telersverenigingen

In de periode 2009-2014 is € 441 miljoen aan GMO-subsidie verstrekt, Overigens moet voor elke euro uit Brussel de telersvereniging ook een euro bijpassen als cofinanciering.

Uit de GMO-pot werd in 2009 tot 2014 naar schatting € 80 miljoen besteed aan vaste activa (vooral gebouwen). De grootste uitgave betrof milieumaatregelen (36%), maar toen zaten nog brede toepassingen als geënt plantmateriaal en meervoudig fust in de regeling, waardoor deze post nu zal zijn gekrompen.

Subsidie voor onderzoek was in 2014 circa 2,1% van de totale pot en groeiende, net als de uitgaven voor opleiding (3,4%).

Mislukte strategie

Veel van wat Van Dam wilde is ook niet tot stand gekomen. Een nationale campagne om de consumptie van groente en fruit te stimuleren zou een hoofdzaak moeten worden, staat in de Nationale Strategie. Volgens Wim Rodenburg, namens DPA en GroentenFruit Huis betrokken bij GMO-overleg, zijn daar gesprekken over gevoerd met afzetorganisaties. Telkens bleek de regeling op andere punten te knellen.

Ook schrijft de Nationale Strategie voor dat innovatie en onderzoek moet worden gestimuleerd met GMO. Moet de sector na het verdwijnen van collectieve financieringsbronnen via het oude Productschap Tuinbouw niet juist GMO daarvoor inzetten?

Rodenburg zegt dat de regeling voorschrijft dat onderzoek binnen erkende producentenorganisaties (PO‘s) moet plaatsvinden. Een collectief programma met alle telersverenigingen kan dus niet, omdat ze niet allemaal erkend zijn dan wel geen programma hebben.

Rodenburg: “In 2012 is door erkende PO’s met een operationeel programma weleens samen een onderzoek naar bijvoorbeeld kwaliteit van paprika gedaan, maar stel dat er nu een probleem is in een teelt en de verenigingen willen samen onderzoek starten. Dan heeft de ene vereniging GMO en de andere niet. Dat maakt het veel minder flexibel. Als bijvoorbeeld tussentijds de onderzoeksopzet veranderd moet worden, moet je dan eerst in Den Haag langs. Dat werkt niet.”

Enthousiasme, geen resultaat

Verder staat in de Nationale Strategie voor GMO 2017-2020 dat duurzame energiesystemen via GMO tot stand gebracht kunnen worden. Ook hier herinnert Rodenburg zich enthousiaste gesprekken tussen telers in het westen van het land voor een aardwarmteproject. Zodra dat om bedrijven gaat binnen één producentenorganisatie in één straat kan dat, maar ook dat is een utopie gebleken, want zulke clusters zijn er niet.

Extra milieu-eisen van supermarkten maken technieken als cameragestuurd schoffelen ook voor gangbare bedrijven aantrekkelijk. GMO biedt daar ruimte voor. - Foto: Cor Salverius
Extra milieu-eisen van supermarkten maken technieken als cameragestuurd schoffelen ook voor gangbare bedrijven aantrekkelijk. GMO biedt daar ruimte voor. - Foto: Cor Salverius

Animo bij telers

The Greenery én ZON denken allebei over een investeringsfonds voor telers. Dat zou hen moeten helpen uitbreiden of innoveren. Volgens Van Ginkel is dat niet een argument om GMO af te zeggen. De regeling zou naast zo’n fonds kunnen bestaan. Ook kan Van Ginkel niet beamen dat het draagvlak voor GMO bij telers is geslonken. In een beknopte peiling op gfactueel.nl bleek in juni dat steun voor GMO afbrokkelt. Volgens Rodenburg roeren vooral de ongebonden telers zich tegen de regeling. Die zou verantwoordelijk zijn voor overproductie in Nederland.

Uit de evaluatie van GMO 2009-2014 blijkt dat de productie in Nederland 7% groeide. Een belangrijk deel (bijvoorbeeld belichting tomaten) is aan de regeling toe te schrijven.

De aantrekkelijke Vlaamse route sluit

Een extra probleem doemt op voor Nederlandse afzetorganisaties die via Vlaamse associaties hun GMO-aanvraag doen. Zij moeten dat in Nederland gaan aanvragen volgens Nederlandse regels.

De Vlaamse regeling is minder gericht op vernieuwing en geeft veel meer subsidiekansen voor gangbare investeringen en uitgaven door telers.

Zo merkt CLTV Zundert dat ze ten opzichte van Belgische collegatuinders een extra concurrentienadeel ervaren als ze dit jaar via Nederland hun GMO moeten aanvragen. Is de Belgische piekarbeid al goedkoper, als ze nu ook de aantrekkelijke Belgische route verliezen voor GMO, vormt zich een extra concurrentieachterstand.

Aantrekkelijk voor grote bedrijven

Zo mag de afzetorganisatie BelOrta jaarlijks maximaal 1,75% van de aanvoerwaarde laten terugvloeien naar telers uit de GMO-steun. Dat was in 2017 € 4,15 miljoen aan vooral steun voor uitgaven voor biologische gewasbescherming en aanschaf van entmateriaal of teeltbegeleiding.

De afzetorganisatie heeft een staffel voor veilingkosten en voor grote ondernemingen is lidmaatschap daardoor extra aantrekkelijk tegen die 1,75% terugvloeiing. Overigens werkt ook België aan nieuwe striktere regels na een terugvorderingszaak (die de Vlaamse overheid zelf betaalt).

Aanzuigende werking Vlaanderen?

Zal er niet een aanzuigende werking uit België komen als GMO in Nederland steeds verder wegzakt? Van Ginkel denkt van niet: “Of GMO een drijfveer is voor aansluiting van telers speelt bij ons geen rol. Wij hebben een strategie en kijken of GMO daarbij past. Als GMO past, dan is dat mooi meegenomen.”

Voor de biologische afzetorganisatie Nautilus kan de regeling ook nu nog aantrekkelijk blijken. Voor aanschaf van de nieuwste generatie schoffelmachines en gps-gestuurde apparatuur lijkt de regeling nog steeds bruikbaar. En daar vaart een biologische producentenorganisatie wel bij, maar met toenemende milieu-eisen ook de rest van het gangbare veld.

Of registreer je om te kunnen reageren.